ECLI:NL:RBROT:2026:1347
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na intrekking naheffingsaanslag parkeerbelasting
Opposante had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die door de heffingsambtenaar was gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat opposante het griffierecht niet had voldaan. Opposante stelde verzet in tegen deze beslissing en voerde onder meer betalingsonmacht aan.
De rechtbank onderzocht eerst of opposante nog een procesbelang had bij het verzet, aangezien de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag uit pragmatische overwegingen had ingetrokken. Omdat de naheffing niet langer bestaat, kon opposante met een gegrond verzet geen betere positie bereiken dan de huidige situatie.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten opgelegd omdat opposante in persoon procedeerde en geen griffierecht had betaald. De uitspraak is gedaan door rechter P. Vrolijk op 6 februari 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na intrekking van de naheffingsaanslag parkeerbelasting.