Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:1349

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
12023347 VV EXPL 25-785
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontruiming wegens niet-melding huurachterstand aan gemeente volgens Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening

In deze kortgedingprocedure eiste de verhuurder ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand van vijf maanden door de huurder. De huurder was niet verschenen, waardoor verstek werd verleend.

De kantonrechter oordeelde dat het onvoldoende aannemelijk was dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zou worden ontbonden, zodat ontruiming in kort geding niet kan worden toegewezen. Een belangrijke omstandigheid was dat de verhuurder niet had voldaan aan haar verplichting om de huurachterstand en de gegevens van de huurder te melden bij de gemeente, zoals voorgeschreven in het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

Hoewel de verhuurder had gevraagd om toestemming van de huurder om gegevens te delen, reageerde de huurder niet. Volgens het Besluit moet de verhuurder dan alsnog de gegevens doorgeven. De verhuurder kon niet aantonen dat het technisch onmogelijk was om de melding te doen zonder toestemming. Daarom werd de ontruiming afgewezen.

De kantonrechter wees ook een verzoek tot aanhouding van de procedure af, omdat dit niet past bij het karakter van een kortgeding. De nevenvorderingen tot betaling van huurachterstand, rente en kosten werden eveneens afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De ontruiming wordt afgewezen omdat de verhuurder de huurachterstand niet heeft gemeld bij de gemeente zoals vereist.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 12023347 VV EXPL 25-785
datum uitspraak: 10 februari 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. A.M. Berkhout,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rottedam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 19 januari 2026, met bijlagen;
  • de brief van 21 januari 2026 van [eiseres] , met bijlagen.
1.2.
Op 27 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting met [eiseres] , vertegenwoordigd door de heer [persoon A] en mr. Berkhout besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
[gedaagde] huurt een woning van [eiseres] . Op dit moment is er een huurachterstand van vijf maanden. [eiseres] eist dat [gedaagde] de woning ontruimt en de huurachterstand met rente en kosten betaalt. De kantonrechter wijst de eis af. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Geen ontruiming, want RZ heeft de huurachterstand niet gemeld bij de gemeente
2.2.
Het is onvoldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst ontbindt. Daarom kan de kantonrechter daar in deze kortgedingprocedure niet op vooruitlopen door [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen Weliswaar is de huurachterstand ernstig genoeg voor ontbinding van de huurovereenkomst, maar alle omstandigheden wegen mee. Een zwaarwegende omstandigheid is dat [eiseres] verplicht was om de acties uit te voeren die staan onder a tot en met d van artikel 2 Besluit Pro Gemeentelijke Schuldhulpverlening (hierna: het Besluit) en om de hoogte van de huurachterstand en de gegevens van [gedaagde] te melden bij de gemeente. [eiseres] heeft echter geen melding gemaakt bij de gemeente. [eiseres] heeft in een e-mail van 12 december 2025 wel aan [gedaagde] gevraagd of zij haar gegevens mocht delen met de gemeentelijke schuldhulpverlening, maar [gedaagde] heeft daarop niet gereageerd. Volgens [eiseres] hoefde zij daarom de huurachterstand niet te melden bij de gemeente. Daarin volgt de kantonrechter [eiseres] niet. Uit artikel 2 onder Pro d van het Besluit volgt dat de verhuurder moet aanbieden om met schriftelijke toestemming van de huurder zijn contactgegevens aan de gemeente verstrekken. Als de huurder daar vervolgens niet afwijzend op reageert (en is voldaan aan de overige vereisten onder a tot en met c van artikel 2), moet de verhuurder de huurachterstand en de gegevens van de huurders melden bij de gemeente. Ook als een huurder niet reageert, moet de verhuurder dus zijn gegevens doorgeven aan de gemeente. Dat staat ook duidelijk in de toelichting op het Besluit:
“Er zijn omstandigheden die het wenselijk maken dat in gevallen dat de niet betalende huurder niet heeft gereageerd op het aanbod schuldhulpverlening in te schakelen, de verhuurder persoonsgegevens omtrent diegene mag doorgeven aan een schuldhulpverleningsinstantie zodat zij contact op kunnen nemen met de niet betalende huurder. Het gaat hierbij veelal om situaties waarbij mensen niet alleen betalingsproblemen hebben met de huur, maar ook andere betalingsverplichtingen zoals energierekeningen niet meer nakomen. In dergelijke gevallen lukt het de verhuurder vaak niet om in contact te treden met de huurder. Een verhuurder moet, indien een huurder niet heeft gereageerd op het aanbod om hulp in te schakelen, en pogingen tot persoonlijk contact zijn mislukt, de nodige gegevens doorgeven aan de gemeente.” [1]
2.3.
Tijdens de zitting heeft [eiseres] gesteld dat het in het online meldingsportaal van de gemeente niet mogelijk is een huurder aan te melden als de huurder daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Als het [eiseres] om die reden niet is gelukt om [gedaagde] aan te melden bij de gemeente, had het op haar weg gelegen om dit met screenshots te onderbouwen. Het is de kantonrechter namelijk ambtshalve bekend dat huurders in veel gevallen geen toestemming geven, maar verhuurders ook zonder die toestemming in staat zijn een melding te doen bij de gemeente. Nu [eiseres] haar stelling helemaal niet heeft onderbouwd, ziet de kantonrechter geen aanleiding om de ontruiming ondanks het ontbreken van de vereiste melding alsnog toe te wijzen.
Geen aanhouding van de procedure in afwachting van de melding
2.4.
[eiseres] heeft tijdens de zitting ook gevraagd of de procedure in afwachting van een melding bij de gemeente een aantal maanden kan worden aangehouden. Dat doet de kantonrechter niet, omdat een aanhouding van enkele maanden zich niet verhoudt met het karakter van een kortgedingprocedure.
De rest van de eis wordt ook afgewezen
2.5.
Nu de hoofdvordering (de ontruiming) wordt afgewezen, is de proceseconomie er niet bij gebaat om over de nevenvorderingen (betaling van de huurachterstand, rente en buitengerechtelijke kosten) te beslissen. [2] [eiseres] heeft bovendien geen spoedeisend belang heeft gesteld voor haar nevenvorderingen. Daarom wordt de rest van de eis ook afgewezen.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat haar eis wordt afgewezen en dus ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op nul, omdat [gedaagde] niet in de procedure is verschenen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nul.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.
49039

Voetnoten

1.Toelichting bij het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening, Stb. 2020, 240, p. 25.
2.Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1522.