Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 januari 2026, met bijlagen;
- de brief van 21 januari 2026 van [eiseres] , met bijlagen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure eiste de verhuurder ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand van vijf maanden door de huurder. De huurder was niet verschenen, waardoor verstek werd verleend.
De kantonrechter oordeelde dat het onvoldoende aannemelijk was dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zou worden ontbonden, zodat ontruiming in kort geding niet kan worden toegewezen. Een belangrijke omstandigheid was dat de verhuurder niet had voldaan aan haar verplichting om de huurachterstand en de gegevens van de huurder te melden bij de gemeente, zoals voorgeschreven in het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Hoewel de verhuurder had gevraagd om toestemming van de huurder om gegevens te delen, reageerde de huurder niet. Volgens het Besluit moet de verhuurder dan alsnog de gegevens doorgeven. De verhuurder kon niet aantonen dat het technisch onmogelijk was om de melding te doen zonder toestemming. Daarom werd de ontruiming afgewezen.
De kantonrechter wees ook een verzoek tot aanhouding van de procedure af, omdat dit niet past bij het karakter van een kortgeding. De nevenvorderingen tot betaling van huurachterstand, rente en kosten werden eveneens afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De ontruiming wordt afgewezen omdat de verhuurder de huurachterstand niet heeft gemeld bij de gemeente zoals vereist.