De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin eiseres vorderde dat gedaagde, gevestigd in België, betaling zou verrichten van openstaande facturen voor diervoederproducten die volgens een koopovereenkomst waren geleverd. Gedaagde betwistte de vordering niet substantieel en maakte slechts bezwaar tegen de ontvangst van de dagvaarding.
De rechtbank stelde vast dat zij bevoegd was op grond van de EU-verordening 1215/2012, omdat de verbintenis in Nederland was uitgevoerd. Het toepasselijke recht was Nederlands recht, mede vanwege het Weens Koopverdrag en de Rome I-verordening.
De koopovereenkomst werd gekwalificeerd als een zakelijke overeenkomst, niet als consumentenkoop. Gedaagde had de mogelijkheid gekregen om verweer te voeren na het zuiveren van het verstek, maar deed dit niet. Daarom werd de vordering tot betaling van € 2.132,47, vermeerderd met rente en incassokosten, toegewezen.
Daarnaast werden de proceskosten van € 840,90 aan eiseres toegewezen met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.