ECLI:NL:RBROT:2026:1353

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
11899968 CV EXPL 25-20601
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 7 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 4 Rome I-VoArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling van facturen voor diervoederproducten toegewezen aan verkoper

De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin eiseres vorderde dat gedaagde, gevestigd in België, betaling zou verrichten van openstaande facturen voor diervoederproducten die volgens een koopovereenkomst waren geleverd. Gedaagde betwistte de vordering niet substantieel en maakte slechts bezwaar tegen de ontvangst van de dagvaarding.

De rechtbank stelde vast dat zij bevoegd was op grond van de EU-verordening 1215/2012, omdat de verbintenis in Nederland was uitgevoerd. Het toepasselijke recht was Nederlands recht, mede vanwege het Weens Koopverdrag en de Rome I-verordening.

De koopovereenkomst werd gekwalificeerd als een zakelijke overeenkomst, niet als consumentenkoop. Gedaagde had de mogelijkheid gekregen om verweer te voeren na het zuiveren van het verstek, maar deed dit niet. Daarom werd de vordering tot betaling van € 2.132,47, vermeerderd met rente en incassokosten, toegewezen.

Daarnaast werden de proceskosten van € 840,90 aan eiseres toegewezen met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van facturen, incassokosten, rente en proceskosten; vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11899968 CV EXPL 25-20601
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] .,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. I. van Leusden,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] , België,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 31 juli 2025, met bijlagen;
  • de mail van 1 oktober 2025 van [gedaagde] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten waarbij [gedaagde] bij [eiseres] diervoederproducten heeft opgehaald, maar de facturen daarvoor niet heeft betaald. Daarom vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.132,47 vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten. Daarnaast vordert [eiseres] de proceskosten. De vordering wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Rechtsmacht
2.2.
Nu [gedaagde] in het buitenland woonachtig is en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
2.3.
De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en wel op grond van artikel 4 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012), nu de gedaagde, [gedaagde] , woonplaats heeft in Nederland.
2.4.
Omdat de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd, is de Nederlandse rechter op grond van art. 7 aanhef Pro en onder 1° van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012) bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen. Ingevolge deze bepaling is immers de plaats van uitvoering van een verbintenis uit een overeenkomst tot koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken gelijk aan de plaats waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden. Nu de plaats van uitvoering in Oude-Tonge (Nederland) was, is de rechtbank Rotterdam bevoegd om van het geschil kennis te nemen.
Toepasselijk recht
2.5.
Ten aanzien van het op de onderhavige vordering toepasselijke recht overweegt de rechtbank als volgt. Op de onderhavige vordering is het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende lichamelijke zaken (Weens Koopverdrag) van toepassing, omdat zowel de verkoper als de koper gevestigd zijn in verdragsluitende staten. De bepaling van het toepasselijke recht dient plaats te vinden aan de hand van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-Vo), nu de betreffende overeenkomst gesloten is na 17 december 2009.
Nu niet gesteld of gebleken is, dat door partijen een keuze is gedaan ten aanzien van het toepasselijke recht, is op grond van artikel 4 van Pro Rome I-Vo het recht van toepassing van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft, zodat op de onderhavige vordering Nederlands recht van toepassing is.
Zakelijke overeenkomst
2.6.
De kantonrechter gaat ervan uit dat – gelet op de hoeveelheid gekochte diervoederproducten – [gedaagde] de koopovereenkomst is aangegaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. [eiseres] is een rechtspersoon die handelt in het kader van een bedrijf. De koopovereenkomst laat zich daarom niet kwalificeren als consumentenovereenkomst, zodat het consumentenrecht niet van toepassing is.
[gedaagde] moet de facturen betalen
2.7.
[gedaagde] heeft per mail van 1 oktober 2025 laten weten dat hij de dagvaarding niet tijdig had ontvangen en daarbij verzocht om uitstel. Met deze mail heeft [gedaagde] het verstek gezuiverd en is hij in de gelegenheid gesteld om alsnog een antwoord in te dienen. Van deze gelegenheid heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. De vordering wordt daarom als onvoldoende weersproken toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde] de hoofdsom van € 2.132,47 aan [eiseres] moet betalen.
[gedaagde] moet incassokosten van € 319,87 betalen
2.8.
De incassokosten van € 319,87 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] moet rente betalen
2.9.
De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 149,90 aan dagvaardingskosten, € 385,00 aan griffierecht, € 204,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 102,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 840,90. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.452,34 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 2.132,47 vanaf datum van verzuim tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 840,90 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
48436