ECLI:NL:RBROT:2026:1369
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij invoer en vervoer van cocaïne
De verdachte werd beschuldigd van het samen met anderen invoeren, vervoeren en aanwezig hebben van circa 160 kilogram cocaïne, verborgen in boomstammen in containers afkomstig uit Brazilië. De containers werden op 11 juli 2025 gecontroleerd en cocaïne werd aangetroffen in epoxyhars verpakt in boomstammen. Op 18 juli 2025 haalde de verdachte een container op, verwijderde het zegel en maakte opnames van de lading. Vervolgens bracht hij de container naar een loods in Breda waar medeverdachten aanwezig waren en boomstammen werden gelost.
De officier van justitie vorderde een veroordeling voor de invoer van 160 kilogram cocaïne, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank constateerde dat hoewel de verdachte handelingen verrichtte die vragen opriepen, zoals het verbreken van het zegel en het maken van opnames, er onvoldoende bewijs was dat hij wist van de cocaïne in de boomstammen of dat hij er rekening mee had moeten houden.
De rechtbank oordeelde dat de twijfel die ontstond door de gedragingen van de verdachte onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Tevens werd besloten tot teruggave van in beslag genomen geldbedragen en een iPhone. De voorlopige hechtenis werd opgeheven, aangezien deze eerder was geschorst.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en betrokkenheid bij invoer en vervoer van cocaïne.