ECLI:NL:RBROT:2026:1448

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
C/10/713619 / KG ZA 26-56
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 lid 1 BWArt. 6.3 KwaliteitsovereenkomstenArt. 6.4.2 Kwaliteitsovereenkomsten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voortzetting van kwaliteitsovereenkomsten na betwiste ontbinding wegens logboekfraude

Eiseres, een prenataal echoscopiste, had kwaliteitsovereenkomsten met Stichtingen gesloten voor het uitvoeren van bevolkingsonderzoeken. De Stichtingen ontbonden deze overeenkomsten per direct wegens vermeende logboekfraude. Eiseres vorderde in kort geding de voorlopige voortzetting van deze overeenkomsten totdat een bodemprocedure hierover uitspraak doet.

De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres een voldoende spoedeisend belang had, omdat zij door de ontbinding al 50% van haar inkomsten miste en dit snel zou oplopen tot bijna 100%. De rechter stelde vast dat de ontbinding alleen mogelijk is bij situaties zoals omschreven in de overeenkomst, waaronder het niet voldoen aan kwaliteitseisen. Hoewel de Stichtingen aannemelijk maakten dat eiseres beelden had aangepast (post-processing), was het onduidelijk of dit opzettelijk was en of dit ontbinding rechtvaardigde.

Verder was het onderzoek van de Stichtingen naar de vermeende fraude gebrekkig en onzorgvuldig, met onvoldoende wederhoor en transparantie. De belangenafweging viel uit in het voordeel van eiseres, die vrijwel haar volledige inkomen verliest zonder voortzetting. Daarom werd de vordering grotendeels toegewezen, met een gematigde dwangsom van €500 per dag, gemaximeerd op €50.000, en een proceskostenveroordeling tegen de Stichtingen.

Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de Stichtingen tot voorlopige voortzetting van de kwaliteitsovereenkomsten met een gematigde dwangsom en proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/713619 / KG ZA 26-56
Vonnis in kort geding van 12 februari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. R.M.W. de Haan,
tegen

1..[gedaagde 1] ,

statutaire vestigingsplaats: [plaats] ,
2. [gedaagde 2],
statutaire vestigingsplaats: [plaats] ,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. C.S.G. de Lange.
De eisende partij wordt hierna [eiseres] genoemd. De gedaagde partijen worden hierna samen de Stichtingen genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiseres] is prenataal echoscopiste van beroep en verricht als zzp-er in opdracht van verloskundigenpraktijken de 13-weeks en de 20-weeks echo’s in het kader van het bevolkingsonderzoek. Om die echo’s voor het bevolkingsonderzoek te kunnen doen, heeft [eiseres] noodzakelijkerwijs kwaliteitsovereenkomsten afgesloten met de Stichtingen.
De Stichtingen hebben die overeenkomsten op 12 januari 2026 met onmiddellijke ingang ontbonden, omdat zij van mening zijn dat [eiseres] logboekfraude heeft gepleegd. [eiseres] is het daar niet mee eens. Daarom vordert zij in deze zaak dat de Stichtingen onder druk van een dwangsom worden veroordeeld om de kwaliteitsovereenkomsten voort te zetten totdat er een definitieve uitspraak is in een bodemprocedure. De Stichtingen voeren verweer dat strekt tot afwijzing van de vordering. De voorzieningenrechter wijst de vordering van [eiseres] grotendeels toe. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 23 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 13;
  • de aanvullende bijlagen 14 en 15 van [eiseres] ;
  • de conclusie van antwoord, met bijlagen 1 tot en met 14;
  • de mondelinge behandeling op 2 februari 2026;
  • de pleitnota van mr. De Haan;
  • de pleitnotitie van mr. De Lange.

3.De beoordeling

Het toetsingskader in een kort geding
3.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom beoordelen of [eiseres] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Verder moet de voorzieningenrechter in dit kort geding beoordelen of de vordering in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. De voorzieningenrechter moet in dit verband ook een belangenafweging maken.
Het spoedeisend belang
3.2.
[eiseres] heeft voldoende spoedeisend belang bij haar vordering tot het voorlopig voortzetten van de tussen partijen gesloten kwaliteitsovereenkomsten (‘de Kwaliteitsovereenkomsten’). Zij heeft onweersproken gesteld dat zij als gevolg van het ontbinden van de Kwaliteitsovereenkomsten op dit moment al 50% van haar inkomsten mist en dat zij binnenkort, als de Kwaliteitsovereenkomsten niet snel alsnog worden voortgezet, bijna 100% van haar inkomsten moet missen. De uitkomst van een bodemprocedure kan dan ook niet worden afgewacht. De Stichtingen hebben overigens ook niet weersproken dat [eiseres] voldoende spoedeisend belang bij haar vordering heeft.
De Stichtingen moeten de Kwaliteitsovereenkomsten voorlopig voortzetten
3.3.
Het geschil tussen partijen gaat over de vraag of de Stichtingen de Kwaliteitsovereenkomsten op 12 januari 2026 met onmiddellijke ingang konden ontbinden, althans konden opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag ontkennend.
3.4.
De Stichtingen hebben vergunningen gekregen voor de uitvoering van het eerste trimester structureel echoscopisch onderzoek en het tweede trimester structureel echoscopisch onderzoek (‘de bevolkingsonderzoeken’). De bevolkingsonderzoeken richten zich op het signaleren van lichamelijke afwijkingen bij een foetus rond de dertien en twintig weken zwangerschap. De Stichtingen sluiten voor de uitvoering van de bevolkingsonderzoeken overeenkomsten met echocentra en echoscopisten. In dit verband hebben de Stichtingen de Kwaliteitsovereenkomsten met [eiseres] gesloten. Om een zo uniform mogelijke uitvoering van de bevolkingsonderzoeken te bereiken en de kwaliteit en het vertrouwen in de bevolkingsonderzoeken te bewaken, wordt de kwaliteit van de door de Stichtingen gecontracteerde echoscopisten tweejaarlijks beoordeeld. Dat wordt gedaan aan de hand van een kwaliteitscontrole van de logboeken van drie recente casus van de echoscopist, naar keuze van de echoscopist, uit vijf casus die de Stichtingen selecteren. Deze kwaliteitscontroles zijn voor de Stichtingen de enige manier om de kwaliteit van de gecontracteerde echoscopisten te controleren. Als de kwaliteit van de uitvoering van de bevolkingsonderzoeken structureel te wensen overlaat, is aannemelijk dat de Stichtingen het risico lopen hun vergunningen voor de uitvoering van de bevolkingsonderzoeken kwijt te raken. Het is dan ook voorstelbaar dat de Stichtingen groot belang hechten aan de tweejaarlijks kwaliteitscontroles en de juistheid van de daarvoor te gebruiken logboeken. Tegen deze achtergrond is het logisch dat de Stichtingen zwaar tillen aan logboekfraude.
3.5.
Dit laat echter onverlet dat de Kwaliteitsovereenkomsten alleen kunnen worden ontbonden of beëindigd in de gevallen waarin die overeenkomsten voorzien. De Kwaliteitsovereenkomsten bieden de Stichtingen in artikel 6.4.2 de mogelijkheid om die overeenkomsten met onmiddellijke ingang te ontbinden. Daarvoor moet sprake zijn van een situatie waarin de uitvoerder (in dit geval: [eiseres] ) niet meer voldoet aan de kwaliteitseisen, dan wel blijkt niet te voldoen aan de in de overeenkomst genoemde opleidingseisen, dan wel niet (meer) voldoet aan de in de overeenkomst opgenomen afspraken. Verder bieden de Kwaliteitsovereenkomsten de Stichtingen in artikel 6.3 de mogelijkheid om die overeenkomsten met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden te beëindigen. Daarvoor moet sprake zijn van redelijke en billijke gronden.
3.6.
De Stichtingen verwijten [eiseres] dat de beelden die [eiseres] had aangeleverd voor de kwaliteitscontrole van 2024 door haar waren aangepast. [eiseres] betwist dit niet, maar stelt dat deze zogenoemde post-processing is toegestaan althans dat er geen duidelijke regel is die dit verbiedt. De voorzieningenrechter volgt [eiseres] hier niet in. Tussen partijen is niet in geschil dat post-processing is toegestaan in het geval dit plaatsvindt in het kader van het echoscopisch onderzoek en om de daaruit verkregen metingen te betrekken bij de beoordeling en eindconclusie van dat onderzoek. [eiseres] had echter kunnen en moeten begrijpen dat post-processing van beelden zónder dat zij dit zou gebruiken voor haar eigen eindconclusie van het echoscopisch onderzoek, ten koste gaat van de integriteit en authenticiteit van de logboeken voor de kwaliteitscontrole, terwijl juist die integriteit en authenticiteit van de logboeken belangrijk is om de kwaliteit van de bevolkingsonderzoeken te kunnen waarborgen. Daarmee is dergelijke post-processing in strijd met de kwaliteitseisen voor een echoscopist én in strijd met de in de Kwaliteitsovereenkomsten opgenomen afspraken.
3.7.
De Stichtingen konden in beginsel op grond van het voorgaande zonder ingebrekestelling overgaan tot ontbinding of beëindiging van de Kwaliteitsovereenkomsten (de artikelen 6.3. en 6.4.2 van de Kwaliteitsovereenkomsten in combinatie met artikel 6:265 lid 1 BW Pro). De tekortkoming van [eiseres] (handelen in strijd met de kwaliteitseisen en de in de Kwaliteitsovereenkomsten opgenomen afspraken) heeft immers al plaatsgevonden en kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Maar de vraag of die tekortkoming ontbinding of opzegging rechtvaardigt, is daarmee nog niet beantwoord. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de rechter in een bodemprocedure tot het oordeel komt dat de tekortkoming in dit geval geen ontbinding of opzegging van de Kwaliteitsovereenkomsten rechtvaardigt. De voorzieningenrechter legt dit hierna uit.
3.8.
In de eerste plaats is van belang dat tussen partijen niet in geschil is dat [eiseres] nog niet eerder in strijd met de kwaliteitseisen voor een echoscopist heeft gehandeld of de in de Kwaliteitsovereenkomsten opgenomen afspraken heeft geschonden. De Stichtingen hebben tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd bevestigd dat zij geen aanwijzingen hebben dat [eiseres] eerder (bijvoorbeeld in 2022 of 2020) aanpassingen aan de beelden ten behoeve van de logboeken heeft gedaan en [eiseres] heeft dit ook ontkend. Aannemelijk is dan ook dat de post-processing van beelden door [eiseres] beperkt is gebleven tot de beelden die zij heeft aangeleverd ten behoeve van de logboeken voor de kwaliteitscontrole in 2024, terwijl zij al sinds 2014 het specialisme SEO (structureel echoscopisch onderzoek) uitoefent.
3.9.
Verder is relevant dat een namens de Stichtingen aanwezige echoscopist tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd heeft gezegd dat [eiseres] door de post-processing van de beelden ten behoeve van de logboeken weliswaar een hogere score op de kwaliteitscontrole in 2024 heeft behaald (84%), maar dat [eiseres] op basis van de originele beelden ook een voldoende score zou hebben behaald (78% waar minimaal 75% moet worden behaald voor een voldoende). In het licht van dat resultaat en haar lange staat van dienst valt te betwijfelen of [eiseres] de beelden ten behoeve van de logboeken heeft aangepast terwijl zij zich er van bewust was dat deze vorm van post-processing niet was toegestaan. Zij betwist dat zij zich daarvan bewust was, en in ieder geval staat niet vast dat [eiseres] opzettelijk in strijd met de kwaliteitseisen voor een echoscopist heeft gehandeld of de in de Kwaliteitsovereenkomsten opgenomen afspraken opzettelijk heeft geschonden. Niet onbelangrijk in dit verband is dat [eiseres] destijds niet heeft verhuld dat zij beelden heeft geplaatst in de logboeken die post-processing waren ingezoomd, want de datum van die beelden gaf dat aan. In 2024 was dat de Stichtingen kennelijk ontgaan.
3.10.
Ook is nog relevant dat de post-processing van de beelden die [eiseres] heeft aangeleverd voor de kwaliteitscontrole in 2024, geen medische implicaties heeft gehad. Dit weegt dan wel niet in het voordeel van [eiseres] , maar als het wel medische implicaties had gehad, had dit mogelijk wel in het nadeel van [eiseres] gewerkt.
3.11.
Tenslotte is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat de Stichtingen hun onderzoek naar de vermeende logboekfraude van [eiseres] gebrekkig en onzorgvuldig hebben uitgevoerd, met als gevolg dat [eiseres] haar kant van het verhaal niet heeft kunnen vertellen vóórdat de Stichtingen tot ontbinding c.q. beëindiging van de Kwaliteitsovereenkomsten overgingen, terwijl de Stichtingen anderzijds kenbaar hebben gemaakt dat er ruimte zou zijn voor maatwerk als sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de Kwaliteitsovereenkomsten.
3.11.1.
In een eerste gesprek tussen partijen op 27 november 2025 is voor het eerst over tegenstrijdigheden in de door [eiseres] aangeleverde logboekbeelden voor de kwaliteitscontrole van 2024 gesproken waar het gaat om de data van de beelden. Afgesproken is dit verder uit te zoeken. Daarna bleef het vanuit de Stichtingen enkele weken stil richting [eiseres] , terwijl [eiseres] vrijwel meteen schriftelijk uitleg had gegeven over de haar in het gesprek gestelde vraag (“betreft het wel dezelfde foetus want de data wijken af”). In de tussentijd lieten de Stichtingen onderzoek uitvoeren naar de oorspronkelijke beelden. [eiseres] was ervan op de hoogte dat dit onderzoek plaatsvond. Op 22 december 2025 volgde vervolgens een uitnodiging van [eiseres] voor een tweede gesprek tussen partijen op 8 of 9 januari 2026, maar zonder dat de resultaten van het door de Stichtingen uitgevoerde onderzoek met [eiseres] werden gedeeld. Ook na een daartoe strekkend verzoek van [eiseres] in een e-mail van 24 december 2025 hebben de Stichtingen die uitkomsten niet gedeeld; zij bleven hameren op een tweede gesprek tussen partijen. De toenmalige jurist van [eiseres] stuurde vervolgens op 7 januari 2026 een e-mail naar de Stichtingen met daarin onder meer de mededelingen dat op basis van de huidige informatie niet duidelijk was waarom een afspraak op (zeer) korte termijn zou moeten plaatsvinden en dat [eiseres] vóór zo’n gesprek eerst de resultaten van het onderzoek wilde krijgen. Vervolgens hebben de Stichtingen in een brief van 12 januari 2026 kort gezegd de uitkomsten van het onderzoek alsnog met [eiseres] gedeeld, maar ook per direct de Kwaliteitsovereenkomsten ontbonden, althans met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden beëindigd.
3.11.2.
De resultaten van het door de Stichtingen uitgevoerde onderzoek naar de oorspronkelijke beelden, en hoe [eiseres] daarmee zou hebben gescoord, zijn dus voorafgaand aan de brief van 12 januari 2026 niet met [eiseres] besproken en erger, [eiseres] was tot de brief van 12 januari 2026 niet eens op de hoogte van het precieze verwijt dat de Stichtingen aan haar adres maken. Tijdens het eerste gesprek was enkel gesproken over de data van de beelden die [eiseres] had aangeleverd en niet over post-processing van die beelden, terwijl juist dat laatste in de ogen van de Stichtingen niet anders kan zijn gedaan dan opzettelijk om een hogere score te behalen bij de kwaliteitscontrole. Wederhoor op dat punt was temeer noodzakelijk.
Het gebrek aan wederhoor contrasteert met de stelling van de Stichtingen in randnummer 91 van de conclusie van antwoord, dat er in het geval van een tekortkoming in de nakoming van de Kwaliteitsovereenkomsten geen keiharde grens is en dat ruimte bestaat voor maatwerk.
Het gebrek aan wederhoor valt ook niet te rijmen met de stelling van de Stichtingen tijdens de mondelinge behandeling, dat zij een tweede gesprek met [eiseres] wilden om de resultaten van het onderzoek te bespreken, de kant van [eiseres] te horen en te zien of [eiseres] zich toetsbaar zou opstellen.
Als de Stichtingen de houding van [eiseres] naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek belangrijk hadden gevonden om te bepalen welke consequenties zij aan die resultaten zouden verbinden, had het in de rede gelegen om in reactie op de e-mail van 7 januari 2026 van de toenmalige jurist van [eiseres] uit te leggen waarom wél aanleiding bestond om op korte termijn met elkaar in gesprek te gaan. Dat hebben de Stichtingen niet gedaan.
Het heeft er al met al de schijn van dat de consequentie van het feit dát het onderzoek werd uitgevoerd, en niet zozeer van de resultaten daarvan, al vaststond vóórdat de Stichtingen de kant van [eiseres] hadden gehoord. De opmerking van de heer [persoon A] tijdens de mondelinge behandeling, dat hij zich al gemanipuleerd voelde toen hij de eerste beelden zag, en dus vóórdat daar überhaupt onderzoek naar was uitgevoerd en vóórdat [eiseres] haar kant van het verhaal had verteld, wijst daar ook op.
Door dit alles heeft geen afweging van de belangen van [eiseres] plaatsgevonden, hetgeen als onzorgvuldig kwalificeert.
3.11.3.
De onzorgvuldigheid van de Stichtingen tijdens de procedure blijkt ook uit het navolgende.
Naar eigen zeggen hebben de Stichtingen over het hoofd gezien dat [eiseres] in haar e-mail van 24 december 2025 om de resultaten van het onderzoek had gevraagd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Stichtingen de resultaten van het onderzoek sowieso met [eiseres] hadden moeten delen in het kader van transparantie en hoor en wederhoor, ook zonder een daartoe strekkend verzoek, en voorafgaand aan een gesprek over die resultaten.
Namens de Stichtingen is meegedeeld dat zij de e-mail van 7 januari 2026 van de toenmalige jurist van [eiseres] aldus hebben gelezen dat een tweede gesprek niet eerder dan maart/april 2026 kon plaatsvinden. Maar dat staat niet in die e-mail.
Tot slot is discussie tussen partijen ontstaan vanwege een e-mail van [eiseres] van 27 november 2025, waarin zij schrijft dat het echoapparaat waarop de beelden zijn gemaakt niet meer beschikbaar is. De Stichting heeft ook deze mail verkeerd gelezen, en concludeerde dat [eiseres] meedeelde (en het wilde doen voorkomen tegenover de Stichtingen) dat de originele beelden niet meer beschikbaar waren. Dat schreef [eiseres] in die e-mail uitdrukkelijk niet en de Stichtingen hadden beter moeten lezen.
3.12.
De Stichtingen hebben er ontegenzeggelijk belang bij dat tegen iedere vorm van logboekfraude wordt opgetreden. Gelet op hetgeen hiervoor in 3.8. tot en met 3.11.3. is overwogen, valt echter te betwijfelen of in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat de tekortkoming door [eiseres] bij de kwaliteitscontrole van 2024 ontbinding of opzegging van de Kwaliteitsovereenkomsten, met al haar gevolgen voor [eiseres] , rechtvaardigt. [eiseres] heeft een zwaarwegend belang bij voortzetting van de Kwaliteitsovereenkomsten, in ieder geval totdat in een bodemprocedure is geoordeeld over de vermeende logboekfraude en de ontbinding c.q. opzegging van de Kwaliteitsovereenkomsten. Zij heeft onweersproken gesteld dat zij nagenoeg haar volledige inkomen verdient door het uitvoeren van de bevolkingsonderzoeken en dat zij dit kwijtraakt als de Kwaliteitsovereenkomsten niet alsnog worden voortgezet. Een belangenafweging valt dan ook uit in het voordeel van [eiseres] .
De conclusie
3.13.
De conclusie is dat de Stichtingen worden veroordeeld om de Kwaliteitsovereenkomsten voort te zetten totdat in een bodemprocedure uitspraak is gedaan. In afwijking van de vordering van [eiseres] is er geen grond om te bepalen dat die uitspraak definitief moet zijn. De voorzieningenrechter mag geen beslissingen nemen die mogelijk conflicteren met het oordeel in een bodemprocedure. In het geval de voorzieningenrechter zou bepalen dat de voorlopige voorziening geldt tot de uitspraak in een bodemprocedure definitief is, en vervolgens wordt in een bodemprocedure geoordeeld dat de Kwaliteitsovereenkomsten wèl mochten worden ontbonden of beëindigd, bestaat wel zo’n conflict.
De gevorderde dwangsom wordt gematigd
3.14.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om, zoals gevorderd, een dwangsom te verbinden aan de veroordeling van de Stichtingen om de Kwaliteitsovereenkomsten met [eiseres] voorlopig voort te zetten. Op die manier is er namelijk een stok achter de deur voor de Stichtingen om die veroordeling na te komen. De gevorderde dwangsom wordt wel gematigd tot € 500,00 per dag en gemaximeerd op € 50.000,00.
De Stichtingen moeten de proceskosten van [eiseres] betalen
3.15.
De Stichtingen zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 131,73
- griffierecht € 341,00
- salaris advocaat € 1.177,00 (tarief gemiddeld complexe zaak)
- nakosten €
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.838,73
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.16.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt de Stichtingen om de Kwaliteitsovereenkomsten voort te zetten totdat er een uitspraak is in een bodemprocedure over de ontbinding dan wel opzegging wegens de vermeende logboekfraude;
4.2.
veroordeelt de Stichtingen om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor elke dag dat de Stichtingen de veroordeling in 4.1. niet nakomen, met dien verstande dat de Stichtingen maximaal € 50.000,00 aan dwangsommen kunnen verbeuren;
4.3.
veroordeelt de Stichtingen in de proceskosten van € 1.838,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de Stichtingen niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten de Stichtingen € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
3349 / 638