Eiseres, een prenataal echoscopiste, had kwaliteitsovereenkomsten met Stichtingen gesloten voor het uitvoeren van bevolkingsonderzoeken. De Stichtingen ontbonden deze overeenkomsten per direct wegens vermeende logboekfraude. Eiseres vorderde in kort geding de voorlopige voortzetting van deze overeenkomsten totdat een bodemprocedure hierover uitspraak doet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres een voldoende spoedeisend belang had, omdat zij door de ontbinding al 50% van haar inkomsten miste en dit snel zou oplopen tot bijna 100%. De rechter stelde vast dat de ontbinding alleen mogelijk is bij situaties zoals omschreven in de overeenkomst, waaronder het niet voldoen aan kwaliteitseisen. Hoewel de Stichtingen aannemelijk maakten dat eiseres beelden had aangepast (post-processing), was het onduidelijk of dit opzettelijk was en of dit ontbinding rechtvaardigde.
Verder was het onderzoek van de Stichtingen naar de vermeende fraude gebrekkig en onzorgvuldig, met onvoldoende wederhoor en transparantie. De belangenafweging viel uit in het voordeel van eiseres, die vrijwel haar volledige inkomen verliest zonder voortzetting. Daarom werd de vordering grotendeels toegewezen, met een gematigde dwangsom van €500 per dag, gemaximeerd op €50.000, en een proceskostenveroordeling tegen de Stichtingen.