ECLI:NL:RBROT:2026:1449

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
11941104 CV EXPL 25-23081
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 96 RvArt. 71 RvArt. 79 RvArt. 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van civiele zaak van kantonrechter naar team handel en haven wegens onbevoegdheid

In deze civiele procedure vordert eiseres een bedrag van meer dan €25.000,-, waardoor de kantonrechter niet bevoegd is de zaak te behandelen. Hoewel eiseres aanvankelijk meende dat het samenlevingscontract bevoegdheid aan de kantonrechter gaf, zijn partijen het daarover eens dat dit niet het geval is.

Gedaagde wenst dat de kantonrechter de zaak toch behandelt, maar dit kan alleen met instemming van eiseres, die dit niet geeft. Daarom verwijst de kantonrechter de zaak naar het team handel en haven van de rechtbank Rotterdam.

Partijen mogen bij het team handel en haven niet in persoon procederen; zij zijn verplicht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat. De zaak is gepland voor een rolzitting op 25 februari 2026 om 10.00 uur.

Door de verwijzing geldt een hoger griffierecht van €1.374,- per partij. Eiseres heeft reeds €732,- betaald en moet het resterende bedrag binnen vier weken na de rolzitting voldoen. Gedaagde moet het volledige griffierecht betalen, met mogelijkheid tot vermindering bij laag inkomen na aanvraag. De kantonrechter draagt zorg voor tijdige verzending van processtukken aan het team handel en haven.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar het team handel en haven waar partijen zich via een advocaat moeten laten vertegenwoordigen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11941104 CV EXPL 25-23081
datum uitspraak: 13 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats 1] , gemeente [gemeente 1] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. C.G.A. Mattheussens,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats 2] , gemeente [gemeente 2] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M. Kalle.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 17 oktober 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de akte van [eiseres] ;
  • de antwoordakte van [gedaagde] .

2.De beoordeling

Kantonrechter niet bevoegd
2.1.
De kantonrechter is niet bevoegd om deze zaak te behandelen. [eiseres] eist meer dan € 25.000,- en de zaak gaat niet over een onderwerp dat altijd door de kantonrechter moet worden behandeld (artikel 93 onder Pro c en d Rv).
2.2.
In de dagvaarding schreef [eiseres] dat de kantonrechter toch bevoegd is, op basis van het samenlevingscontract. Inmiddels zijn de partijen het er (terecht) over eens dat dit niet het geval is.
2.3.
[gedaagde] wil dat de kantonrechter deze zaak toch behandelt. Dat kan alleen als [eiseres] dat ook wil (artikel 96 Rv Pro). Dat is niet het geval. Daarom maakt dit de kantonrechter ook niet bevoegd.
Zaak naar team handel en haven
2.4.
De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar het team handel en haven van deze rechtbank (artikel 71 Rv Pro).
Advocaat verplicht
2.5.
De partijen mogen bij team handel en haven niet zelf procederen. Een advocaat is verplicht (artikel 79 Rv Pro). De kantonrechter verwijst de zaak naar de zitting van woensdag 25 februari 2026 om 10.00 uur. Op die zitting kan een advocaat zich stellen namens iedere partij.
[eiseres] moet meer griffierecht betalen
2.6.
Doordat de kantonrechter de zaak verwijst geldt een griffierecht van € 1.374,-. [eiseres] heeft al € 732,- aan griffierecht betaald. De verhoging van € 642,- moet betaald zijn binnen vier weken na de eerste roldatum bij team handel en haven (artikel 3 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken). Daarvoor verstuurt het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een factuur aan [eiseres] .
[gedaagde] moet nu ook griffierecht betalen
2.7.
Doordat de kantonrechter de zaak verwijst moet [gedaagde] griffierecht betalen van € 1.374,-. Dat bedrag moet betaald zijn binnen vier weken na de eerste roldatum bij team handel en haven. Daarvoor verstuurt het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een factuur aan [gedaagde] .
2.8.
De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat een persoon die een laag inkomen en weinig vermogen heeft, mogelijk minder griffierecht hoeft te betalen. [gedaagde] moet wel zelf aangeven dat hij in aanmerking wil komen voor het lage tarief. Daarbij moet een kopie van een toevoeging of inkomensverklaring van de Raad van de Rechtsbijstand worden meegestuurd. Als die stukken nog niet beschikbaar zijn, moet een kopie van de aanvraag worden meegestuurd (artikel 16 Wgbz Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van het team handel en haven van woensdag 25 februari 2026 om 10.00 uur, zodat zich namens iedere partij een advocaat kan stellen;
3.2.
draagt de griffier op de processtukken en een kopie van dit vonnis op tijd voor genoemde rolzitting te sturen aan de griffier van het team handel en haven van deze rechtbank.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394