ECLI:NL:RBROT:2026:1450

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
ROT 25/10350
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 ParticipatiewetArt. 17 ParticipatiewetArt. 53a ParticipatiewetArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens onvolledige gegevensverstrekking

Verzoeker heeft op 11 september 2025 een bijstandsuitkering aangevraagd bij Stroomopwaarts, die deze aanvraag op 23 oktober 2025 afwees wegens het niet volledig aanleveren van gevraagde gegevens over zijn stichting en persoonlijke financiële situatie.

Verzoeker stelde dat hij recht heeft op bijstand en dat Stroomopwaarts onterecht een verkapt fraudeonderzoek uitvoerde zonder formele aankondiging, en dat vanwege zijn dakloosheid snel moest worden gehandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening ontvankelijk was, omdat de bezwaarprocedure werd hervat.

De voorzieningenrechter concludeerde dat Stroomopwaarts terecht de aanvraag mocht afwijzen omdat verzoeker niet binnen de gestelde termijn de noodzakelijke documenten had aangeleverd. Er was sprake van financiële verstrengeling tussen verzoeker en zijn stichting, waardoor aanvullende gegevens gerechtvaardigd waren.

Hoewel begrip werd getoond voor de omvang van de gevraagde gegevens, rust de bewijslast op de aanvrager om zijn financiële situatie aannemelijk te maken. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en benadrukte dat verzoeker in de bezwaarprocedure alsnog de gevraagde gegevens kan aanleveren om zijn recht op bijstand te laten vaststellen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/10350

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 februari 2026 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

en

het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS

(gemachtigden: mr. N. Övül en [persoon A] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoeker voor een bijstandsuitkering. Verzoeker is het met de afwijzing niet eens. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Stroomopwaarts heeft gegevens over onder andere verzoekers stichting mogen opvragen. Omdat deze gegevens niet volledig zijn verstrekt, heeft Stroomopwaarts de aanvraag mogen afwijzen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een daklozenuitkering (hierna: bijstandsuitkering). Stroomopwaarts heeft deze aanvraag met het besluit van 23 oktober 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
Stroomopwaarts heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben verzoeker en de gemachtigden van Stroomopwaarts deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat het in deze zaak over?
3. Verzoeker heeft op 11 september 2025 een bijstandsuitkering aangevraagd. Op 19 september 2025, 3 oktober 2025 en 9 oktober 2025 heeft Stroomopwaarts aan verzoeker gevraagd of hij meerdere gegevens wil aanvullen aangezien zijn aanvraag nog niet compleet is. Met het bestreden besluit van 23 oktober 2025 heeft Stroomopwaarts de bijstandsaanvraag van verzoeker afgewezen, omdat de gevraagde gegevens niet (compleet) zijn overgelegd. Stroomopwaarts mist onder anderen de statuten en oprichtingsakte van de stichting van verzoeker, eventuele volmachten of bestuursbesluiten waaruit blijkt dat verzoeker bevoegd is om gelden van de stichting te beheren of hierover te beschikken, de volledige financiële administratie van de stichting van verzoeker over de afgelopen 12 maanden, een overzicht van bezittingen en schulden van de stichting met bewijsstukken, een overzicht van transacties tussen verzoeker en de stichting, (ten tijde van het bestreden besluit ook nog) de polis ziektekostenverzekering van het jaar 2025 en controleerbare bewijsstukken over verzoekers levensonderhoud sinds januari 2021. Stroomopwaarts kan niet vaststellen of verzoeker recht heeft op een bijstandsuitkering.
4. Verzoeker is het niet eens met de afwijzing van de bijstandsuitkering. Daarom heeft hij op 26 oktober 2025 een herzieningsverzoek ingediend bij Stroomopwaarts. In de voorlopige voorzieningenprocedure voert verzoeker aan dat hij wel recht heeft op een bijstandsuitkering, omdat hij geen loon ontvangt via zijn stichting. Daarnaast vraagt Stroomopwaarts ten onrechte om financiële gegevens van zijn stichting, nu er geen concrete aanwijzing voor vermogensverstrengeling is. Stroomopwaarts voert op deze manier een verkapt fraudeonderzoek uit zonder formele aankondiging en dit is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Verder is sprake van een acute noodsituatie, omdat verzoeker dakloos is. Hierdoor is Stroomopwaarts verplicht snel te handelen. Ook gelet op de Handreiking Maatschappelijke Opvang 2022 dient Stroomopwaarts volgens verzoeker bij een acute wooncrisis niet te blijven hangen in formaliteiten of bewijsconstructies die de toegang tot hulp belemmeren.
Heeft verzoeker bezwaar gemaakt?
5. Stroomopwaarts heeft zich in eerste instantie op het standpunt gesteld dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat geen bezwaarprocedure aanhangig is tegen het bestreden besluit. Verzoeker heeft Stroomopwaarts meerdere malen laten weten dat zijn herzieningsverzoek van 30 oktober 2025 (en opvolgend herzieningsverzoek) niet als bezwaarschrift behandeld moest worden. Stroomopwaarts heeft daarom de bezwaarprocedure beëindigd.
6. Ter zitting is met verzoeker besproken dat, wanneer geen bezwaar is gemaakt tegen het bestreden besluit, de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk moet verklaren, omdat dan niet is voldaan aan het vereiste van processuele connexiteit. [1] Desgevraagd is Stroomopwaarts ter zitting bereid gevonden om de bezwaarprocedure weer te heropenen. Verzoeker heeft ingestemd met deze hervatting van de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter acht het verzoek om een voorlopige voorziening daarom ontvankelijk en zal hierna het verzoek verder beoordelen.
Heeft verzoeker een spoedeisend belang?
7. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
8. Het verzoek heeft betrekking op de afwijzing van een bijstandsuitkering, een vangnetvoorziening. Een dergelijk verzoek is naar zijn aard spoedeisend, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Hiervan is de voorzieningenrechter niet gebleken. Daar komt bij dat verzoeker stelt op dit moment dakloos te zijn en in een tent te slapen. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang daarom aan en zal de zaak inhoudelijk beoordelen.
Wat zijn de regels?
9. Iemand die bijstand aanvraagt, moet aannemelijk maken dat hij recht heeft op bijstand. De bewijslast van de bijstandbehoevendheid rust dus in beginsel op de aanvrager. Een aanvrager moet daarom feiten en omstandigheden aannemelijk maken die duidelijkheid geven over onder meer zijn financiële situatie. De bijstandverlenende instantie heeft een onderzoeksplicht. Dat brengt mee dat deze de inlichtingen van de aanvrager op juistheid en volledigheid moet controleren. Als de aanvrager niet aannemelijk maakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert, is dit een grond voor afwijzing van de aanvraag. [2]
10. Uit artikel 11, eerste lid, van de Participatiewet (Pw) volgt dat iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, recht heeft op bijstand van overheidswege.
Uit artikel 17, eerste lid, van de Pw volgt dat de belanghebbende op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doet aan het college van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn recht op bijstand.
Op grond van artikel 53a, eerste lid, van de Pw bepaalt het college welke gegevens ten behoeve van de verlening van bijstand door de belanghebbende in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van de gegevens plaatsvindt.
Mocht Stroomopwaarts de aanvraag voor een bijstandsuitkering van verzoeker afwijzen?
11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Stroomopwaarts de aanvraag voor een bijstandsuitkering van verzoeker mocht afwijzen. Stroomopwaarts heeft tot de conclusie mogen komen dat op basis van de door verzoeker verstrekte gegevens nog geen recht op bijstand vast te stellen was. Uit de door Stroomopwaarts opgestelde rapportages van 23 en 24 oktober 2025 met betrekking tot de bijstandsaanvraag is opgemerkt dat op de bankafschriften van verzoeker afschrijvingen naar Stichting [naam stichting] te zien zijn met de omschrijving huursubsidie. Ook is op het internet te lezen dat verzoeker tegen betaling een postadres en vestigingsadres verzorgt voor de Kamer van Koophandel. Op de bankafschriften van de stichting komen daarnaast betalingen van verschillende personen binnen, vinden er contante stortingen plaats en staan afschrijvingen van persoonlijke uitgaven zoals bij Dirk van den Broek. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Stroomopwaarts op basis van deze bevindingen tot de conclusie mogen komen dat er sprake was van enige financiële verstrengeling tussen verzoeker en zijn stichting, waardoor Stroomopwaarts verdere (financiële) gegevens van de stichting van verzoeker heeft mogen opvragen. De door Stroomopwaarts gevraagde gegevens over de stichting en over waar verzoeker de afgelopen jaren van heeft geleefd, zijn gegevens die van belang zijn voor de verlening van de bijstand. De voorzieningenrechter ziet geen aanwijzing voor het standpunt van verzoeker dat Stroomopwaarts onrechtmatig een verkapt fraudeonderzoek heeft uitgevoerd door de gegevens te vragen. Ook het feit dat verzoeker dakloos is, maakt niet dat Stroomopwaarts anders te werk had moeten gaan. Uit de jurisprudentie waar verzoeker naar verwijst, leidt de voorzieningenrechter niet af dat Stroomopwaarts niet op deze manier te werk had mogen gaan. Het is de voorzieningenrechter verder niet gebleken dat Stroomopwaarts naar meer gegevens heeft gevraagd dan nodig
.Ook blijkt uit het dossier niet dat tegen verzoeker een fraudeonderzoek is gestart. Vast staat dat verzoeker niet binnen de daarvoor gestelde termijn de gevraagde gegevens heeft overgelegd. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet binnen de gestelde hersteltermijn over die gegevens heeft kunnen beschikken. Hem kan dan ook een verwijt worden gemaakt van het niet tijdig inleveren van deze gegevens.
12. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat van verzoeker veel en verstrekkende gegevens worden gevraagd, is het aan de aanvrager van een bijstandsuitkering om feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die duidelijkheid geven over onder meer zijn financiële situatie. Omdat het verzoeker met name dwars zit dat Stroomopwaarts hem als fraudeur lijkt te zien en te behandelen, heeft de voorzieningenrechter verzoeker ter zitting meegegeven dat het wellicht raadzaam is achter zich te laten hoe de procedure tot nu toe is verlopen en zich te richten op de toekomstige bezwaarprocedure. Daarin kan verzoeker de gevraagde gegevens alsnog aanleveren. Stroomopwaarts heeft op de zitting aangegeven dat zij ook gegevens omtrent een tweede stichting op naam van verzoeker wenst te ontvangen. Ook deze gegevens kan verzoeker de komende tijd verzamelen en indienen bij Stroomopwaarts. Door mee te werken met wat Stroomopwaarts van verzoeker vraagt aan gegevens, kan zo snel mogelijk worden vastgesteld of hij recht heeft op een bijstandsuitkering. Dat verzoeker dakloos is, maakt niet dat zonder meer een bijstandsuitkering moet worden toegewezen.

Conclusie en gevolgen

13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat aan verzoeker vooralsnog geen bijstandsuitkering wordt toegekend. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2026.
De griffier en de voorzieningenrechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:194.