ECLI:NL:RBROT:2026:1451

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
11885463 CV EXPL 25-19845
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 onder c BWArt. 6:233 onder a BWArt. 6:83 onder a BWArt. 6:7 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurachterstand betaald; buitengerechtelijke kosten niet verschuldigd wegens oneerlijke bepalingen

De procedure betreft een geschil tussen Stichting Maasdelta Groep en twee gedaagden over een huurachterstand en de betaling van buitengerechtelijke kosten. Aanvankelijk eiste Maasdelta ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning, betaling van de achterstand met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Na aanvang van de procedure heeft de huurder de volledige huurachterstand alsnog voldaan.

De kantonrechter oordeelt dat de bepalingen in de huurovereenkomst en algemene voorwaarden die de huurder verplichten buitengerechtelijke kosten en een boete te betalen, oneerlijk zijn. Deze bepalingen wijken af van de wettelijke regeling die alleen vergoeding van redelijke incassokosten toestaat. Daarom worden deze bepalingen vernietigd en kan Maasdelta geen beroep doen op deze kosten.

Hoewel Maasdelta per mail heeft aangegeven deze bepalingen te schrappen, maakt dit geen verschil omdat de oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst blijven staan. De proceskosten worden echter wel aan de huurder opgelegd, omdat hij in verzuim was door de huur niet tijdig te betalen. De totale proceskosten worden begroot op € 1.291,95 en de gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: De huurder hoeft geen buitengerechtelijke kosten te betalen vanwege oneerlijke bepalingen, maar wordt wel veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11885463 CV EXPL 25-19845
datum uitspraak: 13 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep,
vestigingsplaats: Spijkenisse, gemeente Nissewaard,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen

1..[gedaagde 1] ,

2.
[gedaagde 2],
woonplaats: Maassluis,
gedaagden,
van wie [gedaagde 1] zelf procedeert, mede namens [gedaagde 2] .
De gedaagden worden hierna gezamenlijk ook ‘ [naam] ’ (enkelvoud) genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 september 2025, met bijlagen;
  • de mail van [naam] van 24 september 2025, met een bijlage;
  • de mail van [naam] van 7 oktober 2025, met bijlagen;
  • de repliek, met een vermindering van de eis, met een bijlage.
1.2.
[naam] heeft de gelegenheid gekregen om te reageren op de repliek, maar dat heeft hij niet gedaan.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Bij de start van deze procedure had [naam] een huurachterstand. Maasdelta eiste daarom dat de huurovereenkomst werd ontbonden en dat [naam] werd veroordeeld om de woning te ontruimen. Ook eiste ze dat hij werd veroordeeld om de achterstand te betalen, met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
2.2.
Na de start van de procedure heeft [naam] alsnog de hele achterstand betaald. Maasdelta eist dat hij nu alleen nog wordt veroordeeld om de buitengerechtelijke kosten en proceskosten te betalen.
[naam] hoeft de buitengerechtelijke kosten niet te betalen
2.3.
[naam] hoeft de buitengerechtelijke kosten niet te betalen. In de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden staan hierover namelijk oneerlijke bepalingen. Daarin staat dat [naam] € 17,50 moet betalen als hij de huur niet op tijd betaalt (pagina 2 huurovereenkomst). Daarnaast staat er dat hij dan ook alle buitengerechtelijke kosten moet betalen (pagina 2 huurovereenkomst en artikel 14 algemene Pro voorwaarden) en een boete van € 25,- per dag (artikel 16 algemene Pro voorwaarden).
2.4.
Deze bepalingen zijn oneerlijk, omdat ze Maasdelta recht geven op meer dan is toegestaan op grond van de wet. Op grond van de wet had Maasdelta namelijk alleen maar recht op vergoeding van redelijke incassokosten (artikel 6:96 lid 2 onder Pro c BW). Omdat deze bepalingen oneerlijk zijn, vernietigt de kantonrechter die (artikel 6:233 onder Pro a BW). [1] Maasdelta kan dan ook geen beroep meer doen op de wettelijke bepalingen. [2]
2.5.
Maasdelta is hier in de dagvaarding al op ingegaan. Zij wijst erop dat zij [naam] het volgende heeft gemaild: “
De algemene voorwaarden van Maasdelta die van toepassing zijn op de huurovereenkomst bevatten een artikel over (buitengerechtelijke) incassokosten en een artikel over boete. Het gaat onder andere om (…) artikel 14 en Pro 16 in de algemene huurvoorwaarden van 1 juli 2006. Deze bepalingen wijken af van de wettelijke bepaling over buitengerechtelijke incassokosten, rente en boete. Wij schrappen de bepalingen daarom uit de algemene huurvoorwaarden en zullen alleen nog de wettelijke regelingen toepassen.
2.6.
Deze mail maakt niet dat Maasdelta wel buitengerechtelijke kosten kan eisen. Maasdelta ‘schrapt’ namelijk alleen maar de artikelen uit de algemene voorwaarden, terwijl in de huurovereenkomst de oneerlijke bepalingen blijven staan. Zelfs als Maasdelta die bepalingen ook had genoemd, dan had dit niet geholpen. Dat is al eerder geoordeeld door de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam in zaken waarin deze mail ook door Maasdelta was gestuurd. [3] De kantonrechter verwijst naar die uitspraken voor een toelichting.
[naam] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [naam] . Er is namelijk geen discussie over dat hij bij de start van deze procedure een huurachterstand had. Uit de door hem overgelegde betaalbewijzen blijkt dat hij de achterstallige huurtermijnen pas op 23 september 2025 heeft betaald. Op basis van de huurovereenkomst had hij de huur steeds voor de eerste dag van de maand moeten betalen. Dat heeft hij niet gedaan. Hij is daarom in verzuim gekomen (artikel 6:83 onder Pro a BW). Maasdelta is deze procedure dus terecht gestart. [naam] moet daarom worden gezien als de partij die ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro).
2.8.
De kantonrechter begroot de kosten die [naam] aan Maasdelta moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 506,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 253,-) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.291,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor deze proceskosten (artikel 6:7 BW Pro). [4]
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Maasdelta dat eist en [naam] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van Maasdelta worden begroot op € 1.291,95;
3.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394

Voetnoten

1.Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691, 3.7.1-3.7.3
2.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia)
3.Zie onder andere: Rechtbank Rotterdam 4 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9922, 2.7 en 2.8 en Rechtbank Rotterdam 11 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9920, 2.10 en 2.11
4.Hoge Raad 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1942