ECLI:NL:RBROT:2026:1471
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet in acht nemen wachttijd bij in de handel brengen landbouwhuisdieren
Eiseres kreeg een bestuurlijke boete van €5.000 opgelegd door [verweerder] wegens het in de handel brengen van een geitenbokje binnen de wettelijke wachttijd na toediening van diergeneesmiddelen. Het geitenbokje was behandeld met middelen waarvoor een wachttijd geldt die niet was gerespecteerd. Eiseres betwistte de boete onder meer op grond van onjuiste rapportage en het feit dat het dier vernietigd is en niet in de voedselketen is gekomen.
De rechtbank oordeelt dat het rapport van bevindingen van de NVWA als voldoende bewijs geldt en dat de toezichthouders deskundig zijn. De verklaring van eiseres dat het geitenbokje per ongeluk is meegegaan, maakt de overtreding niet minder verwijtbaar. De waarschuwing die eerder werd gegeven betrof een andere overtreding (onjuist invullen VKI-formulier) en is niet omgezet in de boete.
De rechtbank stelt vast dat de boete conform het geldende handhavingsbeleid en wettelijke voorschriften is opgelegd en dat de hoogte van €5.000 passend en evenredig is. Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een lagere boete rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het boetebesluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de bestuurlijke boete van €5.000 wegens het niet naleven van de wachttijd bij het in de handel brengen van een geitenbokje.