ECLI:NL:RBROT:2026:1476

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
10-261573-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 312 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor mobiel banditisme bij twee berovingen met geweld

Op 3 oktober 2025 heeft de verdachte samen met medeverdachten twee keer op dezelfde dag sieraden met geweld van twee slachtoffers gestolen, in Rotterdam en Nootdorp. De berovingen vonden plaats door slachtoffers op straat aan te spreken en vervolgens met geweld hun sieraden af te nemen.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte als bestuurder van de auto een faciliterende rol had en dat sprake was van medeplegen. De sieraden werden teruggevonden in de auto en de locatie van de auto kwam overeen met de plaatsen van de berovingen. De verklaringen van de slachtoffers en het politieonderzoek ondersteunen de bewezenverklaring.

De feiten zijn gekwalificeerd als diefstal met geweld door meerdere verenigde personen, een ernstige vorm van mobiel banditisme. Gezien de ernst, het strafblad van de verdachte en het maatschappelijke belang van afschrikking, legt de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Een verzoek tot schadevergoeding van een slachtoffer is niet concreet ingediend en wordt niet behandeld.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor mobiel banditisme.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-261573-25
Datum uitspraak: 28 januari 2026
Datum zitting: 14 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting, locatie [detentielocatie] .
Advocaat van de verdachte: mr. P.D. Popescu,
Officier van justitie: mr. S.E. Poutsma,
Benadeelde partij: [benadeelde] .
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich samen met medeverdachten op één middag twee maal schuldig gemaakt aan diefstal met geweld door de slachtoffers van hun sieraden te beroven. De berovingen vertonen naar het oordeel van de rechtbank kenmerken van mobiel banditisme. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met medeverdachten de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met geweld heeft beroofd. De volledige tenlastelegging houdt in dat:
1.
zij op of omstreeks 3 oktober 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een gouden ketting en/of een gouden hanger, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- De hand(en) en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] beet te pakken en/of
- vanuit de auto naar de nek van die [slachtoffer 1] te grijpen en/of (vervolgens) aan haar ketting te trekken;
2.
zij op of omstreeks 3 oktober 2025 te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een paar oorbellen en/of een ketting met een hanger in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- aan de handen en/of de armen en/of de vingers en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] te trekken en/of
- die [slachtoffer 2] bij haar lichaam vast te houden en/of
- aan de oren te voelen en/of trekken en/of
- aan de zakken van die [slachtoffer 2] te voelen.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte, samen met twee medeverdachten, met geweld sieraden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gestolen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] [2]
Op 3 oktober 2025 omstreeks 14.45 uur werd mijn ketting door een vrouw van mijn nek getrokken. Dit gebeurde op de [straatnaam] in Rotterdam. Niemand had het recht of de toestemming om mijn ketting weg te nemen. Ik zag dat een auto stopte. Een man bestuurde de auto. Een vrouw zat als bijrijder in de auto en een vrouw zat achter de bijrijder. De vrouw achterin aan de bijrijderszijde sprak mij aan. Ik leunde richting het raam. De vrouw werd tijdens het gesprek handtastelijk en pakte mijn hand beet. Toen ik haar afweerde, begon de bijrijder zich ermee te bemoeien. Ze pakte mijn hand. De vrouw die achterin zat, ging uit het raam hangen en omhelsde mij. Terwijl ze mij omhelsde gaf de bestuurder gas en trok de vrouw de ketting van mijn nek. Ik zag dat mijn ketting weg was: een 18-karaats gouden schakelketting van ongeveer 60 cm, met een gouden driehoekige hanger met een gouden 10 gulden munt met een afbeelding van Wilhelm de tweede en jaartal 1876.
2.
Verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] [3]
Ik doe aangifte van diefstal met geweld. Ik heb niemand toestemming gegeven tot het
doen plegen van dit feit. Op 3 oktober 2025 omstreeks 16:40 uur te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, zag ik dat een zwarte Audi met een witte kentekenplaat kwam aanrijden. Ik zag dat een vrouw haar raam opendeed en aan mij vroeg waar de supermarkt was. Zij zat rechts achterin. Deze vrouw zal ik persoon 1 noemen. Ik zag dat nog een vrouw op de achterbank zat en dat een man achter het stuur zat. De tweede vrouw zal ik persoon 2 noemen. Ik zag dat persoon 1 uitstapte, naar mij toeliep en vervolgens voelde ik dat zij aan mij handen en vingers begon te trekken. Ik zag dat persoon 2 vervolgens ook uit de auto stapte en ook aan mij begon te trekken. Ik riep tegen persoon 1 en 2: ik wil dit niet! De man achter het stuur riep: Dit is dank voor mijn country.
Ik zag en voelde dat persoon 1 mij vasthield en aan mijn vingers zat. Ik zag en
voelde dat persoon 2 aan mijn oren zat. Ik voelde een stekende pijn bij mijn
oorlellen en had het gevoel dat persoon 2 mijn oorlellen eraf zou scheuren. Persoon 1en 2 hebben in mijn zakken gezeten. Ik heb niemand toestemming gegeven om mijn oorbellen en ketting af te nemen. Ik heb niemand toestemming gegeven om mij pijn te doen.
3.
Aanvullende verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] [4]
De ketting die is weggenomen is goud/geel 14 karaat met daaraan een afneembare hanger in de kleuren blauw, paars, groen en oranje. De oorbellen die zijn weggenomen zijn goud/geel 14 karaat met kleuren blauw, paars, groen en oranje.
4.
Verklaring van de verdachte [5]
De oudste rechter vraagt mij of ik op beide plaatsen ben geweest. Dat klopt.
5.
Proces-verbaal van de politie [6]
Kort voordat wij op 3 oktober 2025 om 17:31 uur de drie verdachten aanhielden, zagen wij dat in de blauwe Audi A6 met kenteken [kentekennummer] een man en twee vrouwen zaten. Wij zagen dat zij op de volgende plaats in het voertuig zaten:
Bestuurder: (bleek later) verdachte [verdachte] .
Bijrijder: (bleek later) verdachte [medeverdachte] .
Passagier: (bleek later) verdachte NN DH 2025335379.
Ik, verbalisant [naam verbalisant] , had eerder gehoord van verdachte [verdachte] dat zijn telefoon in de telefoon standaard in de auto lag. De mobiele telefoon van verdachte [verdachte] werd in beslag genomen.
6.
Proces-verbaal van de politie [7]
In de personenauto met kenteken [kentekennummer] is op 9 oktober 2025 een rood stoffen zakje aangetroffen met daarin één gouden ketting met een gouden driehoekige hanger met daarin een gouden munt van Wilhelm de tweede, één gouden ketting met daaraan een rechthoekige gouden hanger met 8 stenen in de kleuren groen, blauw, oranje en paars en 2 gouden oorbellen met dezelfde stenen en in dezelfde kleurstelling als de ketting.
7.
Proces-verbaal van de politie [8]
Tijdens een doorzoeking van het voertuig zijn sieraden aangetroffen die overeenkomen met de sieraden beschreven in de aangiftes van de twee slachtoffers. Wij toonden het sieraad met goednummer [goednummer 1] aan [slachtoffer 1] dat wij volledig vonden overeenkomen met het opgegeven signalement van het gestolen sieraad. Zij verklaarde dat dit het sieraad was dat van haar was gestolen.
Wij toonden de sieraden met goednummers [goednummer 2] en [goednummer 3] aan [slachtoffer 2] die wij volledig vonden overeenkomen met het opgegeven signalement van de gestolen sieraden. Zij verklaarde dat dit haar gestolen sieraden betroffen.
8.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte] [9]
Ik ben, vanaf dat [voornaam verdachte] mij ophaalde met de auto, continu met hen in de auto geweest, tot de politie kwam.
9.
Schriftelijk stuk, te weten: Kennisgeving van inbeslagneming [10]
Beslagene
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [voornaam verdachte]
Goednummer: [nummer proces-verbaal 1]
10.
Schriftelijk stuk, te weten: Kennisgeving van inbeslagneming [11]
Beslagene
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [voornaam verdachte]
Goednummer: [nummer proces-verbaal 2]
11.
Schriftelijk stuk, te weten: Kennisgeving van inbeslagneming [12]
Beslagene
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [voornaam verdachte]
Goednummer: [nummer proces-verbaal 3] .
2.3.2.
Bewijsmotivering
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte samen met medeverdachten de sieraden van de aangeefsters heeft gestolen. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, of het opzet van de verdachte daarop was gericht en of zijn opzet was gericht op de diefstal met geweld. Verder is de vraag aan de orde of er ten opzichte van aangeefster [slachtoffer 1] geweld is gepleegd. De verdediging heeft beide vragen ontkennend beantwoord. De aangiften worden ondersteund door het aantreffen van de geroofde sieraden in de auto waarin de verdachten zich bij hun aanhouding bevonden. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van de ANPR-gegevens en de inbeslaggenomen telefoon, dat de auto zich in de buurt van beide pleegplaatsen bevond ten tijde van de berovingen.
De rechtbank is, gelet op de werkwijze van de verdachten, van oordeel dat sprake is van medeplegen. De verdachten bevonden zich steeds gezamenlijk in de auto die werd bestuurd door de verdachte. Hij stopte de auto precies bij de beoogde aangeefsters. De aangeefsters werden op straat aangesproken door een van de medeverdachten vanuit de auto. Daarna mengde een tweede medeverdachte zich in het gesprek. Vervolgens werd aangeefster [slachtoffer 1] door een van de vrouwelijke medeverdachten beroofd van haar sieraden door haar vast te pakken bij de hand, haar te omhelzen, de ketting vast te pakken, waarna de verdachte gas gaf en wegreed. Aangeefster [slachtoffer 2] werd door het trekken aan haar handen, vingers en oorlellen beroofd van haar sieraden, waarna de verdachte riep: Dit is dank voor mijn country. Aansluitend verlieten de verdachten in de door de verdachte bestuurde auto snel de pleegplaats. Deze werkwijze was bij beide diefstallen hetzelfde. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking waarbij de verdachte als bestuurder van de auto een faciliterende rol van voldoende gewicht had om van medeplegen te kunnen spreken. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dat hij geen wetenschap heeft gehad van de diefstal ongeloofwaardig. Uitgaande van deze nauwe en bewuste samenwerking bij de diefstallen, heeft de verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat medeverdachten geweld zouden gebruiken om zich de sieraden toe te eigenen.
Verder is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat de combinatie van het vastpakken van en het trekken aan aangeefster [slachtoffer 1] om vervolgens min of meer tegelijkertijd onverhoeds een ketting los te rukken van iemands nek, een geweldshandeling is die erop gericht is de diefstal te vergemakkelijken.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij op 3 oktober 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een gouden ketting en een gouden hanger, die geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door:
- de handen en het lichaam van die [slachtoffer 1] beet te pakken en
- vanuit de auto naar de nek van die [slachtoffer 1] te grijpen en vervolgens aan haar ketting te trekken;
Feit 2
hij op 3 oktober 2025 te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp tezamen en in vereniging met anderen een paar oorbellen en een ketting met een hanger die geheel aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door:
- aan de handen en de vingers en het lichaam van die [slachtoffer 2] te trekken en
- die [slachtoffer 2] bij haar lichaam vast te houden en
- aan de oren te voelen en trekken.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Feit 2
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van het voorarrest. Hierbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met de omstandigheid dat sprake is van mobiel banditisme.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
4.2.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich samen met medeverdachten op klaarlichte dag op straat op geraffineerde wijze in een korte periode meermalen schuldig gemaakt aan straatroof. Zij maakten misbruik van de welwillendheid van de slachtoffers door hen iets te vragen. Toen de slachtoffers zich hulpvaardig toonden en antwoord gaven, werden zij met geweld beroofd van hun sieraden. Deze gebeurtenissen moeten voor de slachtoffers zeer beangstigend zijn geweest. De verdachte heeft met zijn gedrag geen respect getoond voor andermans eigendommen en lichamelijke integriteit. De verdachte heeft alleen oog gehad voor zijn eigen gewin en heeft zich geen enkele rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Daarnaast maken straatroven als deze dat burgers zich minder veilig voelen op straat en hebben zij daardoor een impact op de gehele samenleving. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.
De verdachte is samen met medeverdachten vanuit Duitsland naar Nederland gereisd. De verdachte heeft geen band met Nederland en heeft hier geen vaste woon- of verblijfplaats. Het is onduidelijk wat de verdachte, anders dan het plegen van diefstallen, in Nederland kwam doen. Wat hij daarover heeft verklaard vindt de rechtbank niet geloofwaardig. De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat de berovingen kenmerken vertonen van mobiel banditisme.
4.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 december 2025 en het uittreksel ECRIS van 14 oktober 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.
4.2.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een andere soort straf is niet passend. Mobiel banditisme is een ernstige vorm van criminaliteit. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarop slechts worden gereageerd met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Naast vergelding dient de straf ook een afschrikkende werking te hebben om te voorkomen dat mensen naar Nederland komen (enkel) om strafbare feiten te plegen.

5.Verzoek tot schadevergoeding

Verzoek tot schadevergoeding [slachtoffer 1]
heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend waarin zij haar immateriële schade beschrijft zonder daarbij een concreet bedrag te noemen. De rechtbank stelt vast dat zij daarmee feitelijk geen vordering heeft ingediend. De rechtbank hoeft daarop dus niet te beslissen.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 12 (zegge: twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. I. Bouter en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Wuijckhuijse, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 januari 2026.
De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt – tenzij anders vermeld – gedoeld op paginanummers uit het procesdossier.
2.Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] (pagina 1 e.v.).
3.Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] (pagina 5 e.v.).
4.Proces-verbaal aanvullende aangifte [slachtoffer 2] (pagina 12 e.v.).
5.Verklaard tijdens de zitting van 14 januari 2026.
6.Proces-verbaal van bevindingen (pagina 19 e.v.).
7.Proces-verbaal van bevindingen (pagina 104).
8.Proces-verbaal van bevindingen (pagina 123 e.v.).
9.Proces-verbaal verklaring verdachte [medeverdachte] (pagina 83).
10.Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 123.
11.Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 124.
12.Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 125.