ECLI:NL:RBROT:2026:1477

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
AWB - 25 _ 4961
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PwArtikel 5.2 Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor warmtetoeslag wegens ontbreken medische indicatie

Eiseres diende op 22 augustus 2024 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor warmtetoeslag vanwege gezondheidsproblemen die volgens haar extra verwarmingskosten noodzakelijk maken. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag op 18 december 2024 af, waarna het bezwaar op 15 mei 2025 ongegrond werd verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen deze besluiten.

De rechtbank behandelde het beroep op 22 januari 2026 en concludeerde dat het medisch advies van het Team Sociaal Medische Advisering (TSMA) geen medische indicatie voor extra stookkosten gaf. Eiseres kon zichzelf door spierbewegingen warm houden en had geen objectieve gegevens overgelegd die het advies weerlegden. De rechtbank oordeelde dat het college het besluit zorgvuldig en gemotiveerd had genomen en dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd voor een afwijking van het beleid.

De rechtbank verwierp ook het betoog dat de medisch adviseur onzorgvuldig had gehandeld door geen informatie bij de behandelend arts op te vragen, aangezien eiseres zelf de mogelijkheid had om relevante medische informatie aan te leveren. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor warmtetoeslag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van medische noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4961

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. El Idrissi),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. Z. Abachi).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college op de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand voor warmtetoeslag. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden van eiseres niet slagen. Eiseres heeft dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 18 december 2024 (het primaire besluit) heeft het college de aanvraag om warmtetoeslag afgewezen.
2.1.
Met het besluit van 15 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. M. El Idrissi als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft op 22 augustus 2024 een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor warmtetoeslag in verband met ziekte. Op het aanvraagformulier is aangegeven dat het een aanvraag voor een bedrag van € 3.089,86 betreft en bij de aanvraag is een eindafrekening van Oxxio voor dit bedrag gevoegd. Op 28 november 2024 heeft een arts van het Team Sociaal Medische Advisering (TSMA) een adviesbrief bijzondere bijstand opgesteld. De vraagstelling was of extra verwarming medisch noodzakelijk is en indien dit zo zou zijn, voor welke delen van de woning. Volgens het medisch advies is er geen medische indicatie voor vergoeding van warmtekosten. Eiseres wordt in staat geacht ondanks haar beperkingen zichzelf door middel van spierbewegingen warm te houden. Vervolgens heeft het college het primaire besluit genomen en deze met het bestreden besluit gehandhaafd.
Het standpunt van eiseres
4. Eiseres betoogt - kort weergegeven - dat er bijzondere medische omstandigheden zijn waarbij extra stoken geïndiceerd is. Zij wijst er daartoe op dat zij eerder is behandeld wegens een ernstige aandoening en sindsdien problemen ervaart met het op peil houden van de lichaamstemperatuur. Voorts betoogt eiseres dat de medisch adviseur ten onrechte heeft nagelaten om informatie bij de behandelende sector op te vragen. Volgens eiseres is het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De wet- en regelgeving en rechtspraak
5. Artikel 35, eerste lid, van de Pw bepaalt, samengevat, dat iemand alleen aanspraak heeft op bijzondere bijstand voor zover deze niet beschikt over eigen middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan.
6. Woonkosten zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. In de Pw is uitgangspunt dat de betrokkene die kosten zelfstandig uit de eigen middelen voldoet en dat deze uit een inkomen op bijstandsniveau kunnen worden voldaan. Als medische redenen een extra verwarmde woning vereisen, komen de extra te maken stookkosten– als daarvoor geen voorliggende voorziening bestaat –voor bekostiging door bijzondere bijstand in aanmerking: deze kosten zijn dan noodzakelijk wegens bijzondere omstandigheden. Het college kent daarom alleen bijzondere bijstand voor extra stookkosten toe nadat uit een deskundigenadvies is gebleken dat er op medische gronden een hogere woningtemperatuur is aangewezen dan gebruikelijk. Dit staat in artikel 5.2 van de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024.
Het oordeel van de rechtbank
7. De beroepsgrond dat de medisch adviseur ten onrechte heeft nagelaten om informatie bij de behandelende sector op te vragen, slaagt niet. Zoals volgt uit vaste rechtspraak [1] mag een bijstandverlenende instantie zich bij zijn besluitvorming baseren op concrete adviezen van deskundige instellingen als de GGD. In dat kader moet de bijstandverlenende instantie zich ervan vergewissen of het advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, of het geen onjuistheden bevat en of het deugdelijk is gemotiveerd. Er is onvoldoende reden om aan te nemen dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen op de enkele grond dat geen informatie bij de behandelaar van eiseres is opgevraagd. Eiseres had ook zelf, en als aanvrager van bijzondere bijstand lag dat ook meer op haar weg, tijdig informatie van een behandelaar kunnen overleggen, of in haar gesprek met de arts kunnen wijzen op een advies van een behandelaar over haar temperatuurregulatie. Eerst in beroep heeft eiseres een brief van haar behandelend longarts overgelegd.
8. De beroepsgrond dat eiseres om medische redenen extra stookkosten moet maken, kan niet slagen. Uit de brief van de longarts kan niet worden geconcludeerd dat het voor de gezondheid van eiseres is aangewezen dat de temperatuur in haar woning hoger dient te zijn dan wat gemiddeld gebruikelijk is. Volgens het medisch advies zijn er geen bijzondere omstandigheden gebleken waarbij extra stoken geïndiceerd is. Eiseres heeft geen objectieve en verifieerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat het medisch advies onjuist is of dat het college op basis van het advies tot een ander oordeel had moeten komen. In bezwaar heeft de arts van het TSMA voorts voldoende toegelicht waarom er nu - in tegenstelling tot bij een aanvraag in het verleden - geen medische noodzaak bestaat voor het vergoeden van (hogere) kosten van het stoken.
Omdat een extra verwarmde woning in het geval van eiseres om medische reden niet nodig is, zijn extra stookkosten voor eiseres geen uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke bestaanskosten. Zij heeft voor die kosten volgens de eisen die artikel 35, eerste lid, van de Pw stelt, dan ook geen aanspraak op bijzondere bijstand. Het beleid van het college sluit aan op de eisen van artikel 35, eerste lid, van de Pw en kent geen begunstigende afwijkingsmogelijkheid. Het college was niet gehouden eiseres ondanks het ontbreken van een medische noodzaak in strijd met zijn beleid toch warmtetoeslag toe te kennen.
9. Van strijd met de door eiseres genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur is niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk heeft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Bedee, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
De rechter is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2022:1573.