ECLI:NL:RBROT:2026:1477
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor warmtetoeslag wegens ontbreken medische indicatie
Eiseres diende op 22 augustus 2024 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor warmtetoeslag vanwege gezondheidsproblemen die volgens haar extra verwarmingskosten noodzakelijk maken. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag op 18 december 2024 af, waarna het bezwaar op 15 mei 2025 ongegrond werd verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank behandelde het beroep op 22 januari 2026 en concludeerde dat het medisch advies van het Team Sociaal Medische Advisering (TSMA) geen medische indicatie voor extra stookkosten gaf. Eiseres kon zichzelf door spierbewegingen warm houden en had geen objectieve gegevens overgelegd die het advies weerlegden. De rechtbank oordeelde dat het college het besluit zorgvuldig en gemotiveerd had genomen en dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd voor een afwijking van het beleid.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat de medisch adviseur onzorgvuldig had gehandeld door geen informatie bij de behandelend arts op te vragen, aangezien eiseres zelf de mogelijkheid had om relevante medische informatie aan te leveren. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor warmtetoeslag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van medische noodzaak.