Verzoekster heeft een problematische schuldensituatie en verzoekt toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en vaststelling van een eerdere ingangsdatum dan de datum van het vonnis.
De rechtbank beoordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zijn van te goeder trouw en het centrum van haar belangen in Nederland. De looptijd van de regeling wordt vastgesteld op 18 maanden.
Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen omdat het vrij te laten bedrag (VTLB) niet correct is berekend; er is geen rekening gehouden met de tegemoetkoming voor inwonenden en de gederfde huurtoeslag. Daarnaast ontbreken belangrijke stukken ter onderbouwing van het VTLB en zijn er geen sollicitatiebewijzen of bewijs van arbeidsongeschiktheid overgelegd.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen binnen de Wsnp. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.