ECLI:NL:RBROT:2026:1508

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25/1543
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 349a FwArt. 295 FwArt. 296 FwArt. 316 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling ingangsdatum en looptijd

Verzoekster heeft een problematische schuldensituatie en verzoekt toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en vaststelling van een eerdere ingangsdatum dan de datum van het vonnis.

De rechtbank beoordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zijn van te goeder trouw en het centrum van haar belangen in Nederland. De looptijd van de regeling wordt vastgesteld op 18 maanden.

Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen omdat het vrij te laten bedrag (VTLB) niet correct is berekend; er is geen rekening gehouden met de tegemoetkoming voor inwonenden en de gederfde huurtoeslag. Daarnaast ontbreken belangrijke stukken ter onderbouwing van het VTLB en zijn er geen sollicitatiebewijzen of bewijs van arbeidsongeschiktheid overgelegd.

De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen binnen de Wsnp. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met ingangsdatum 28 januari 2026 en een looptijd van 18 maanden; verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
28 januari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [verzoekster] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op
22 november 2024. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 14 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster],
- [naam 1],
- mevrouw L. Middelburg, mevrouw A. Zoughagh en mevrouw G. de Jong,
schuldhulpverleners van de gemeente Rotterdam.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat zij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. In het VTLB is geen rekening gehouden met de tegemoetkoming inwonenden bij inkomsten. In dit geval had aan tegemoetkoming moeten worden opgenomen het bedrag aan gederfde huurtoeslag. Schuldhulpverlening heeft ter zitting wel verklaard dat zij een proefberekening toeslagen heeft gemaakt. De gederfde huurtoeslag heeft zij vervolgens opgenomen als tegemoetkoming inwonenden bij een nieuwe berekening van het VTLB. Volgens schuldhulpverlening was ook in dit geval geen sprake van afdrachtcapaciteit. Schuldhulpverlening heeft deze stukken echter niet meegenomen naar zitting, waardoor de rechtbank dit niet kan controleren. Daarnaast ontbreken overige stukken ter onderbouwing van het VTLB, bijvoorbeeld de uitkeringsspecificaties, de specificatie zorgverzekering, de huurspecificatie en de specificatie toeslagen. Bovendien is slechts één VTLB aangeleverd over de periode 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024. De VTLB-berekeningen over 2025 zijn niet aangeleverd. Daarnaast heeft [verzoekster] geen sollicitatiebewijzen overgelegd, noch heeft zij aangetoond dat sprake was van arbeidsongeschiktheid in de periode vanaf aanvang van het minnelijk traject.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam]
voorheen handelend onder de naam [hnaam bedrijf];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder [naam 2],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 28 januari 2026 en de duur op 18 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met mr. N.A. Masrom, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026. [1]