Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden waarbij geen uitdeling aan schuldeisers plaatsvindt en verzoekt de rechtbank om een dwangakkoord te bevelen. Debicare en Menzis, twee schuldeisers met respectievelijk 15,1% en 6,5% van de totale schuldenlast, weigeren in te stemmen met het akkoord. Debicare stelt dat de kinderopvangtoeslag niet is gebruikt voor betaling van de factuur en dat kwijtschelding de continuïteit van haar onderneming bedreigt. Menzis erkent de problematische schuldensituatie maar wil een langere doorlooptijd en kwalitatieve begeleiding.
De rechtbank overweegt dat schuldeisers in beginsel recht hebben op volledige betaling en dat het belang van Debicare en Menzis bij weigering van instemming zwaar weegt. Het aangeboden akkoord is een nulaanbod waarbij schuldeisers worden gevraagd hun vordering kwijt te schelden. Verzoekster werkt sinds november 2025 parttime, maar er is onvoldoende bewijs dat zij niet in staat is meer te werken of arbeidsongeschikt is. De VTLB-berekening bevat bovendien een onjuiste correctie voor het kindgebonden budget.
Gelet op deze feiten concludeert de rechtbank dat het aanbod niet het uiterste is wat verzoekster kan bieden en dat de belangen van de weigeraars zwaarder wegen dan die van verzoekster en overige schuldeisers. Daarom wordt het verzoek tot dwangakkoord afgewezen. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.