ECLI:NL:RBROT:2026:152
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beschermd wonen wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker, een 18-jarige asielzoeker uit Soedan, heeft een aanvraag voor beschermd wonen ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, welke is afgewezen. Verzoeker heeft tevens een lopende aanvraag en bijstandsuitkering in Apeldoorn, waar een opvangplek beschikbaar is.
Verzoeker vordert een voorlopige voorziening om tijdelijk in Rotterdam te worden opgevangen totdat op zijn bezwaar tegen de afwijzing is beslist. De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij een spoedeisend belang, dat hier ontbreekt.
Hoewel verzoeker aangeeft zich in Apeldoorn onveilig te voelen en tijdelijk in Rotterdam te hebben overnacht, is gebleken dat zijn opvangplek in Apeldoorn nog beschikbaar is en er geen incidenten zijn die een onveilige situatie aantonen. Het verlaten van deze plek is een eigen keuze van verzoeker.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Het college hoeft verzoeker voorlopig geen opvangplek te bieden en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.