ECLI:NL:RBROT:2026:1539
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam van 14 januari 2026. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
De griffier heeft verzoekster bij aangetekende brief van 29 januari 2026 in de gelegenheid gesteld het griffierecht van €54 binnen twee weken te betalen. De brief is op 31 januari 2026 bezorgd en voor ontvangst getekend. Verzoekster heeft het griffierecht echter niet binnen de gestelde termijn betaald en heeft geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Veling op 18 februari 2026.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.