ECLI:NL:RBROT:2026:1564

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25-1888
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating Wsnp zonder eerdere ingangsdatum wegens niet-naleving inspanningsverplichting

Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek toegewezen omdat zij voldoet aan de voorwaarden van problematische schulden en te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden.

Het verzoek om de ingangsdatum van de Wsnp-regeling te vervroegen naar 21 maart 2025 is afgewezen. De rechtbank stelt dat een eerdere ingangsdatum alleen kan worden vastgesteld indien de schuldenaar gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject aan de inspanningsverplichting heeft voldaan, waaronder fulltime werken of aantoonbaar solliciteren. Mevrouw [verzoekster] heeft niet kunnen aantonen dat zij hieraan heeft voldaan, mede door het ontbreken van een medische rapportage over arbeids(on)geschiktheid.

De rechtbank heeft de looptijd van de Wsnp vastgesteld op achttien maanden, ingaande op 4 februari 2026, met een einddatum op 4 augustus 2027. Er is een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel. Tevens is een rechter-commissaris benoemd voor toezicht op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen, maar het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen wegens niet-naleving van de inspanningsverplichting.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
4 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast verzoekt mevrouw [verzoekster] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 21 maart 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 28 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] , verzoekster,
- de heer [persoon A] , partner van verzoekster,
- mevrouw M. Koçak en mevrouw S. Opstal, beschermingsbewindvoerders.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste inspanningsverplichting is voldaan. Mevrouw [verzoekster] heeft niet fulltime (36 uur per week) gewerkt of hiernaar gesolliciteerd. Ook heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij hiertoe niet in staat is gebleken. Er is geen rapportage overgelegd van een medische keuringsinstantie, waarin de arbeids(on)geschiktheid van mevrouw [verzoekster] is vastgesteld. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende informatie om te kunnen vaststellen of aan de inspanningsverplichting is voldaan. Mevrouw [verzoekster] heeft – conform het overgelegde Vtlb – geen afloscapaciteit. De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] hiermee wel heeft voldaan aan haar afdrachtverplichting.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). Mevrouw [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .
3.6.
Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] -1962 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder E.A. de Snoo,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 4 februari 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 4 augustus 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, in samenwerking met
S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026. [1]