ECLI:NL:RBROT:2026:1567

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25/1600 en FT RK 25/1601
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P. van Eeden-van Harskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gedwongen schuldregeling tegen weigering schuldeiser Greenwheels

Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan tien schuldeisers, waarbij negen schuldeisers instemden, maar Greenwheels, met een vordering van €3.304,39 (17,2% van de totale schuld), weigerde mee te werken. De rechtbank kon niet vaststellen of Greenwheels correct was opgeroepen, maar gaf haar alsnog gelegenheid tot reactie, die niet werd benut.

De rechtbank beoordeelde of Greenwheels in redelijkheid haar weigering kon handhaven, waarbij werd meegewogen dat het voorstel door een onafhankelijke partij was getoetst en goed gedocumenteerd was. Verzoeker heeft geen vast werk maar voldoet aan de werkverplichting en heeft zijn aflossingscapaciteit verantwoord berekend. De regeling biedt een beter resultaat voor schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich meebrengt.

De belangen van verzoeker en de negen instemmende schuldeisers wegen zwaarder dan die van Greenwheels. Daarom beveelt de rechtbank Greenwheels om in te stemmen met de schuldregeling, veroordeelt haar in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank beveelt Greenwheels in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling af.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] en [nummer 2]
uitspraakdatum: 30 januari 2026
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 8 september 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een schuldeiser, te weten:
- Greenwheels, wiens vordering in behandeling is bij Invorderingsbedrijf B.V. (hierna: Greenwheels);
die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 16 januari 2026 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
  • de heer [persoon B] , begeleider bij CVD.
De rechtbank kan niet met zekerheid vaststellen of Greenwheels op de juiste wijze is opgeroepen en of zij op de hoogte is van de zitting. Om die reden heeft de rechtbank Greenwheels op 16 januari 2026 en 23 januari 2026 per e-mail geïnformeerd over het verzoek en de zitting, en haar in de gelegenheid gesteld haar standpunt schriftelijk dan wel mondeling toe te lichten. Greenwheels heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift tien schuldeisers, waarvan twee preferente en acht concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 19.206,52 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 29 januari 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 0,271% aan de preferente schuldeisers en 0,135% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering. Verzoeker werkt incidenteel en krijgt een 0-uren contract aangeboden. De kans is aanwezig dat er meer inkomen gegenereerd kan worden voor de schuldeisers. Hierdoor voorziet de aangeboden regeling in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.
Negen schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Greenwheels stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 3.304,39 op verzoeker, welke 17,2% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

In de contacten met schuldhulpverlening heeft Greenwheels te kennen gegeven niet akkoord te gaan met het aangeboden bedrag door de hoogte van haar vordering. Greenwheels heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunt toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Greenwheels bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Greenwheels in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Greenwheels een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 17,2% en dat een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk negen van de tien schuldeisers, met de aangeboden regeling akkoord is gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker momenteel geen vast betaald werk heeft, maar wel regelmatig solliciteert en incidenteel werk verricht. Dit toont aan dat verzoeker actief bezig is met het zoeken naar werk en voldoet aan de werkverplichting die geldt binnen de schuldsaneringsregeling, namelijk 36 uur per week. Door schuldhulpverlening is ter zitting verklaard dat is voldaan aan alle waarborgen die ervoor moeten zorgen dat verzoeker het maximale ten behoeve van zijn schuldeisers zal afdragen. Verzoeker heeft met behulp van budgetbeheer tot en met januari 2026 afdrachten gereserveerd binnen de berekening van het aangeboden percentage. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Greenwheels, die geweigerd heeft in te stemmen.
Het verzoek om Greenwheels te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Greenwheels zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Greenwheels om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Greenwheels in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.