Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: de schuldhulpverlener);
- mevrouw [persoon B] , werkzaam bij Stichting Woonstad Rotterdam (hierna: verweerster).
2.Het verzoek
11 november 2025 is verzoekster door het wijkteam aangemeld bij Geldplein voor schuldhulpverlening.
3.Het verweer
4.De beoordeling
€ 2.025,00 zou voldoende moeten zijn om de lopende huur van € 675,73 te voldoen. Verzoekster heeft evenwel niet aangetoond dat zij de lopende huurtermijnen (tijdig) voldoet. Hoewel verzoekster de huur van december 2025 uiteindelijk wel – op 16 december 2025 en dus te laat – heeft voldaan, heeft zij niet aangetoond dat de huur van januari 2026 is voldaan of zal worden voldaan. Ook zijn er geen stukken ontvangen waaruit volgt dat zij zichzelf daadwerkelijk heeft aangemeld voor beschermingsbewind. De rechtbank is daarom niet voldoende overtuigd dat verzoekster gedurende de voorziening de lopende huurtermijnen zal voldoen. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat de verzochte voorziening niet toewijsbaar is. Het ontruimingsvonnis kan immers alleen worden opgeschort voor de duur van de voorziening als de lopende huurverplichtingen gedurende die voorziening worden voldaan (artikel 287b jo. 305 lid 2 Fw). Bovendien moet voldoende aannemelijk zijn dat verzoekster zich zal inspannen om een oplossing te vinden voor haar problematische schuldensituatie. Hiervan is niet gebleken. Verzoekster is al meerdere keren aangemeld voor schuldhulpverlening via de gemeente. Ook is al sprake geweest van beschermingsbewind. Dit alles zonder resultaat. Het beschermingsbewind is recent beëindigd omdat het niet uitvoerbaar bleek. Daarnaast is verzoekster niet ter zitting verschenen en heeft zij geen gebruik gemaakt van de extra tijd die aan haar is geboden om haar standpunt dat zij de huur tijdig zal gaan betalen en dat er opnieuw beschermingsbewind zal worden ingesteld, nader te onderbouwen. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van verweerster zwaarder dient te wegen dan het belang van verzoekster. De verzochte voorziening zal dan ook worden afgewezen.