ECLI:NL:RBROT:2026:1578

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25/1916 en FT RK 25/1917
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot dwangakkoord bij weigering schuldeiser in schuldregeling

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen tegen één schuldeiser, Elbuco, die niet instemde met een aangeboden schuldregeling. De regeling betrof een betaling van 9,18% aan preferente en 4,59% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker, die fulltime werkt en onder beschermingsbewind staat.

Vijfentwintig van de zesentwintig schuldeisers stemden in met het akkoord, alleen Elbuco, met een vordering van 9,9% van de totale schuld, weigerde. De rechtbank oordeelde dat het belang van Elbuco bij volledige betaling niet opweegt tegen de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers, mede omdat het voorstel deskundig is getoetst en het maximale haalbare betreft.

De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) af, omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert voor schuldeisers. Elbuco werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis trad in de plaats van vrijwillige instemming, waardoor verzoeker kan voortgaan met betalingen.

Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser Elbuco wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] en [nummer 2]
uitspraakdatum: 28 januari 2026
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 21 oktober 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een één schuldeiser, te weten:
- Elbuco, in behandeling bij Deqt (hierna:Elbuco);
die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 20 januari 2026 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • de heer [persoon A] , werkzaam bij Avres (hierna: schuldhulpverlening);
  • de heer R. van Vliet, werkzaam bij De Visser & Kant V.O.F (hierna: beschermingsbewindvoerder)
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift zesentwintig schuldeisers, waarvan één preferente en vijfentwintig concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 105.930,72 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van
27 maart 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 9,18% aan de preferente schuldeisers en 4,59% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt fulltime, 38 uur per
week, en heeft een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd.
Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden al geruime tijd door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan.
Vijfentwintig schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Elbuco stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 10.436,42 op verzoeker, welke 9,9% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Elbuco geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Elbuco bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Elbuco in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Elbuco een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 9,9%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk vijfentwintig van de zesentwintig schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Avres. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker beschikt over een fulltime baan, op basis van een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd. Dat betekent dat verzoeker reeds voldoet aan de in de schuldsaneringsregeling bestaande arbeidsverplichting voor 36 uur per week. Verzoeker staat onder beschermingsbewind. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede. Gelet op het voorgaande is het voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker in de komende jaren geen hogere afloscapaciteit zal verkrijgen. Daarnaast is niet gebleken dat verzoeker over vermogensbestanddelen beschikt die waarde zouden kunnen opleveren voor de schuldeisers.
De rechtbank acht het aannemelijk dat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (de Wsnp) toewijsbaar is en dat daarbij wellicht een eerdere ingangsdatum zou moeten worden toegekend. Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de Wsnp op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de Wsnp zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker, die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen, en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Elbuco, die geweigerd heeft in te stemmen.
Het verzoek om Elbuco te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Elbuco zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Elbuco om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Elbuco in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van Z. da Luz Almeida, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.