De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) met een verzoek om een eerdere ingangsdatum. De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek op 4 februari 2026 behandeld en de toelating tot de Wsnp toegewezen.
De rechtbank oordeelt dat de heer verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden en dat hij aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen. Het verzoek om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 1 september 2024 wordt afgewezen omdat dit niet verenigbaar is met de systematiek van de Wsnp en het eerdere schuldhulpverleningstraject. Wel wordt een eerdere ingangsdatum vastgesteld op 10 juli 2025, omdat vanaf die datum aan de afdracht- en inspanningsverplichtingen is voldaan.
Tijdens het Wsnp-traject worden de verplichtingen van de schuldenaar nauwgezet gecontroleerd door een bewindvoerder, die tevens de boedel beheert en vereffent. De rechtbank benoemt een rechter-commissaris die toezicht houdt op de bewindvoerder. Indien de heer verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.
De rechtbank stelt de looptijd van de Wsnp-regeling op achttien maanden, met een einddatum van 10 januari 2027. De bewindvoerder krijgt de opdracht om de post van de heer verzoeker in te zien en mag een voorschot op zijn vergoeding nemen, voor zover de boedel toereikend is. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak.