De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om een eerdere ingangsdatum van 28 mei 2025. De rechtbank oordeelt dat ondanks dat sommige schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan, toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd is omdat de schuldenaar de omstandigheden onder controle heeft gekregen en een saneringsgezinde houding toont.
De rechtbank stelt vast dat de heer verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp en dat hij zich naar verwachting zal houden aan de verplichtingen van de regeling. De rechtbank is bevoegd de procedure te behandelen en bepaalt de looptijd van de regeling op achttien maanden.
De ingangsdatum wordt vastgesteld op 22 september 2025, de dag waarop een aanbod aan schuldeisers is gedaan, omdat de schuldenaar sindsdien aan zijn afdracht- en inspanningsverplichtingen heeft voldaan, mede dankzij een ontheffing van de sollicitatieplicht.
Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen, evenals een rechter-commissaris die toezicht houdt op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.