ECLI:NL:RBROT:2026:1581

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
C/10/685963 / HA ZA 24-797
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering kosten rechtsbijstand op grond van D&O-verzekering

Eiseres, woonachtig in de Verenigde Staten, vordert vergoeding van kosten rechtsbijstand die zij heeft moeten maken voor een beroepsprocedure bij de Court of Appeals, op grond van een D&O-verzekering bij verzekeraars AIG en XL.

De rechtbank heeft in een tussenvonnis geoordeeld dat verzekeraars deze kosten moeten vergoeden. Na nadere aktewisseling is de omvang van de kosten vastgesteld op USD 792.864,09, na vermindering van de eis. Verzekeraars hebben dit bedrag niet betwist.

De rechtbank veroordeelt verzekeraars hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 mei 2025, en tot vergoeding van de proceskosten van eiseres. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Verzekeraars worden veroordeeld tot betaling van USD 792.864,09 plus wettelijke rente en proceskosten aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/685963 / HA ZA 24-797
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonend te [woonplaats] , [staat] , Verenigde Staten van Amerika,
eiseres,
advocaat: mr. M.M. van Asch,
tegen

1..AIG EUROPE S.A,

tevens handelend onder de naam AIG Europa S.A. (Netherlands Branch),
kantoorhoudend te Capelle aan den IJssel,
en
2.XL INSURANCE COMPANY SE,
tevens handelend onder de naam AXA XL,
kantoorhoudend te Amsterdam,
gedaagden,
advocaat: mr. A.E. Goossens.
Eiseres wordt hierna [eiseres] genoemd. Gedaagden worden hierna gezamenlijk Verzekeraars en afzonderlijk AIG en XL genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de akte na tussenvonnis van Verzekeraars van 29 oktober 2025,
  • het tussenvonnis van 12 november 2025 en de daarin genoemde stukken en het herstelvonnis van 19 november 2025,
  • de akte na tussenvonnis tevens akte houdende vermindering van eis van [eiseres] van 26 november 2025.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 1 oktober 2025 (hierna: het tussenvonnis) is geoordeeld dat Verzekeraars de kosten van rechtsbijstand die [eiseres] heeft moeten maken voor het voeren van de beroepsprocedure bij de Court of Appeals op grond van de D&O-verzekering moeten vergoeden. Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen om partijen in de gelegenheid te stellen zich (nader) uit te laten over de omvang van de door Verzekeraars te vergoeden kosten van rechtsbijstand.
2.2.
Na het tussenvonnis hebben partijen zich uitgelaten over de door [eiseres] gevorderde kosten van rechtsbijstand.
2.3.
Verzekeraars hebben niet betwist dat het te vergoeden bedrag aan kosten van rechtsbijstand het na eiswijziging door [eiseres] gevorderde bedrag van USD 807.284,84 minus USD 14.420,75 (het bedrag waarmee [eiseres] haar eis bij akte na tussenvonnis heeft verminderd) bedraagt. Aldus wordt het door [eiseres] na eisvermindering gevorderde bedrag van USD 792.864,09 toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 20 mei 2025 (de datum van de akte vermeerdering van eis eerder in de procedure). Meer of anders gevorderde rente wordt afgewezen.
2.4.
Als de in het ongelijk gestelde partijen worden Verzekeraars hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
dagvaarding € 135,97
griffierecht € 2.626,00
salaris advocaat € 11.169,00 (3 punten × € 3.723)
nakosten
€ 189,00(+ de verhoging zoals vermeld in de beslissing) € 14.119,97.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt Verzekeraars ieder voor hun aandeel (AIG voor 66,67% en XL voor 33,33%) om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis aan [eiseres] te betalen USD 792.864,09, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf 20 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt Verzekeraars hoofdelijk in de proceskosten van [eiseres] van € 14.119,97, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Verzekeraars niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt Verzekeraars hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman, mr. J.E. Molenaar en mr. E.J. van der Poel en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
2438/2537/3152/169