ECLI:NL:RBROT:2026:1605
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beklag tegen beslaglegging in strafrechtelijk financieel onderzoek
De rechtbank Rotterdam behandelde het beklag van klaagster tegen beslaglegging op haar rekeningen en onroerende goederen in Duitsland en Italië, gelegd in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek naar verdenking van valsheid in geschrifte en subsidiefraude.
De rechtbank oordeelde dat er een redelijk vermoeden van schuld bestaat voor misdrijven waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Het beslag is gelegd op grond van een machtiging van de rechter-commissaris en staat in verhouding tot het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim 1,3 miljoen euro.
Het proportionaliteitsverweer van klaagster, die stelde dat het beslag haar recht op een effectieve verdediging belemmert doordat zij haar verdedigingskosten niet kan betalen, werd verworpen. De rechtbank achtte dit onvoldoende onderbouwd en nam de toezegging van de aanklager mee om overleg te plegen met buitenlandse collega’s om de situatie te verzachten.
De rechtbank concludeerde dat het beslag rechtmatig en proportioneel is en dat het beklag ongegrond moet worden verklaard. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.