Op 10 oktober 2025 ontstond brand aan de onderkant van een houten schutting tussen de achtertuinen van verdachte en de benadeelde partij. De brand veroorzaakte schade aan de schuur en diverse tuinartikelen. Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte opzettelijk brand had gesticht met een gasbrander en benzine.
De rechtbank onderzocht camerabeelden waarop verdachte met een jerrycan en gasbrander te zien was, en een forensisch rapport dat brandbare vloeistoffen aanwees. Verdachte verklaarde bezig te zijn geweest met het wegbranden van spinnenwebben en onkruid, en ontkende opzet. De rechtbank vond de aanwijzingen onvoldoende om opzet vast te stellen, mede omdat ook een ongeluk niet kon worden uitgesloten.
De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Tevens wees zij de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf af, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte de voorwaarden had overtreden. De in beslag genomen wapens en voorwerpen werden aan verdachte teruggegeven. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering en veroordeeld in de proceskosten.