ECLI:NL:RBROT:2026:1643
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening gehandicaptenparkeerkaart
Verzoekster diende een aanvraag in voor een gehandicaptenparkeerkaart type ‘bestuurder’, welke door het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting trok de gemachtigde van verzoekster het verzoek in, waarna het college een proceskostenveroordeling vorderde vanwege het procederen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college niet aan het verzoek was tegemoetgekomen, omdat alleen een aanbod tot herkeuring was gedaan en de herkeuring nog niet had plaatsgevonden. Er was geen sprake van misbruik van procesrecht, aangezien het voor verzoekster niet evident was dat het verzoek geen positief resultaat zou opleveren. Het verzoek om proceskostenveroordeling werd daarom afgewezen.
Wel deed de voorzieningenrechter een dringend beroep op de gemachtigde van verzoekster om toekomstige verzoeken eerder in te trekken en niet pas op de zitting, omdat dit onnodige belasting legt op publieke middelen. De uitspraak is gedaan op 19 februari 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.