ECLI:NL:RBROT:2026:1645
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor inschrijving briefadres na onzorgvuldige afwijzing
Verzoeksters, een moeder en haar twee dochters zonder vaste woon- of verblijfplaats, dienden een aanvraag in voor een briefadres bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college wees deze aanvragen af op basis van summiere informatie, zonder nadere gegevens op te vragen, terwijl verzoeksters verklaarden dak- of thuisloos te zijn geworden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld door niet om aanvullende informatie te vragen, wat in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeksters konden niet duidelijk maken waar zij de komende maanden zouden verblijven, maar gaven aan tijdelijk op verschillende adressen te verblijven.
Gezien het ontbreken van een woonadres in de zin van de basisregistratie personen en het grote belang van verzoeksters bij een briefadres, wees de voorzieningenrechter de verzoeken toe. Het college werd verplicht verzoeksters per 11 februari 2026 in te schrijven met een briefadres tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeksters.
Uitkomst: Verzoeksters worden per 11 februari 2026 ingeschreven met een briefadres en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.