ECLI:NL:RBROT:2026:1648
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatschappelijke opvang voor zelfredzame moeder en minderjarige kinderen
Verzoekster, een moeder met twee minderjarige kinderen, heeft na vertrek uit tijdelijke opvanglocaties een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college wees dit verzoek af omdat verzoekster volgens hen zelfredzaam is en zelf in haar onderdak kan voorzien. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 19 februari 2026 en oordeelde dat verzoekster en haar kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben en sinds 2024 vanuit Engeland in Nederland verblijven. Ondanks de verdrietige situatie van woningnood, blijkt uit het dossier en de zitting dat verzoekster steeds in staat was onderdak te vinden en dat er geen hulpvraag is in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De aanwezigheid van een sisa-melding en medische omstandigheden bij het jongste kind veranderen hier niets aan.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de Wmo niet bedoeld is om opvang te bieden aan zelfredzame personen die geen woning kunnen vinden. De landelijke politiek is verantwoordelijk voor het oplossen van woningnood, zoals ook door de Centrale Raad van Beroep is bevestigd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is het college niet verplicht om opvang te verlenen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat verzoekster zelfredzaam is en de Wmo niet voorziet in opvang bij woningnood.