Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..[verzoeker 1] , kantoorhoudend te Manchester (VK), en
[verzoeker 2], kantoorhoudend te Londen (VK),
[naam V.O.F.]in administration,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Administrators van een vennootschap in Administration naar Engels recht met een Nederlandse vestiging verzochten de rechtbank Rotterdam om een rechter-commissaris te benoemen die ex artikel 68 lid 4 Faillissementswet Pro (Fw) machtiging kan verlenen tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten. Dit verzoek was gebaseerd op de toepassing van Nederlandse insolventierechtelijke regels en de EU-Insolventieverordening (IVO).
De rechtbank oordeelde dat hoewel de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft vanwege de vestiging en toepasselijk Nederlands recht op de arbeidsovereenkomsten, artikel 68 lid 4 Fw Pro alleen ziet op situaties waarin de IVO van toepassing is. Nu het Verenigd Koninkrijk geen EU-lidstaat meer is, is de IVO niet van toepassing op de Administration. Hierdoor kan artikel 68 lid 4 Fw Pro niet worden ingeroepen voor deze situatie.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het leerstuk van assimilatie om toch een rechter-commissaris te benoemen. De omstandigheid dat ontslagprocedures vergemakkelijkt zouden worden, biedt geen grondslag voor benoeming. Tevens is niet gebleken dat werknemers zonder machtiging niet ontslagen kunnen worden of geen aanspraak kunnen maken op de loongarantieregeling.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en bevestigde dat de Nederlandse rechter geen rechter-commissaris kan benoemen voor ontslagmachtigingen in een Administration procedure naar Engels recht buiten het toepassingsbereik van de IVO.
Uitkomst: Verzoek tot benoeming rechter-commissaris voor ontslagmachtiging in Engelse insolventieprocedure wordt afgewezen wegens niet-toepasselijkheid EU-insolventieverordening.