Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:1661

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
C/10/712658 / JE RK 25-2720
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige met nadruk op snelle hulp en persoonlijkheidsonderzoek

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2021. De kinderrechter heeft op 19 januari 2026 een zitting gehouden waarbij de ouders, een vertegenwoordiger van de GI en de mentor/bewindvoerder van de moeder aanwezig waren.

De minderjarige kampt met ernstig problematisch en fysiek agressief gedrag, mogelijk veroorzaakt door trauma en hechtingsproblematiek. Door het uitvallen van de vaste jeugdbeschermer is er momenteel geen vaste contactpersoon voor de ouders binnen de GI, wat communicatie en hulpverlening bemoeilijkt. De moeder heeft geen begeleiding meer sinds het stoppen van Coachpoint, terwijl intensieve gezinsbegeleiding noodzakelijk is.

Positief is dat de ouders hun communicatie hebben verbeterd en de omgangsregeling wordt nageleefd. De kinderrechter acht verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk, maar voor een kortere duur dan verzocht. Tevens wordt een persoonlijkheidsonderzoek voor de minderjarige voorgeschreven om beter inzicht te krijgen in zijn problematiek en benodigde hulp.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de GI is verzocht uiterlijk een week voor de pro forma datum van 1 mei 2026 een rapportage over de stand van zaken te verstrekken. De zaak wordt aangehouden tot die datum, waarbij partijen niet hoeven te verschijnen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 23 juli 2026 met nadruk op snelle hulpverlening en persoonlijkheidsonderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/712658 / JE RK 25-2720
Datum uitspraak: 19 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI van 22 december 2025 met bijlagen, ontvangen op 31 december 2025;
  • het gezinsplan van de GI van 29 december 2025, ontvangen op 12 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] .
1.3.
De kinderrechter heeft tijdens de zitting bijzondere toegang verleend aan [naam 2] , de mentor en tevens bewindvoerder van de moeder.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 21 januari 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 23 januari 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Namens de GI wordt het volgende ter zitting naar voren gebracht. De vaste jeugdbeschermer is afwezig wegens ziekte. Normaal gesproken is er dan een vervanger, maar de GI begrijpt dat dit nu niet het geval is. De vertegenwoordiger zal uitzoeken wie de nieuwe contactpersoon voor de ouders wordt. De vertegenwoordiger vindt het positief te horen dat de ouders beseffen dat zij samen moeten werken in het belang van hun zoon.
4.2.
De moeder voert geen verweer tegen het verzoek van de GI. Zij vindt het wel belangrijk dat er nu snel een begin wordt gemaakt met het opstellen van het ouderschapsplan tussen de ouders. Daarnaast vindt de moeder het belangrijk dat zij en [minderjarige] weer hulp krijgen. Doordat Coachpoint niet meer langskomt zit de moeder zonder hulp thuis. De moeder weet niet waarom Coachpoint is gestopt. Doordat de vaste jeugdbeschermer [naam 3] is uitgevallen weet niemand wat de huidige stand van zaken is. [minderjarige] gaat op dit moment naar school, het medisch kinderdagverblijf (MKD), en de zorgboerderij. Hier heeft hij het naar zijn zin. De ouders praten nu meer met elkaar en hebben besloten om de dingen uit het verleden naast zich neer te leggen en te kijken naar de toekomst. Nu is er rust waardoor er weer gewerkt kan worden aan de ouderband die de ouders vroeger hadden.
4.3.
De vader voert ook geen verweer tegen het verzoek van de GI. Doordat de vaste jeugdbeschermer [naam 3] is uitgevallen zijn de ouders nu de contactpersoon van elkaar geworden. De ouders hebben de afgelopen tijd een reality check gehad. De prioriteit ligt nu bij het versterken van de ouderband waardoor [minderjarige] ook ziet dat de ouders goed kunnen samenwerken. [minderjarige] verblijft één keer in de veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18:00 uur bij de vader De vader heeft zelf wel nog contact met iemand van Coachpoint die hij één keer in de maand belt om te bespreken wat de stand van zaken is. De vader ervaart dit als heel prettig. De vader heeft laatst met school besproken dat het belangrijk is dat [minderjarige] een persoonlijkheidsonderzoek krijgt.
4.4.
De mentor/bewindvoerder van de moeder laat weten dat zij van het begin af aan betrokken is geweest bij de uithuisplaatsing van [minderjarige] . Zij staat in nauw contact met de GI, waardoor zij goed op de hoogte is. Coachpoint was onvoldoende voor de begeleiding van [minderjarige] ; er moet intensieve gezinsbegeleiding komen. De moeder staat hiervoor op de wachtlijst, maar Coachpoint is al gestopt. Hierdoor heeft de moeder nu geen begeleiding voor [minderjarige] . En contact met de GI lukt nu niet. Dat was bijvoorbeeld vervelend met de sneeuwval: er moest daardoor contact zijn over het vervoer van [minderjarige] . Dat kan/mag de moeder niet zelf doen; dat moet de GI doen, maar het is niet bekend wie nu de GI vertegenwoordigt ten behoeve van [minderjarige] en zijn ouders.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] kampt helaas met fors problematisch, fysiek agressief gedrag. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door trauma en forse hechtingsproblematiek. Vanwege zijn gedrag kon [minderjarige] niet naar school. Hij is in juli jl. gestart op de dagbehandeling voor jonge kinderen van Enver en gaat op woensdagen naar een zorgboerderij. Na het uitvallen van de vaste jeugdbeschermer hebben de ouders vanuit de GI geen nieuwe contactpersoon gekregen. Hierdoor weten zij niet wat de huidige stand van zaken is en welke hulp er verder voor [minderjarige] wordt ingezet. Terwijl de moeder dringend begeleiding nodig heeft om goed met het gedrag van [minderjarige] om te gaan, is Coachpoint gestopt. Meer gespecialiseerde hulp is nog niet gestart. Het is zorgelijk, en zwaar voor de moeder, dat zijn nu geen hulp krijgt.
5.3.
Positief is dat de ouders een omslagpunt in hun onderlinge communicatie hebben bereikt, waardoor zij nu op constructieve wijze met elkaar communiceren. Hierdoor wordt de omgangsregeling tussen [minderjarige] en zijn vader nageleefd en houden de ouders elkaar op de hoogte. Dit is een compliment waard!
5.4.
Gelet op het vorenstaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor een kortere duur verlengen dan verzocht. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de ouders weer snel een vaste contactpersoon binnen de GI krijgen en dat er ook snel passende hulp voor de moeder en [minderjarige] wordt ingeschakeld. Ook is een persoonlijkheidsonderzoek van [minderjarige] nodig om meer zicht te krijgen op zijn problematiek en de hulp en begeleiding die hij nodig heeft. De kinderrechter verzoekt de GI uiterlijk een week voor de hierna te noemen pro forma datum een rapportage te doen toekomen (met afschrift van de belanghebbenden) over de stand van zaken op dat moment.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 23 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot
1 mei 2026 pro forma;
6.4.
bepaalt dat de GI en de belanghebbenden op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.5.
verzoekt de GI
uiterlijk één weekvoor de voornoemde pro forma datum de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de belanghebbenden) de verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier, en op schrift gesteld op 13 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.