ECLI:NL:RBROT:2026:1671

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25/1540
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 14 januari 2026 en beoordeeld aan de hand van de criteria dat de schuldenaar zich in problematische schulden moet bevinden, te goeder trouw moet zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting moet bestaan dat zij aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

De rechtbank constateert dat bepaalde schulden, zoals belastingschulden en een schuld aan Debicare, niet te goeder trouw zijn ontstaan omdat de kinderopvangtoeslag niet is aangewend waarvoor deze bedoeld was. Ondanks dit bezwaar besluit de rechtbank verzoekster toch toe te laten tot de Wsnp op grond van de hardheidsclausule, omdat verzoekster de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen, onder meer door stopzetting van de toeslag, afmelding van de auto en budgetbeheer sinds maart 2025.

De rechtbank stelt de looptijd van de Wsnp-regeling vast op 18 maanden, ingaand op 28 januari 2026, en wijst erop dat een eerdere ingangsdatum niet is aangevraagd noch kan worden vastgesteld. Tijdens de Wsnp moet verzoekster voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder informatieplicht, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd om toezicht te houden en de boedel te beheren.

Indien verzoekster zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met een looptijd van 18 maanden vanaf 28 januari 2026, ondanks niet te goeder trouw ontstane schulden, met toepassing van de hardheidsclausule.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
28 januari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres ],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 14 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster],
- [naam], kennis van [verzoekster],
- mevrouw W. el Bachiri, schuldhulpverlener van de gemeente Rotterdam.
-

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2
De rechtbank is van oordeel dat de Belastingschulden en de schuld aan Debicare die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. Verzoekster heeft, ondanks het verzoek daartoe door de rechtbank, geen specificatie van de Belastingschuld meegenomen. Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat een deel van de vordering van de Belastingdienst ziet op onterecht ontvangen kinderopvangtoeslag en een deel ziet op motorrijtuigenbelasting. De schuld aan Debicare is niet te goeder trouw ontstaan omdat verzoekster de kinderopvangtoeslag niet heeft aangewend om de kinderopvang te betalen.
Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoekster] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schulden, onder controle heeft gekregen. [verzoekster] heeft de kinderopvangtoeslag stopgezet, de auto is van haar naam af en ze staat sinds
24 maart 2025 onder budgetbeheer.
2.4.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat [verzoekster] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. Ter zitting is uitgebreid aan de orde gekomen dat in de Wsnp de inspanningsverplichting geldt. De zorg voor haar kinderen of het nog moeten leren van de Nederlandse taal zijn in beginsel geen reden voor een ontheffing van deze plicht binnen de Wsnp. Dit is niet anders als de uitkeringsinstantie wél op basis van deze gronden een ontheffing heeft verleend. [verzoekster] heeft verklaard dat zij bereid is om zich aan de inspanningsverplichting te houden.
2.5.
[verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteland],
wonende te [adres ],
[postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder mr. N.N. van Klaveren,
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 28 januari 2026 en de duur op 18 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met mr. N.A. Masrom, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026. [1]