Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 14 januari 2026 en beoordeeld aan de hand van de criteria dat de schuldenaar zich in problematische schulden moet bevinden, te goeder trouw moet zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting moet bestaan dat zij aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
De rechtbank constateert dat bepaalde schulden, zoals belastingschulden en een schuld aan Debicare, niet te goeder trouw zijn ontstaan omdat de kinderopvangtoeslag niet is aangewend waarvoor deze bedoeld was. Ondanks dit bezwaar besluit de rechtbank verzoekster toch toe te laten tot de Wsnp op grond van de hardheidsclausule, omdat verzoekster de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen, onder meer door stopzetting van de toeslag, afmelding van de auto en budgetbeheer sinds maart 2025.
De rechtbank stelt de looptijd van de Wsnp-regeling vast op 18 maanden, ingaand op 28 januari 2026, en wijst erop dat een eerdere ingangsdatum niet is aangevraagd noch kan worden vastgesteld. Tijdens de Wsnp moet verzoekster voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder informatieplicht, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd om toezicht te houden en de boedel te beheren.
Indien verzoekster zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.