Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 28 januari 2026, waarbij ook de partner van verzoeker en beschermingsbewindvoerders aanwezig waren.
De rechtbank beoordeelt dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zich in problematische schulden bevinden, te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden, en de verwachting dat hij aan de verplichtingen van de regeling zal voldoen. De rechtbank is bevoegd de procedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
De looptijd van de Wsnp wordt vastgesteld op achttien maanden, ingaande op de datum van het vonnis, 4 februari 2026. Verzoeker had verzocht om deze ingangsdatum vast te stellen en geen eerdere datum, ondanks dat er aanleiding was om aanvullende stukken op te vragen voor een mogelijke eerdere ingangsdatum. De rechtbank honoreert dit verzoek.
Tijdens de Wsnp moet verzoeker voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder informatieverstrekking, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken, schuldeisers niet benadelen en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder.
Indien verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een 'schone lei', waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. De rechtbank bepaalt ook dat de bewindvoerder een voorschot op vergoeding mag nemen indien de boedel toereikend is. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.