Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287, vierde lid, Faillissementswet om te voorkomen dat Altera Residential Custodian B.V. het ontruimingsvonnis van 11 april 2023 ten uitvoer legt. De ontruiming was aangekondigd voor 10 februari 2026.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van spoedeisendheid, gelet op het vonnis en het exploot waarin de ontruiming wordt aangekondigd. De belangenafweging weegt het belang van verzoeker om in zijn woning te blijven af tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan, mede omdat de huur van januari en februari 2026 inmiddels, zij het te laat, is betaald en er een verzoek tot onderbewindstelling is ingediend. Tevens is niet onaannemelijk dat verzoeker zal worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, waarvan de behandeling op korte termijn zal plaatsvinden.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de ontruiming wordt verboden zolang de huurtermijnen tijdig worden voldaan en het verzoek tot schuldsanering in behandeling is. De voorziening vervalt bij intrekking of definitieve beslissing op het schuldsaneringsverzoek.