Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:1692

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
11838992 CV EXPL 25-17804
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:44 lid 1 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering achterstallige zorgpremie met betalingsregeling en kosten

Bewuzt heeft een procedure aangespannen tegen [gedaagde] wegens niet-betaalde zorgpremies en zorgkosten over de periode juni 2021 tot juni 2022. De totale achterstand bedroeg € 496,95, waarover incassokosten en rente werden gevorderd. [gedaagde] erkende een betalingsregeling voor een andere schuld, maar wenste de achterstand ook via die regeling te voldoen.

De kantonrechter stelde vast dat de incassokosten van € 80,20 en rente van € 73,26 terecht waren toegekend, en dat de reeds gedane betalingen van € 345,11 eerst in mindering kwamen op kosten en rente. De resterende vordering bedroeg € 305,30. Er werden geen oneerlijke bedingen aangetroffen in de algemene voorwaarden.

Partijen hadden na dagvaarding een nieuwe betalingsregeling getroffen waarbij [gedaagde] maandelijks € 100,00 betaalt. De kantonrechter bepaalde dat de vordering pas opeisbaar wordt als [gedaagde] zich niet aan deze regeling houdt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten van € 411,64 worden aan [gedaagde] opgelegd.

Uitkomst: De vordering van € 305,30 met rente en kosten wordt toegewezen met een betalingsregeling en uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11838992 CV EXPL 25-17804
datum uitspraak: 13 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
VGZ Zorgverzekeraar N.V. betreffende Bewuzt,
vestigingsplaats: Arnhem,
eiseres,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Bewuzt’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 16 juli 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de rolbeslissing van deze rechtbank van 19 september 2025;
  • de akte van Bewuzt van 16 oktober 2025, met bijlage;
  • de rolbeslissing van deze rechtbank van 14 november 2025;
  • de akte van Bewuzt van 18 december 2025, met bijlagen.
1.2.
[gedaagde] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om op de laatste akte van Bewuzt te reageren, maar heeft dit niet meer gedaan. De kantonrechter heeft vervolgens vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten met Bewuzt. In de periode van juni 2021 tot en met juni 2022 heeft [gedaagde] verschillende keren de premie en zorgkosten (deels) niet betaald. In deze procedure eist Bewuzt dat [gedaagde] € 305,30 betaalt, met rente en kosten.
2.2.
In haar antwoord heeft [gedaagde] aangegeven dat zij niet wist van de achterstand. Zij heeft voor het aflossen van een andere schuld dan die in deze procedure wordt gevorderd een betalingsregeling gesloten. Voor die schuld lost zij € 100,00 per maand af. [gedaagde] wil dat de achterstand die in deze procedure wordt gevorderd ook met die betalingsregeling wordt afgelost.
2.3.
Bewuzt heeft in haar akte van 16 oktober 2025 laten weten een betalingsregeling te hebben gesloten met [gedaagde] . Bewuzt vraagt de kantonrechter wel om vonnis te wijzen.
2.4.
De kantonrechter heeft in haar laatste rolbeslissing gevraagd om de algemene voorwaarden te overleggen, zodat kan worden beoordeeld of partijen oneerlijke bedingen zijn overeengekomen. Bewuzt heeft deze bij haar laatste akte overgelegd.
2.5.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Bewuzt toe. Zij bepaalt wel dat de vordering pas opeisbaar is als [gedaagde] zich niet houdt aan de betalingsregeling die zij met Bewuzt heeft gesloten op 26 september 2025. Dit wordt hieronder uitgelegd.
[gedaagde] moet in totaal € 305,30 betalen aan Bewuzt
2.6.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een achterstand had in het betalen van de maandelijkse premie en de zorgkosten van in totaal € 496,95. Dit bedrag is niet door haar tegengesproken.
2.7.
De incassokosten van € 80,20 zijn verschuldigd geworden, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
2.8.
Ook de rente wordt toegewezen, omdat Bewuzt genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente tot 28 juni 2025 is volgens Bewuzt € 73,26.
2.9.
[gedaagde] heeft tot het moment van dagvaarden € 345,11 betaald. Deze betaling strekt eerst in mindering op de buitengerechtelijke incassokosten en de vervallen rente voordat deze in mindering strekt op de hoofdsom (artikel 6:44 lid 1 BW Pro). De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] in totaal nog € 496,95 + € 80,20 + € 73,26 - € 345,11 = € 305,30 aan Bewuzt moet betalen.
Geen oneerlijke bepalingen
2.10.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.11.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Bewuzt moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 87,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 43,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 411,64. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Nieuwe betalingsregeling tussen Bewuzt en [gedaagde]
2.12.
Na het uitbrengen van de dagvaarding hebben partijen opnieuw een betalingsregeling gesloten. [gedaagde] betaalt met ingang van 25 oktober 2025 maandelijks € 100,00 om haar schuld in te lossen. De kantonrechter bepaalt daarom dat [gedaagde] de betalingsachterstand en de proceskosten niet in één keer hoeft te betalen, zolang zij zich aan deze regeling houdt. Als zij zich niet aan de regeling houdt, dan vervalt de regeling en moet zij het bedrag in één keer betalen aan Bewuzt.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Bewuzt dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Bewuzt te betalen € 305,30 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf 28 juni 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Bewuzt worden begroot op € 411,64;
3.3.
bepaalt dat Bewuzt de in 3.1 en 3.2 genoemde bedragen niet kan opeisen zolang [gedaagde] zich met ingang van 25 oktober 2025 elke maand houdt aan de betalingsregeling van € 100,00 per maand;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
64363