De huurder verhuurt sinds 1997 een woning van Stichting 3B Wonen. 3B Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst omdat de huurder zich niet als goed huurder gedraagt, met name door de overlast veroorzaakt door zijn zoon die zonder toestemming in de woning verblijft en medewerkers van 3B Wonen heeft uitgescholden en bedreigd.
De huurder erkent het gedrag van zijn zoon en heeft een kort geding gewonnen om zijn zoon en schoondochter te ontruimen, maar heeft dit vonnis te laat laten uitvoeren. De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekortschiet in zijn verplichtingen omdat hij onvoldoende actie heeft ondernomen om de overlast te stoppen.
3B Wonen heeft onvoldoende bewijs geleverd voor verwaarlozing van de woning en illegale onderverhuur. De kantonrechter weegt mee dat de huurder weerloos is tegen zijn zoon, maar vindt de tekortkoming ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
De huurder wordt veroordeeld de woning binnen twee weken na betekening van het vonnis te ontruimen en de proceskosten te betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.