ECLI:NL:RBROT:2026:1729

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
11769099 CV EXPL 25-14477
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:237 BWArt. 6:96 BWRichtlijn 93/13/EEGArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling en vernietiging van onredelijk bezwarende bepalingen in huurovereenkomst cv-ketel

De huurder had sinds december 2019 een cv-ketel gehuurd van Centra-Klima met een looptijd van 168 maanden. De huurder zegde de overeenkomst op 2 december 2024 op en liet de ketel enkele weken later demonteren. Centra-Klima stelde dat de ketel ondeskundig was gedemonteerd en daardoor onherstelbaar beschadigd.

Centra-Klima vorderde betaling van een afkoopsom, boete, inspectiekosten, demontagekosten, kosten proefopstelling en vervanging voedingskabel, met rente en incassokosten. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was en dat de afkoopsom op grond van een onredelijk bezwarend beding in de algemene voorwaarden niet verschuldigd was. Dit beding werd vernietigd.

De boete wegens het zonder toestemming verplaatsen van de ketel werd toegewezen, evenals de kosten voor eindinspectie, demontage en proefopstelling. De kosten voor het vervangen van de voedingskabel, incassokosten en rente werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en oneerlijke bepalingen.

De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van €2.471,64 en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Huurder moet €2.471,64 betalen, afkoopsom, incassokosten en rente worden afgewezen, onredelijk bezwarend beding vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11769099 CV EXPL 25-14477
datum uitspraak: 13 februari 2026 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Centra-Klima B.V.,
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.
De partijen worden hierna ‘Centra-Klima’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 13 juni 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de mail van Centra-Klima, met bijlagen.
1.2.
Op 22 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig namens Centra-Klima [persoon A] met mr. M. Heeren en [gedaagde] met mr. D. Binboga-Özkurt.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurde sinds 5 december 2019 een cv-ketel van Centra-Klima. De huurovereenkomst had een looptijd van 168 maanden. [gedaagde] heeft de huurovereenkomst op 2 december 2024 beëindigd en hij heeft enkele weken later de cv-ketel laten demonteren. Centra-Klima heeft de cv-ketel op 3 januari 2025 opgehaald. Volgens Centra-Klima is de cv-ketel op ondeskundige wijze gedemonteerd en is de cv-ketel daardoor onherstelbaar beschadigd.
2.2.
Centra-Klima eist dat [gedaagde] een afkoopsom, een boete, de kosten van de eindinspectie, de kosten voor het demonteren en afvoeren van de cv-ketel, de kosten voor het opbouwen van een proefopstelling in verband met de inspectie van de cv-ketel en de kosten voor het vervangen van de voedingskabel betaalt, met rente en kosten. In totaal eist Centra-Klima dat [gedaagde] nog € 4.890,17 aan haar betaalt. [gedaagde] is het niet met de eis eens. [gedaagde] moet van de kantonrechter nog € 2.471,64 aan Centra-Klima betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] heeft de overeenkomst opgezegd
2.3.
[gedaagde] heeft de overeenkomst met Centra-Klima opgezegd. [gedaagde] stelt zich weliswaar op het standpunt dat hij de overeenkomst heeft ontbonden, maar de kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. [gedaagde] heeft op 2 december 2024 de volgende e-mail aan Centra-Klima gestuurd:
“Bij deze willen wij u graag mededelen dat wij stoppen met de huur van de ketel vanaf 20 december 2024. U kunt de ketel dan ook vanaf deze datum ophalen.”Volgens [gedaagde] blijkt uit de context en inhoud van zijn e-mail dat sprake was van een ontbinding wegens wanprestatie, omdat Centra-Klima is tekortgeschoten in haar onderhoudsplicht, maar zijn e-mail biedt hiervoor geen enkele steun. Centra-Klima mocht de e-mail van [gedaagde] dan ook opvatten als een opzegging en een opzegtermijn van een maand hanteren. De overeenkomst is dan ook geëindigd op 3 januari 2025 door opzegging van [gedaagde] .
[gedaagde] hoeft de afkoopsom niet te betalen
2.4.
Dit deel van de eis wordt afgewezen. Centra-Klima baseert dit deel van haar eis op artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden. Op grond van dit artikel dient de huurder bij een voortijdige opzegging van de huurovereenkomst een afkoopsom te betalen die gelijk is aan 1/3e van de resterende contractstermijnen. In het artikel staat:
“(…) Indien huurder, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing, tussentijds de huurovereenkomst wenst op te zeggen en geen of niet tijdig een aanvaardbaar opvolgend huurder kan of heeft kunnen aanwijzen, dan duurt de overeenkomst voort gedurende de restantperiode van de huurovereenkomst met dien verstande dat huurder de overeenkomst kan laten ontbinden door betaling van de afkoopsom.
(…)
De afkoopsom wordt als volgt berekend: het resterend aantal maanden van de lopende huurovereenkomst vermenigvuldigd met de geldende huurprijs per maand. De som van deze vermenigvuldiging wordt vervolgens gedeeld door drie. De afkoopregeling betreft strikt de afkoop van de huurverplichting van de huurder. Het gehuurde goed zelf blijft in eigendom van verhuurder. Kosten voor de demontage en verwijdering worden separaat en tegen dan geldende uurloon aan de huurder berekend.”
2.5.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden van Centra-Klima oneerlijke bepalingen staan, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13/EEG, omdat er sprake is van een overeenkomst met een consument. De kantonrechter moet oneerlijke bepalingen vernietigen. Centra-Klima mag die bepaling dan niet gebruiken en ook geen beroep meer doen op aanvullend recht. [1]
2.6.
Artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden op grond waarvan [gedaagde] verplicht een geldsom moet betalen bij beëindiging van de overeenkomst anders dan op grond van het feit dat [gedaagde] in de nakoming van zijn verbintenis tekort is geschoten, komt voor op de grijze lijst (artikel 6:237 onder Pro i BW). Het beding wordt dus vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Dit is slechts anders als de geldsom een redelijke vergoeding is voor door Centra-Klima geleden verlies of gederfde winst (schade). Omdat het beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, is het aan Centra-Klima om dit wettelijk vermoeden te weerleggen door feiten en omstandigheden te stellen en bij betwisting te bewijzen waaruit volgt dat het beding niet onredelijk bezwarend is.
2.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter is Centra-Klima er niet in geslaagd feiten of omstandigheden naar voren te brengen die het vermoeden hebben weerlegd dat het beding in artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden tegenover de consument – [gedaagde] – onredelijk bezwarend is. Centra-Klima heeft onvoldoende onderbouwd wat haar geleden verlies of gederfde winst (schade) is. Centra-Klima heeft slechts in algemene zin uitgelegd dat zij ook kosten bespaart als een overeenkomst eerder eindigt door opzegging door de consument, bijvoorbeeld onderhoudskosten, en dat het percentage van 1/3e van de nog te betalen termijnen dat in rekening wordt gebracht gebaseerd is op de daadwerkelijk door haar gemaakte kosten. Volgens Centra-Klima is dat bij benadering een redelijke vergoeding voor de schade die zij lijdt doordat de overeenkomst niet verder wordt uitgevoerd en hierdoor komt zij als gevolg van de opzegging niet in een financieel betere positie te verkeren dan wanneer de overeenkomst zou zijn uitgediend. Centra-Klima is in het geheel niet ingegaan op de situatie van partijen. Het had op de weg van Centra-Klima gelegen haar schade ten aanzien van de situatie van [gedaagde] nader toe te lichten en te onderbouwen. Dat heeft Centra-Klima niet gedaan. Centra-Klima heeft niet inzichtelijk gemaakt dat de in rekening gebrachte afkoopsom in een redelijke verhouding staat tot haar schade. Dit betekent dat het beding in artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden vernietigbaar is. De kantonrechter vernietigd dan ook het beding in artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden en Centra-Klima kan geen beroep meer doen op dit artikel 15.
[gedaagde] moet de boete betalen
2.8.
Dit deel van de eis wordt toegewezen. Centra-Klima baseert dit deel van haar eis op artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden. Op grond van dit artikel verbeurt [gedaagde] een boete van € 2.500,- exclusief btw wanneer huurder het gehuurde zonder toestemming van verhuurder verplaatst. In het artikel staat:
“(…) Het is huurder verboden zonder toestemming van verhuurder het gehuurde te vervoeren of te doen vervoeren dan wel te verplaatsen. Indien huurder handelt in strijd met een in dit artikel bepaalde dan wel anderszins handelt of nalaat waardoor verhuurder zijn eigendomsrechten niet langer ten volle kan uitoefenen verbeurt huurder aan verhuurder een direct opeisbaar en niet voor matiging of verrekening vatbare boete van € 2500,00 exclusief de btw ten behoeve van verhuurder, welke boete verschuldigd is door het enkele feit van de overtreding zonder dat in gebreke stelling vereist is. Verhuurder is gerechtigd boven voormelde boete volledige vergoeding te vorderen van de doorhaar geleden schade.”
2.9.
Zoals hiervoor is overwogen moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden oneerlijk is. In de bijlage onder e bij Richtlijn 93/13/EEG is bepaald dat een beding dat tot doel of gevolg heeft een consument die zijn verbintenissen niet nakomt een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen, als oneerlijk beding kan worden aangemerkt. Er kan sprake zijn van een onevenredig hoge schadevergoeding, wanneer de hoogte van de boete onder bepaalde omstandigheden niet meer in een redelijke verhouding tot de voorzienbare schade staat.
2.10.
Artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden van Centra-Klima is niet oneerlijk. Centra-Klima heeft uitgelegd wat haar belang is bij dit boetebeding. Centra-Klima wil niet dat er door de klant of door derden werkzaamheden aan haar eigendommen worden uitgevoerd, omdat een cv-ketel een erg kwetsbaar apparaat is dat door ondeskundig gebruik snel beschadigd kan raken, met grote kosten van dien. Volgens recente wetgeving mogen klanten dat ook niet meer zelf doen. Het boetebeding moet daarom een voldoende afschrikwekkende werking hebben. De kantonrechter kan Centra-Klima daarin volgen. Van een buitensporige of onevenredige boete is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake.
2.11.
Artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden is ook in samenhang bezien met de andere vorderingen waar Centra-Klima (op grond van de algemene voorwaarden) aanspraak op maakt/kan maken niet oneerlijk in de zin van de Richtlijn. Artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden heeft een eigen strekking en dient een ander doel dan artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden.
2.12.
Vast staat dat [gedaagde] de cv-ketel zonder toestemming van Centra-Klima niet door Centra-Klima maar door een derde heeft laten demonteren en verplaatsen. Centra-Klima stelt dat de cv-ketel door de ondeugdelijke demontage niet meer verhuurbaar was en het ook niet mogelijk was om de cv-ketel op een tweedehandsmarkt aan te bieden, door de te kort afgezaagde aan- en afvoerleidingen. [gedaagde] betwist dat hierdoor enige schade is ontstaan aan de cv-ketel. [gedaagde] heeft ter onderbouwing een verklaring van Eneco in het geding gebracht waarin staat dat deze leidingen op geen andere manier verwijderd kunnen worden dan het doorsnijden ervan. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] over de gestelde schade aan de cv-ketel kan deze niet op conto van [gedaagde] komen, maar dit staat het opleggen van de boete niet in de weg. De boete ziet namelijk op het feit dat [gedaagde] de cv-ketel zonder toestemming van Centra-Klima de cv-ketel heeft laten demonteren en verplaatsen. Centra-Klima heeft [gedaagde] bij brief van 2 december 2024 ook nog gewezen op dit deel van de overeenkomst. In deze brief staat:
“CentraKlima bv wijst u er voor alle duidelijkheid op dat het conform de overeenkomst niet toegestaan is dat u derden aan de cv ketel laat werken, deze laat demonteren en of verplaatsen. Wanneer u die afspraak schend verbeurt u direct en dus onherroepelijk, de in de overeenkomst opgenomen boete. Om misverstanden en onduidelijkheid te voorkomen, verwijs ik u naar art. 7 uit Pro de tussen partijen gesloten overeenkomst.”Ondanks deze waarschuwing heeft [gedaagde] de cv-ketel door een derde laten demonteren.
[gedaagde] moet de kosten voor de eindinspectie betalen
2.13.
Dit deel van de eis wordt toegewezen. Gelet op het voorgaande staat vast dat [gedaagde] de huurovereenkomst voortijdig heeft opgezegd. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij in dat geval deze kosten aan Centra-Klima verschuldigd is. Centra-Klima heeft deze kosten ook aangekondigd in haar brief van 2 december 2024.
[gedaagde] moet de kosten voor het demonteren en afvoeren van de cv-ketel betalen
2.14.
Dit deel van de eis wordt toegewezen. Centra-Klima heeft onweersproken gesteld dat dit een standaard overeengekomen bedrag is. [gedaagde] heeft weliswaar de hoogte van het bedrag betwist omdat Centra-Klima de cv-ketel niet meer hoefde te demonteren, maar Centra-Klima heeft uitgelegd dat zij wel een monteur heeft moeten inzetten om de cv-ketel op te halen, waardoor zij wel deze kosten heeft gemaakt. [gedaagde] heeft tegenover deze nadere uitleg zijn betwisting van de hoogte van het bedrag onvoldoende onderbouwd.
[gedaagde] moet de kosten voor het opbouwen van een proefopstelling betalen
2.15.
Dit deel van de eis wordt toegewezen. Vast staat dat [gedaagde] de cv-ketel zelf heeft laten demonteren. Centra-Klima heeft onweersproken gesteld dat omdat [gedaagde] de cv-ketel zelf heeft laten demonteren de cv-ketel op de bedrijfslocatie van Centra-Klima getest moest worden en dat daarvoor een testomgeving moest worden opgebouwd.
[gedaagde] hoeft de kosten voor het vervangen van de voedingskabel niet te betalen
2.16.
Dit deel van de eis wordt afgewezen. Centra-Klima heeft weliswaar gesteld dat de stroomkabel waarmee de cv-ketel met het elektriciteitsnetwerk werd verbonden was doorgeknipt en vervangen moest worden, maar [gedaagde] heeft dit betwist. [gedaagde] heeft ter onderbouwing een verklaring van Eneco in het geding gebracht waarin staat dat de snoerdraad uit de stekker is getrokken en dat de monteur deze niet heeft doorgeknipt. Centra-Klima heeft haar eis op dit punt, tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] , onvoldoende onderbouwd.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten te betalen
2.17.
De vergoeding voor incassokosten wordt afgewezen, omdat de bepalingen over de buitengerechtelijke kosten oneerlijk zijn. De bepalingen wijken namelijk in het nadeel van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW Pro) of wekken die indruk. Een bepaling die de handelaar recht geeft op buitengerechtelijke kosten is op zich toegestaan, maar dan moet wel zijn voldaan aan de volgende voorwaarden. De bepaling mag de handelaar geen recht geven op een hoger bedrag dan is toegestaan op grond van de wet. Wel is toegestaan dat in de bepaling geen bedragen worden genoemd of als voor de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar de wet. De bepaling moet ook niet de indruk wekken dat de handelaar eerder dan op grond van de wet recht krijgt op een vergoeding. Als er iets staat over het moment waarop de kosten verschuldigd worden, dan moet uit de bepaling dus blijken dat de consument die vergoeding pas verschuldigd wordt nadat hij nog een kans heeft gekregen om binnen veertien dagen alsnog te betalen. Aan deze voorwaarden is hier niet voldaan.
[gedaagde] hoeft geen rente te betalen
2.18.
De rente wordt afgewezen, omdat de bepaling over de rente oneerlijk is. De rente waarop Centra-Klima volgens de algemene voorwaarden recht heeft is hoger dan de gewone wettelijke rente en zelfs hoger dan de wettelijke handelsrente op het moment van het aangaan van de overeenkomst. De algemene voorwaarden wijken daarmee ten nadele van de consument af van de wet. Centra-Klima heeft niet uitgelegd waarom deze afwijking in dit geval gerechtvaardigd is. De bepaling is daarom oneerlijk. Centra-Klima heeft ook geen recht meer op de wettelijke rente.
Wat [gedaagde] nog aan Centra-Klima moet betalen
2.19.
Centra-Klima wil dat [gedaagde] in totaal € 5.890,17 aan haar betaalt. Dit bedrag bestaat uit € 5.126,28 aan hoofdsom, € 631,31 aan incassokosten en € 132,58 aan rente. [gedaagde] heeft hiervan € 1.000,- betaald, zodat een eis van € 4.890,17 overblijft. De vorderingen met betrekking tot de afkoopsom en de kosten voor het vervangen van de voedingskabel worden afgewezen, evenals de incassokosten en de rente. Volgens de facturen bedraagt de afkoopsom € 1.312,47 en de kosten voor het vervangen van de voedingskabel € 55,-, allebei exclusief btw. Dat komt neer op € 1.588,09 en € 66,55 inclusief btw. [gedaagde] moet dus nog € 2.471,64 [2] aan Centra-Klima betalen.
2.20.
Centra-Klima heeft bij e-mail van 12 januari 2026 nog nadere stukken ingediend (waarvan de gemachtigde van [gedaagde] de ontvangst heeft betwist), maar
deze stukken leiden niet tot een ander oordeel.
Partijen moeten ieder de eigen proceskosten betalen
2.21.
Omdat partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.22.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Centra-Klima dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Centra-Klima te betalen € 2.471,64;
3.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
26975

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68.
2.€ 4.890,17 − € 631,31 − € 132,28 − € 1.588,09 − € 66,55 = € 2.471,64.