In deze kortgedingprocedure eist de huurder dat de verhuurder de brandschade aan haar woning binnen zeven dagen start en binnen een maand volledig herstelt, met daarnaast een huurprijsvermindering en het regelen van vervangende woonruimte. De verhuurder betwist dit en vordert ontruiming wegens vermeende brandstichting en onvoldoende medewerking.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de huurder de brand heeft veroorzaakt of onvoldoende meewerkt aan herstel. De huurder heeft de sleutel overgedragen en zal de aanwezige spullen verwijderen. De verhuurder moet de binnenkant van de woning binnen een maand herstellen en de buitenkant voortvarend, maar hoeft geen vervangende woonruimte te regelen. De huurprijsvermindering wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
De kantonrechter legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €10.000 om het herstel te bespoedigen. De proceskosten worden aan de verhuurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.