ECLI:NL:RBROT:2026:1741
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- H. van den Heuvel
- N.A. Nowotny
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte uitlokking en medeplichtigheid diefstal met geweld
De rechtbank Rotterdam heeft op 16 februari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het uitlokken van en medeplichtigheid aan een diefstal met geweld in vereniging. De tenlastelegging betrof onder meer het gebruik van geweld en bedreiging tegen het slachtoffer, met als doel een kluis en geldbedrag weg te nemen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak wegens onvoldoende bewijs, terwijl de verdediging eveneens vrijspraak bepleitte. Hoewel een medeverdachte een belastende verklaring aflegde waarin werd gesteld dat verdachte informatie had verstrekt die de woningoverval mogelijk maakte, ontbrak elk ander bewijs dat verdachte daadwerkelijk betrokken was bij het misdrijf.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de medeverdachte onvoldoende was om de betrokkenheid van verdachte te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens verklaarde de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot schadevergoeding, omdat de verdachte werd vrijgesproken. De kosten van de verdediging werden op nihil begroot.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van uitlokking en medeplichtigheid aan diefstal met geweld.