ECLI:NL:RBROT:2026:1746

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/10/709851 / KG ZA 25-1116
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 557a lid 2 RvArt. 557a lid 3 RvArt. 3:303 BWArt. 8 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming van gekraakte woning voor sloop en nieuwbouw toegewezen

Woonstad Rotterdam, als erfpachter van een woning in de wijk De Wielewaal, vordert ontruiming van de woning die door [persoon A] en anonieme krakers is gekraakt. Woonstad wil de woning op of omstreeks 1 maart 2026 overdragen aan een aannemer voor sloop en nieuwbouw. De krakers verzetten zich tegen de ontruiming en vorderen uitstel en inlichtingen over huisvesting.

De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de anonieme krakers en behandelt het geschil met [persoon A]. De rechter oordeelt dat het belang van de krakers om in de woning te blijven niet opweegt tegen het spoedeisend belang van Woonstad. Woonstad heeft voldoende onderbouwd dat de woning binnenkort gesloopt zal worden en dat ontruiming noodzakelijk is.

De vorderingen tot ontruiming worden toegewezen, met een termijn van acht dagen na betekening. Het verbod om terug te keren of andere woningen van Woonstad te betrekken wordt eveneens opgelegd, met een dwangsom gemaximeerd op € 25.000. De tegenvorderingen van [persoon A] worden afgewezen. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van Woonstad toegewezen en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de krakers tot ontruiming binnen acht dagen en verbiedt terugkeer, met dwangsom en uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/709851 / KG ZA 25-1116
Vonnis in kort geding van 16 februari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie,
advocaat: mr. R. van der Hoeff,
tegen
1. HIJ/ZIJ DIE VERBLIJFT/VERBLIJVEN TE ( [postcode] ) ROTTERDAM AAN DE [adres],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagden in conventie,
die niet zijn verschenen,
2. [persoon A],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie,
advocaat: mr. E. Tamas.
Partijen worden hierna Woonstad, de anonieme Krakers en [persoon A] genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
Woonstad is erfpachter van de grond met daarop de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Rotterdam. De woning bevindt zich in de wijk De Wielewaal. (Onder andere) [persoon A] heeft de woning gekraakt. Woonstad stelt dat zij de woning op 1 maart 2026 aan een door haar ingeschakelde aannemer moet overdragen ten behoeve van sloop en nieuwbouw. Daarom vordert Woonstad – kort gezegd – dat [persoon A] en de anonieme Krakers worden veroordeeld om de woning binnen acht dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, dat wordt bepaald dat dit vonnis nog een half jaar ten uitvoer kan worden gelegd tegen iedereen die de woning betreedt en dat het [persoon A] en de anonieme Krakers onder druk van een dwangsom wordt verboden om de woning of een andere door Woonstad in de wijk De Wielewaal beheerde woning te betrekken. [persoon A] is het niet eens met de vorderingen van Woonstad. Voor het geval dat de vorderingen van Woonstad toch worden toegewezen, vordert [persoon A] als tegenvorderingen dat wordt bepaald dat hij de woning pas twee weken vóór de aanvang van de sloopwerkzaamheden aan de woning hoeft te ontruimen en dat eerst inlichtingen als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv moeten worden ingewonnen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Woonstad grotendeels toe en de tegenvorderingen van [persoon A] af. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 14 november 2025, met bijlagen 1 tot en met 7, en de advertentie van de dagvaarding in het AD Rotterdams Dagblad;
  • de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie van [persoon A] , met bijlagen 1 tot en met 8;
  • de mondelinge behandeling op 24 november 2025, tijdens welke mondelinge behandeling [persoon A] de voorzieningenrechter heeft gewraakt;
  • de uitspraak van de wrakingskamer van 14 januari 2026, waarin het wrakingsverzoek van [persoon A] niet-ontvankelijk is verklaard;
  • de aanvullende bijlagen 8 en 9 van Woonstad;
  • de akte uitlaten over producties 9, 10 en 11 van [persoon A] , met bijlagen 9 tot en met 11;
  • de voortzetting van de mondelinge behandeling op 11 februari 2026;
  • de pleitaantekeningen tevens antwoord in reconventie van mr. Van der Hoeff;
  • de pleitnota van mr. Tamas.

3.De vorderingen in conventie en in voorwaardelijke reconventie

3.1.
Woonstad vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
[persoon A] en de anonieme Krakers, ieder afzonderlijk, te veroordelen om de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] , binnen acht dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in het pand c.q. woning bevinden, te ontruimen en te verlaten en ontruimd te houden;
te bepalen dat het vonnis tot een halfjaar na de dag waarop het is uitgesproken dan wel is bekrachtigd ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in het pand, bestaande uit de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] , bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
[persoon A] en de anonieme Krakers, ieder afzonderlijk, te verbieden om na vertrek uit de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] , daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door Woonstad in de wijk De Wielewaal te Rotterdam beheerde woning te betrekken, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per persoon per dag dat [persoon A] en de anonieme Krakers in gebreke blijven aan een desbetreffende veroordeling te voldoen, een gedeelte van een dag voor een volle gerekend;
[persoon A] en de anonieme Krakers, hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van het geding, daaronder begrepen het salaris en de verschotten van de advocaat van Woonstad, inclusief de nakosten indien [persoon A] en de anonieme Krakers niet vrijwillig meewerken aan de veroordeling.
3.2.
[persoon A] is het niet eens met de vorderingen van Woonstad en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van die vorderingen. Verder vordert [persoon A] als tegenvorderingen om:
I. te bepalen dat de ontruiming van [persoon A] uit de woning niet eerder zal kunnen plaatsvinden dan twee weken voor de aanvang van werkzaamheden met de sloop van de woning;
II. te bepalen dat de ontruiming van [persoon A] niet ten uitvoer kan worden gelegd, totdat er inlichtingen zijn ingewonnen bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam over de mogelijkheden tot adequate huisvesting van [persoon A] ter voorkoming van zijn dakloosheid, althans over de naleving door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam van het bepaalde in artikel 11, eerste lid, van het IVESCR, en over de naleving van de verplichtingen, die voor het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam voortvloeien uit het bepaalde in artikel 7 van Pro de Handvest van Grondrechten van EU ten behoeve van adequate huisvesting van [persoon A] .

4.De beoordeling in conventie en in voorwaardelijke reconventie

Verstekverlening
4.1.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de anonieme Krakers. De anonieme Krakers zijn namelijk niet verschenen tijdens (de voortzetting van) de mondelinge behandeling, terwijl bij hun oproeping voor deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd. Omdat [persoon A] wel is verschenen, wordt dit vonnis op grond van artikel 140 lid 3 Rv Pro ook tegenover de anonieme Krakers als een vonnis op tegenspraak beschouwd.
De vorderingen tegenover de anonieme Krakers
4.2.
De vorderingen van Woonstad onder a. en b. komen de voorzieningenrechter tegenover de anonieme Krakers niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze worden toegewezen. Woonstad heeft daar voldoende spoedeisend belang bij. De vordering onder c. wordt afgewezen tegenover de anonieme Krakers. Het is namelijk niet bekend of er op dit moment naast [persoon A] personen in de woning verblijven en, als dit het geval is, wie die personen precies zijn. Gelet daarop kan een verbod om de woning of een andere door Woonstad beheerde woning in De Wielewaal te betreden onder druk van een dwangsom niet worden geëxecuteerd en heeft Woonstad onvoldoende belang bij toewijzing daarvan (artikel 3:303 BW Pro).
De vorderingen tegenover [persoon A]
4.3.
Voor zover de vorderingen van Woonstad zijn gericht tegen [persoon A] overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
4.4.
De voorzieningenrechter heeft, anders dan [persoon A] meent, in deze zaak geen schending van artikel 21 Rv Pro door Woonstad kunnen constateren, laat staan dat aan wat [persoon A] in dit verband heeft gesteld de consequentie zou moeten worden verbonden dat Woonstad niet-ontvankelijk wordt verklaard of dat haar vorderingen worden afgewezen. [persoon A] heeft aangevoerd dat Woonstad het in het verleden niet zo nauw heeft genomen met de waarheid, maar het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat dit (ook) in deze procedure het geval is. In zoverre gaat de voorzieningenrechter dan ook voorbij aan het verweer van [persoon A] .
4.5.
Een eigenaar van een pand is in beginsel met uitsluiting van eenieder vrij om van het pand gebruik te maken en bevoegd om dit van eenieder die het pand zonder recht in gebruik heeft op te eisen. Door zonder toestemming van Woonstad de woning binnen te dringen en de woning in gebruik te nemen, handelt [persoon A] onrechtmatig tegenover Woonstad. Aan de andere kant geldt dat een ontruiming, in de situatie dat een kraker het pand gebruikt als woning zoals hier aan de orde, een zeer ernstige aantasting vormt van het huisrecht van de kraker in de zin van artikel 8 lid 1 EVRM Pro. Een dergelijke inbreuk moet proportioneel zijn in de zin van lid 2 van die bepaling. Het komt aan op een belangenafweging, waarbij de vraag of na de ontruiming langdurige leegstand van de woning te verwachten valt zwaar meeweegt. In kort geding geldt bovendien dat de eigenaar (hier: Woonstad) een spoedeisend belang moet hebben bij de ontruimingsvordering.
4.6.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat, in de gegeven omstandigheden, het belang van [persoon A] om het verblijf in en/of het gebruik van de woning voort te zetten niet opweegt tegen het (spoedeisend) belang van Woonstad bij ontruiming van de woning. Woonstad heeft met haar bijlagen 3, 8 en 9 in voldoende mate onderbouwd dat zij de woning op (of omstreeks) 1 maart 2026 daadwerkelijk aan een door haar ingeschakelde aannemer zal overdragen, zodat de woning gesloopt kan worden en plaats kan maken voor nieuwbouw. Dat Woonstad geen afschrift van een sloopmelding bij de gemeente in het geding heeft gebracht, doet daar niet aan af. Evenmin is relevant dat de mechanische sloop van de woning niet direct op (of omstreeks) 1 maart 2026 zal plaatsvinden, maar dat eerst omheining, asbestinventarisatie, eventuele asbestsanering en handsloop zullen plaatsvinden. Aannemelijk is dat het wenselijk is dat de woning ook tijdens die werkzaamheden al is ontruimd. Het is ook niet van belang dat nog een bodemprocedure loopt met betrekking tot één of meerdere andere woningen in De Wielewaal. Woonstad heeft onderbouwd dat de woningen in De Wielewaal gefaseerd (dus in delen) worden gesloopt en dat de bodemprocedure niet in de weg staat aan de sloop van de woning. Gelet hierop hoeft Woonstad niet te wachten met het ontruimen van de woning totdat alle woningen in De Wielewaal kunnen worden ontruimd. De vraagtekens die [persoon A] verder plaatst bij het daadwerkelijk aanvangen van werkzaamheden op (of omstreeks) 1 maart 2026 snijden ook geen hout. Van Woonstad kan niet worden verwacht dat zij wacht met het ontruimen van de woning totdat, bij wijze van spreken, een kraan met een sloopkogel klaarstaat om de muren van de woning te slopen. Het ligt op de weg van Woonstad om voldoende aannemelijk te maken dat zij de woning op korte termijn zelf nodig heeft en dat de woning na ontruiming dus niet langdurig leeg zal staan. Daar heeft Woonstad in deze zaak aan voldaan. Hoewel aannemelijk is dat het voor [persoon A] niet makkelijk is om op korte termijn andere woonruimte te vinden, moet dat belang in het licht van de omstandigheden die hiervoor zijn genoemd wijken voor het belang van Woonstad dat de woning leeg en vrij van (spullen van) krakers is om de sloop- en nieuwbouwplannen te realiseren.
4.7.
[persoon A] wordt, samen met de anonieme Krakers, veroordeeld om de woning binnen acht dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen. Gelet op wat in 4.6. is overwogen, heeft Woonstad daar voldoende spoedeisend belang bij. Eventuele afspraken die volgens [persoon A] met Woonstad zouden zijn gemaakt, inhoudende dat [persoon A] en de anonieme Krakers de woning twee weken voor aanvang van de werkzaamheden zouden verlaten, zijn niet (meer) relevant. Gelet op de datum waarop dit vonnis wordt uitgesproken, de ontruimingstermijn en de datum waarop de werkzaamheden aan de woning zullen beginnen, hoeven [persoon A] en de anonieme Krakers de woning zelfs korter dan twee weken voor aanvang van de werkzaamheden te ontruimen. De tegenvordering onder I. wordt gelet hierop afgewezen.
4.8.
Verder acht de voorzieningenrechter het onverenigbaar met het spoedeisend belang dat Woonstad bij de ontruiming heeft om inlichtingen als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv in te winnen. De tegenvordering onder II. wordt gelet daarop afgewezen.
4.9.
Het wordt [persoon A] ook verboden om na vertrek uit de woning daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door Woonstad in de wijk De Wielewaal beheerde woning te betrekken. Woonstad heeft daar voldoende belang bij, gelet op de snelheid waarmee woningen (kunnen) worden gekraakt en het geld en de tijd die er vervolgens mee gemoeid zijn om de woningen weer te laten ontruimen. Aan het verbod wordt, zoals gevorderd, een dwangsom gekoppeld van € 250,00 per dag dat [persoon A] in gebreke blijft om aan het verbod te voldoen, een gedeelte van een dag voor een volle gerekend. De dwangsom wordt gemaximeerd op € 25.000,00.
4.10.
De vordering om te bepalen dat dit vonnis tot een halfjaar na de dag waarop het is uitgesproken, dan wel is bekrachtigd ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet, wordt op de voet van artikel 557a lid 3 Rv ook toegewezen.
De proceskosten
4.11.
[persoon A] en de anonieme Krakers zijn in conventie in het ongelijk gesteld en zij moeten daarom hoofdelijk de proceskosten (inclusief nakosten) van Woonstad in conventie betalen. Verder is [persoon A] in voorwaardelijke reconventie in het ongelijk gesteld en daarom moet hij de proceskosten (inclusief nakosten) van Woonstad in voorwaardelijke reconventie betalen. De nakosten worden begroot op € 296,00 voor conventie en voorwaardelijke reconventie samen. [persoon A] en de anonieme Krakers worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 189,00 aan nakosten (het deel dat ziet op de vorderingen in conventie). [persoon A] wordt daarboven veroordeeld tot betaling van € 107,00 aan nakosten (het deel dat ziet op de vorderingen in voorwaardelijke reconventie). Verder neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de vorderingen in voorwaardelijke reconventie voor een belangrijk deel voortvloeien uit het verweer van [persoon A] in conventie.
4.12.
De proceskosten van Woonstad in conventie worden met inachtneming van het voorgaande begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 760,00 (tarief verstekzaak/eenvoudige zaak)
- nakosten €
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.808,45
4.13.
De proceskosten van Woonstad in voorwaardelijke reconventie worden met inachtneming van het voorgaande begroot op:
- salaris advocaat € 380,00 (½ × tarief verstekzaak/eenvoudige zaak)
- nakosten €
107,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 487,00
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.14.
De beslissingen in conventie en de proceskostenveroordeling in voorwaardelijke reconventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Voor wat betreft de beslissingen in conventie heeft Woonstad dat gevorderd en weegt haar belang bij ontruiming van de woning op korte termijn zwaarder dan het belang van [persoon A] en de anonieme Krakers om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te kunnen wachten. Voor wat betreft de proceskostenveroordeling in voorwaardelijke reconventie wordt die veroordeling ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 258 Rv Pro).

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie
5.1.
veroordeelt [persoon A] en de anonieme Krakers, ieder afzonderlijk, om de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Rotterdam binnen acht dagen na betekening van dit vonnis, met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in het pand c.q. de woning bevinden, te ontruimen en te verlaten en ontruimd te houden;
5.2.
bepaalt dat dit vonnis op de voet van artikel 557a lid 3 Rv tot een halfjaar na vandaag, dan wel de dag waarop dit vonnis is bekrachtigd ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Rotterdam bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
5.3.
verbiedt [persoon A] om na vertrek uit de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Rotterdam daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door Woonstad in de wijk De Wielewaal in Rotterdam beheerde woning te betrekken;
5.4.
veroordeelt [persoon A] om aan Woonstad te betalen een dwangsom van € 250,00 per dag dat hij in gebreke blijft om aan een het verbod in 5.3. te voldoen, een gedeelte van een dag voor een volle gerekend, met dien verstande dat [persoon A] maximaal € 25.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
5.5.
veroordeelt [persoon A] en de anonieme Krakers hoofdelijk in de proceskosten van € 1.808,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [persoon A] en de anonieme Krakers niet op tijd aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [persoon A] en de anonieme Krakers € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst al het andere af;
in voorwaardelijke reconventie
5.8.
wijst de vorderingen af;
5.9.
veroordeelt [persoon A] in de proceskosten van € 487,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [persoon A] de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [persoon A] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.10.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.
3349 / 1980