AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling medeplichtigheid aan vervaardiging en aanwezigheid van MDMA en metamfetamine
De rechtbank Rotterdam heeft op 27 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan het vervaardigen en aanwezig hebben van MDMA en metamfetamine. De verdachte stelde een bedrijfsruimte ter beschikking aan derden die daar een drugslaboratorium exploiteerden. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde medeplegen, maar verklaarde bewezen dat hij medeplichtig was door het pand beschikbaar te stellen en daarmee voorbereidingshandelingen te treffen.
Het bewijs bestond uit politieonderzoek, een rapport van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen, een NFI-rapport en verklaringen van de verdachte. In het pand werden grote hoeveelheden grondstoffen, chemicaliën en productieapparatuur aangetroffen die duidden op professionele grootschalige productie van synthetische drugs. De verdachte verklaarde de ruimte te hebben onderverhuurd zonder toezicht te houden en zonder de aard van de activiteiten te kennen.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de ruimte voor drugproductie werd gebruikt. Gelet op de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van drugsproductie en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 150 dagen op, waarvan 106 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, en een taakstraf van 180 uur. Tevens werd een maatregel kostenverhaal van € 24.483,60 opgelegd. De vordering van de benadeelde partij wegens boedeltekort in het faillissement werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks causaal verband.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 150 dagen gevangenisstraf (106 voorwaardelijk), 180 uur taakstraf en maatregel kostenverhaal van € 24.483,60; vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-272589-23
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Datum zitting: 13 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats
Advocaat van de verdachte: mr. R.V. Paniagua
Officier van justitie: mr. W.A.J.A. Welten
Benadeelde partij: [benadeelde] . Advocaat van de benadeelde partij: mr. E. Husta
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor medeplichtigheid aan het vervaardigen en het aanwezig hebben van MDMA en metamfetamine en voor het treffen van voorbereidingshandelingen hiervoor door een bedrijfsruimte ter beschikking te stellen aan een derde. Aan de verdachte wordt een (grotendeels voorwaardelijke) gevangenisstraf en een taakstraf opgelegd en de maatregel kostenverhaal tot een bedrag van € 24.483,60. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.
1.De tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij in de periode van 1 januari 2023 tot en met 16 oktober 2023 met anderen MDMA en metamfetamine heeft vervaardigd en tevens daarvoor voorbereidingshandelingen heeft getroffen.
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 16 oktober 2023 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
opzettelijk heeft vervaardigd en/of aanwezig gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of metamfetamine, zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of metamfetamine een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), in elk geval een ander dan verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 16 oktober 2023 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, in een pand aan de [adres] aldaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft/hebben vervaardigd en/of aanwezig gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of metamfetamine, zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of metamfetamine een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
tot en/of bij het plegen van bovengenoemd(e) misdrijven/misdrijf verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 16 oktober 2023 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door (telkens) opzettelijk het door hem, verdachte gehuurde pand aan de [adres] beschikbaar te stellen;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 16 oktober 2023 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of het opzettelijk vervaardigen van MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of metamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door onder meer het door hem, verdachte gehuurde pand aan de [adres] als productielocatie beschikbaar te stellen,
en/of
- voorwerpen en/of stoffen, te weten onder meer een groot hoeveelheid zoutzuur, fosforzuur, wijnsteenzuur, methylamine in water/methanol, ethanol, ammonia, waterstofgas, wijnsteenzuur, aceton, platinaoxide en waterstofgas en/of benzylmethylketon (BMK) en/of piperonylmethylketon (PMK) en/of centrifuges, slakkenhuis ventilatoren voorhanden, heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;
2.Bewijs
2.1.
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 subsidiair en 2. De verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 primair.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Vrijspraak (feit 1 primair)
De beschuldiging onder feit 1 primair (het medeplegen van het vervaardigen en aanwezig hebben van MDMA en metamfetamine) is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
2.3.2.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen (feiten 1 subsidiair en 2)
Bewezen is dat:
1.
een of meer onbekend gebleven personen in de periode van 13 september 2023 tot en met 16 oktober 2023 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, in een pand aan de [adres] tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk hebben vervaardigd en aanwezig gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4- methyleendioxymethamfetamine) en metamfetamine, zijnde MDMA en metamfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
bij het plegen van bovengenoemd misdrijf verdachte, in de periode van 13 september 2023 tot en met 16 oktober 2023 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door opzettelijk het door hem, verdachte gehuurde pand aan de [adres] beschikbaar te stellen;
2
hij in de periode van 13 september 2023 tot en met 16 oktober 2023 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, voor te bereiden, te weten het opzettelijk vervaardigen van MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en metamfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door het door hem, verdachte gehuurde pand aan de [adres] als productielocatie beschikbaar te stellen.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
Op maandag 16 oktober 2023, waren wij op de [adres] lA in Spijkenisse. Wij zagen dat [verdachte] ons toegang verschafte tot het bedrijfspand.
Wij roken een scherpe lucht die wij herkenden als een soort schoonmaakmiddel. Ik zag dat er zich achter de deur een trap bevond. Die leidde naar twee deuren die afgesloten waren. Wij roken in de ruimte een scherpere geur die wij thuisbrachten als schoonmaakmiddel. Ook hoorden wij het geluid van een afzuiging en af en toe het geluid van een compressor van een vriezer of koeling.
2. Proces-verbaal van de politie, team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) [3]
Op maandag 16 oktober hebben wij een onderzoek ingesteld aan goederen en chemicaliën, welke waren aangetroffen in een bedrijfspand aan de [adres] te Spijkenisse.
Direct aan de bovenzijde van de trap is aan de linkerzijde een deur aanwezig welke middels een sleutel kon worden afgesloten. Nadat de afgesloten deur was geopend zagen wij dat hier een ruimte (kristallisatieruimte) gelegen was waarin chemicaliën, vrieskisten, emmers, tonnen e.d. aanwezig waren. Ook werd productieapparatuur aangetroffen zoals een centrifuges en een slakkenhuis ventilator. Via deze ruimtes kon toegang worden verkregen tot een 2° ruimte (laboratoriumruimte). In deze ruimte stond een drukreactie-destillatieketel. Tevens stonden er diverse jerrycans, tonnen, emmers en centrifuges. Wij herkenden deze chemicaliën, goederen en apparatuur als zijnde chemicaliën, goederen en apparatuur welke kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging van synthetische drugs.
Interpretatie LFO Geconstateerd is dat:
In de beschreven ruimtes zijn goederen en chemicaliën aangetroffen, welk voornamelijk te relateren zijn aan de grootschalige productie van metamfetamine en 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA);
Chemicaliën zijn aangetroffen (zoutzuur, fosforzuur, wijnsteenzuur, methylamine in water of methanol, ethanol, ammonia, waterstofgas, wijnsteenzuur, aceton, platina oxide en waterstofgas) die kunnen worden gebruikt voor de omzetting van BMK in metamfetamine en/of PMK in MDMA;
In totaal circa 100 liter BMK, circa 5 liter PMK en 39,3 liter metamfetamine-bas (olie) is aangetroffen. Tevens zijn 33,38 kg metamfetamine-kristallen en 2,50 kg MDMA kristallen aangetroffen;
Gelet op de aangetroffen hoeveelheden aan chemicaliën en afvalstoffen alsmede de capaciteit van de aangetroffen productieapparatuur er sprake is van professionele grootschalige productie.
Een totaaloverzicht van alle aangetroffen productieapparatuur, chemicaliën en goederen zal in een sporenlijst worden opgenomen. Ook de genomen monsters en het desbetreffende SIN-nummer zullen in deze sporenlijst worden opgenomen.
Locatie: Spijkenisse - [adres]
Datum: 16-10-2023
AAQF9737NL
A2-B
Een vriezer met een glazen schuifopening aan de bevat metamfetamine. In de vriezer stonden 4 x een witte 30 liter emmer met deksel waarvan lx inhoudende circa 22 liter bruine vloeistof met kristallen op de bodem. Netto totaalgewicht vloeistof met kristallen 21,18 kg. Netto gewicht alleen kristallen 9,32 kg. Een monster genomen van de vloeistof en kristallen uit de emmer met circa 22 liter. (A2-B)
AAQL0983NL
A3-A
Een vriezer met een glazen schuifopening aan de bovenzijde. In de vriezer stonden 5 x een witte 30 liter emmer beperkt met deksel waarvan lx inhoudende circa 14 liter bruine vloeistof met kristallen op de bodem. Netto totaalgewicht vloeistof met kristallen 13,10 kg. Netto gewicht alleen (natte) kristallen 2,5 kg. Een monster genomen van de vloeistof en kristallen uit de emmer met circa 14 liter.
AAQF9639NL
A30-A
Een 10 liter lijmemmer inhoudende 4x een kussensloop met daarin restanten kristallen. Aselect een monster genomen van de kristallen.
AAQF9736NL
B1-A
Een industriële drukreactie-destillatieketel. Deze ketel was leeg. Onder uit de aftap kon een monster bruine vloeistof worden verzameld.
AAQF9738NL
B3-A
2 x zwarte 100 liter regenwater opvang ton.
Gevuld met respectievelijk 30 en 60 liter sterk
basische licht gele vloeistof. Een monster uit
het vat van 60 liter genomen.
AAQF9743NL
B7-A
Kartonnen doos met 4 x 5 liter jerrycans. Een leeg en drie gevuld. Aselect een jerrycan bemonsterd.
AAQF9529NL
B23-B
Witte 30 liter emmer met deksel. Bevatte een gele
vloeistof met op de bodem grijze kristallen. Na het afgieten van de vloeistof bedroeg het nettogewicht van de kristallen 2,5 kg. Deze bemonsterd.
3. Rapport NFI, drugsonderzoek van 15 maart 2024 [4]
De resultaten van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1.
ConclusieIn het onderzoeksmateriaal zijn MDMA HCI, metamfetamine en metamfetamine HCI aangetoond. MDMA en metamfetamine zijn vermeld op lijst I van de Opiumwet
In het onderzoeksmateriaal zijn BMK(benzylmethylketon), PM (piperonylmethylketon), methylamine (in methanol), aceton, platina en platinaoxide aangetoond.
In relatie tot drugs is BMK een grondstof voor amfetamine en metamfetamine en is PMK een grondstof voor MDMA.
In relatie tot drugs wordt methylamine (in methanol) gebruikt als grondstof voor vervaardiging van MDMA (uit PMK) of metamfetamine (uit BMK) met een reductieve aminering.
In relatie tot drugs wordt platina (in de vorm van platinaoxide) gebruikt als katalysator bij de vervaardiging van MDMA (uit PMK en methylamine) en metamfetamine (uit BMK en methylamine) met een reductieve aminering.
Aceton en methanol worden in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kunnen deze stoffen worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
Ik huur het bedrijfspand aan de [adres] in Spijkenisse waarin in een ruimte het drugslab is aangetroffen. Ik heb die ruimte vanaf 26 september 2023 onderverhuurd aan [persoon A] . Ik heb hem alleen telefonisch gesproken. Ongeveer twee weken voor 26 september 2023 waren er twee jongens komen kijken. Die kwamen gewoon binnenlopen. Ze zouden het met z’n drieën doen, deze twee jongens en [persoon A] . Ik vond het goed dat ze voor aanvang van de huurovereenkomst alvast de ruimte gingen verbouwen. Ik heb de sleutel gegeven en ik heb zelf niet meer gekeken. Ik ben na het overhandigen van de sleutel nooit meer boven geweest. Het klopt dat ik met ene John heb geappt over de verhuur.
2.3.3.
Bewijsoverweging
In het door de verdachte gehuurde pand is in een afgesloten bovenruimte een drugslaboratorium aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij die ruimte ter beschikking heeft gesteld aan een derde en niet wist van het aangetroffen drugslaboratorium. Deze derde persoon, de onderhuurder, kent hij naar eigen zeggen niet en heeft hij ook nooit gezien. Er vond app-contact plaats over de verhuur van de bovenruimte met een ander dan de onderhuurder. De sleutel van het pand is door de verdachte overgedragen aan weer twee andere personen dan de onderhuurder. Deze personen kende hij daarvoor ook niet. Met goedvinden van de verdachte zijn laatstgenoemde twee personen voor aanvang van de huurovereenkomst begonnen met het verbouwen van de ruimte.
De verdachte heeft ondanks zijn verantwoordelijkheid als huurder van het pand en verhuurder van de bovenruimte geen vragen gesteld over de (noodzaak van) de verbouwing, daar geen toezicht op gehouden en heeft nagelaten de ruimte nadien te inspecteren. Dit terwijl daar ook los van de hiervoor genoemde verantwoordelijkheid alle aanleiding toe was, onder meer omdat er een scherpe schoonmaaklucht in het pand hing, welke lucht scherper werd richting de ruimte waarin het drugslaboratorium stond.
Door zonder enig (voor)onderzoek een ruimte aan onbekenden ter beschikking te stellen en daarna geen toezicht te houden op de (aard van de) verbouwing en het gebruik van die ruimte, bestaat er een aanmerkelijke kans dat de ruimte voor andere activiteiten wordt gebruikt dan door de onderhuurder/gebruikers wordt vermeld. Dit kan ook het gebruik van de ruimte voor een drugslaboratorium zijn. Onder de gegeven omstandigheden heeft de verdachte deze aanmerkelijke kans welbewust aanvaard.
Door het ter beschikking stellen van de ruimte heeft de verdachte gelegenheid verschaft voor het vervaardigen en aanwezig hebben van harddrugs en tegelijkertijd heeft hij daarmee voorbereidingen getroffen voor het vervaardigen van harddrugs. De rechtbank komt, net als de officier van justitie en de verdediging, tot een kortere pleegperiode (vanaf 13 september 2023) omdat bij een controle van de elektricien op 12 september 2023 is geconstateerd dat de gehele bovenverdieping leeg was. Toen stond het drugslaboratorium er dus nog niet.
3.Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
eendaadse samenloop van
feit 1 subsidiair
medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onderPro C en D van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, voor
te bereiden of te bevorderen, een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4.Straffen/maatregel
4.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft een gevangenisstraf geëist voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie oplegging van de maatregel kostenverhaal tot een bedrag van € 24.483,60.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Bij een bewezenverklaring wordt verzocht om in strafverminderende zin rekening te houden met het tijdsverloop sinds de aanhouding van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Ten aanzien van de gevorderde maatregel kostenverhaal refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft een ruimte ter beschikking gesteld in een door hem gehuurd pand, en die ruimte is gebruikt voor het vervaardigen en aanwezig hebben van harddrugs en het verrichten van voorbereidingshandelingen hiervoor. Dit heeft weliswaar maar een maand geduurd maar dat is uitsluitend het gevolg van de omstandigheid dat de politie was getipt en vervolgens het drugslab heeft aangetroffen en ontmanteld. In de betreffende ruimte konden zeer grote hoeveelheden synthetische harddrugs (MDMA en metamfetamine) worden geproduceerd. Drugs zijn ontwrichtend voor de maatschappij. De productie en handel van drugs gaat gepaard met (zware) criminaliteit, gevaar voor de omgeving en milieuschade. Het gebruik van drugs heeft ook nadelige maatschappelijke gevolgen zoals gezondheidsschade voor (vaak ook jonge) gebruikers.
De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de ondermijnende criminaliteit die is verbonden met de georganiseerde drugshandel. Niet gebleken is dat de verdachte de ernst daarvan voldoende beseft.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 4 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
De verdachte heeft op de zitting toegelicht dat hij als gevolg van deze feiten is gescheiden en dat zijn bedrijf failliet is verklaard. Hij heeft op dit moment geen vaste woon- of verblijfplaats en geen inkomen. Hij verblijft bij vrienden en heeft inmiddels zicht op werk. In het kader van het faillissement moeten nog afspraken gemaakt worden over de afbetaling van de schulden. De verdachte heeft hulp ingeschakeld bij de gemeente voor het vinden van woonruimte en de afbetaling van die schulden.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 16 oktober 2023, omdat de verdachte toen is aangehouden. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en ruim drie maanden verstreken. Omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden, geldt een redelijke termijn van twee jaar in deze zaak. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden met drie maanden. Deze schending van de redelijke termijn heeft gevolgen voor de op te leggen straf.
Oplegging straffen en maatregel
De aard en ernst van de strafbare feiten rechtvaardigen in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. In deze specifieke zaak vindt de rechtbank dit echter niet passend.
Op de zitting is duidelijk geworden dat de gevolgen in zijn privéleven als gevolg van de bewezenverklaarde feiten voor de verdachte fors zijn. Hij is gescheiden en zijn bedrijf is failliet. Als gevolg daarvan heeft hij momenteel geen vaste woonplaats en geen inkomen. De verdachte lijkt zijn leven inmiddels weer een beetje op de rit te krijgen. Hij heeft daarbij hulp ingeschakeld. Een nieuwe vrijheidsontneming zou deze voorzichtige positieve ontwikkelingen kunnen doorkruisen. Gelet hierop en gelet op de overschrijding van de redelijke termijn is een volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval niet passend.
Rekening houdend met de omstandigheid dat de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten 44 dagen in voorlopige hechtenis heeft gezeten, wordt aan hem een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 150 dagen, waarvan 106 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar. Deze voorwaardelijke straf heeft mede als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Gelet op de ernst van het feit zal de rechtbank daarnaast een taakstraf voor de duur van 180 uur opleggen.
Eveneens wordt aan de verdachte de maatregel kostenverhaal opgelegd tot een bedrag van
€ 24.483,60, nu de Staat deze kosten heeft moeten maken om het drugslab te ontmantelen.
5.Vordering van de benadeelde partij
5.1.
Vordering [benadeelde]
, vertegenwoordigd door curator [persoon B] in het faillissement van [benadeelde] , heeft als benadeelde partij voor alle feiten € 167.658,69 als vergoeding voor materiële schade (boedeltekort faillissement [benadeelde] .) gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast is een bedrag van € 1.929,00 gevorderd als proceskosten.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering dient te worden afgewezen. Er is geen sprake van een causaal verband. Het boedeltekort is niet rechtstreeks veroorzaakt door de strafbare feiten.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering. Subsidiair wordt verzocht de vordering van benadeelde partij af te wijzen. Zowel de grondslag als de omvang van de vordering worden betwist. De schadeposten worden onvoldoende gespecificeerd, de vordering bevat geen deugdelijke onderbouwing of causaliteitsanalyse en lijkt te zien op algemene boedelschade.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Uit de onderbouwing van de vordering en de overgelegde bijlagen volgt niet zonder meer dat sprake is van een rechtstreeks verband tussen de gestelde schade, bestaande uit het boedeltekort in het faillissement, en de bewezenverklaarde feiten.
Om te kunnen beoordelen of sprake is van rechtstreekse schade, dient nader onderzoek te worden gedaan. Deze ruimte komt de rechtbank bij de beoordeling van de vordering tot schadevergoeding in het strafproces niet toe. De behandeling van de vordering levert daarom een onevenredige belasting van het strafproces op. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Proceskosten
De rechtbank bepaalt dat de verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen proceskosten dragen, nu de vordering van de benadeelde partij niet ontvankelijk wordt verklaard.
6.Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen en maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 49 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, en 10a van de Opiumwet.
7.Beslissingen
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 subsidiair en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen en maatregel
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 150 (honderdvijftig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 106 (honderdzes) dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 (één) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;
Maatregel
legt de verdachte op de maatregel kostenverhaal tot een bedrag van € 24.483,60;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [benadeelde] , vertegenwoordigd door curator [persoon B] in het faillissement van [benadeelde] , niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
8.Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E. IJspeerd, voorzitter,
en mrs. J.F. Koekebakker en N. Stolk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I.C.M.A. Bals, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 januari 2025.
Voetnoten
1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het voorgeleidingsdossier zaak Breevaart met documentcode [documentcode] .
2.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1 tot en met 17.
3.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 21 t/m 26, inclusief bijlage op pagina’s 103 t/m 110