Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
- Envitech moet een bedrag van € 271.057,76 aan CST betalen;
- CST is aansprakelijk jegens Envitech voor schade van Envitech die het gevolg is van afscheurende rubbers (project VTTI-ETT5) en niet passende panelen, defecte schoenbeugels en onjuiste boorgaten (project BP Verwater);
- CST heeft de omvang van de schade gemotiveerd betwist en de rechtbank kan de schade van Envitech op grond van het gevoerde debat niet begroten;
- Envitech wordt opgedragen te bewijzen dat
- i) zij in verband met het VTTI-ETT5 project kosten moet maken voor het vervangen van de rubbers a € 6.500,00 per tank en
- ii) de kosten in de facturen van Van Akol, Atreus en AltunMontage zijn gemaakt voor het BP Verwater project en het gevolg zijn van de niet passende panelen, defecte schoenbeugels en onjuiste boorgaten;
- van de uitkomst van de bewijslevering hangt af of en in hoever de schade van Envitech kan worden verrekend met de vordering van CST;
- iedere verdere beslissing in conventie en reconventie, waaronder de beslissing over de gevorderde rente en proces- en beslagkosten, wordt aangehouden.
statement of account’ van CST heeft ontvangen. Op grond van artikel 6:119a lid 2 BW is de wettelijke handelsrente toewijsbaar vanaf deze datum.
- over het bedrag van € 300.436,90 vanaf 19 april 2024 tot 3 juni 2024;
- over het bedrag van € 183.670,10 vanaf 3 juni 2024 tot 7 oktober 2024;
- over het bedrag van € 165.670,10 vanaf 7 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling.
4.De beslissing
- de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 105.387,66 met ingang van 26 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
- de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 300.436,90 met ingang van 19 april 2024 tot 3 juni 2024,
- de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 183.670,10 met ingang van 3 juni 2024 tot 7 oktober 2024,
- de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 165.670,10 met ingang van 7 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,
1977/2502