ECLI:NL:RBROT:2026:1822

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
11639041 CV EXPL 25-9040
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 2 overeenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende specificatie en onderbouwing van verrichte werkzaamheden in overeenkomst van opdracht

Partijen sloten op 22 augustus 2024 een overeenkomst waarbij Mrs e-commerce B.V. het beheer van social media advertenties voor DM Commerce III B.V. zou verzorgen. Mrs vorderde betaling van vier facturen, terwijl Zozero stelde dat geen werkzaamheden waren verricht en dat Mrs tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst.

In een tussenvonnis van 7 november 2025 werd geoordeeld dat Zozero haar verplichtingen niet was nagekomen en dat Mrs slechts recht had op een vergoeding naar evenredigheid van de verrichte werkzaamheden tot 26 november 2024. Mrs werd toen in de gelegenheid gesteld haar werkzaamheden nader te specificeren en te onderbouwen.

Mrs heeft echter onvoldoende inzicht gegeven in de aard, omvang en tijdsbesteding van de verrichte werkzaamheden. De kantonrechter kon daardoor niet vaststellen welke vergoeding redelijk was. Ook de tegeneisen van Zozero werden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

Uitkomst: De vorderingen van beide partijen worden afgewezen wegens onvoldoende specificatie en onderbouwing van de verrichte werkzaamheden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11639041 CV EXPL 25-9040
datum uitspraak: 6 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Mrs e-commerce B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders,
tegen
DM Commerce III B.V., die handelt onder de naam
Zozero,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
vertegenwoordigd door: D. Rommers.
De partijen worden hierna ‘Mrs’ en ‘Zozero’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 7 november 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte van Mrs, met bijlagen.
1.2.
Zozero heeft, ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet meer gereageerd op de akte van Mrs en heeft ook niet om uitstel verzocht.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Partijen hebben op 22 augustus 2024 een overeenkomst gesloten, waarbij is afgesproken dat Mrs in opdracht van Zozero zou zorgdragen voor het beheer van de social media advertisement van Zozero. Mrs eist in deze procedure dat Zozero veroordeeld wordt de volgende facturen, met rente en buitengerechtelijke incassokosten, aan haar te betalen:
Datum Factuurnummer Bedrag
31-08-2024 2024-1909 € 1.082,95
30-09-2024 2024-2099 € 1.082,95
31-10-2024 2024-2340 € 1.082,95
26-11-2024 2024-2536 € 3.248,85
Zozero heeft daartegen aangevoerd dat Mrs geen werkzaamheden heeft verricht en heeft geëist dat voor recht wordt verklaard dat Mrs tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en dat zij wordt veroordeeld op grond van artikel 1 lid 2 van Pro de overeenkomst een vergoeding ter hoogte van het bedrag van de oorspronkelijke opdracht aan Zozero te betalen.
2.2.
In het tussenvonnis van 7 november 2025 is al geoordeeld dat de tegeneisen van Zozero niet toewijsbaar zijn, maar dat het juist Zozero is, die haar verplichtingen uit de overeenkomst niet is nagekomen. Daarnaast is geoordeeld dat Mrs geen aanspraak kan maken op betaling van de factuur van 26 november 2024 en dat zij op grond van artikel 1 lid 2 van Pro de overeenkomst, voor wat betreft de periode vanaf aanvang van de overeenkomst tot aan 26 november 2024, slechts recht heeft op een vergoeding naar evenredigheid van de door haar verrichte werkzaamheden in die periode. Mrs is door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld nader te specificeren en zoveel mogelijk met stukken te onderbouwen welke werkzaamheden zij in de genoemde periode heeft verricht en zich uit te laten over de vraag op welk bedrag aan vergoeding in de zin van artikel 1 lid 2 van Pro de overeenkomst – dus evenredig aan de verrichte werkzaamheden – zij aanspraak meent te kunnen maken en de hoogte van dat bedrag nader toe te lichten en/of te specificeren.
Mrs heeft onvoldoende inzicht gegeven in de verrichte werkzaamheden en de bijbehorende vergoeding
2.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Mrs de werkzaamheden, die zij in de periode vanaf aanvang van de overeenkomst tot aan 26 november 2024 zou hebben verricht, onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. Uit de door haar overgelegde e-mails van 22 en 28 augustus 2024 in combinatie met de schriftelijke verklaringen van een tweetal medewerkers van Mrs (‘ [naam ] ’ en ‘ [naam 2] ’) leidt de kantonrechter allereerst af dat er op 28 augustus 2024 een zogenaamde ‘kickoff call’ heeft plaatsgevonden, waarna Mrs Zozero herhaaldelijk om toezending van bepaalde gegevens heeft gevraagd. Dat was echter al bekend ten tijde van het tussenvonnis van 7 november 2025, waarin is geoordeeld dat op basis van de toen beschikbare informatie niet vastgesteld kon worden wat de aard en omvang van de verrichte werkzaamheden is geweest. Daarnaast kan de kantonrechter uit de akte en overgelegde stukken van Mrs niet meer afleiden dan dat Mrs aan een niet nader aangeduide persoon (‘[naam 3]’) gevraagd heeft een ‘nieuw dashboard’ aan te maken en dat de werkzaamheden verder zouden hebben bestaan uit ‘het maken van algemene advertenties, het vaststellen van de doelgroepen en de campagne-instellingen en de structuur in kaart brengen’.
2.4.
Zonder nadere toelichting – die volledig ontbreekt – is het de kantonrechter niet duidelijk wat exact onder de hiervoor genoemde werkzaamheden moet worden verstaan. Wat ‘het aanmaken van een nieuw dashboard’ en ‘het vaststellen van de doelgroepen en de campagne-instellingen en de structuur in kaart brengen’ precies inhoudt, legt Mrs in het geheel niet uit. Mrs beperkt zich in haar akte tot een zeer summiere en algemeen geformuleerde omschrijving zonder enig detail. Omdat Mrs op grond van artikel 1 lid 2 van Pro de overeenkomst slechts recht heeft op een vergoeding evenredig aan de verrichte werkzaamheden, moet bovendien duidelijk zijn hoe groot het aandeel van de wél verrichte werkzaamheden is in de totale werkzaamheden, die Mrs op grond van de overeenkomst zou hebben moeten uitvoeren. Ook daarin heeft Mrs geen inzicht gegeven. Zij stelt daarnaast ook niets over de tijd die de door haar verrichte werkzaamheden in beslag zouden hebben genomen. Omdat Mrs de werkzaamheden niet heeft toegelicht, kan de kantonrechter dat zelf ook niet inschatten.
2.5.
Ondanks dat in het tussenvonnis uitdrukkelijk is bepaald dat Mrs zich eveneens diende uit te laten over de vraag op welk bedrag aan vergoeding in de zin van artikel 1 lid 2 van Pro de overeenkomst zij aanspraak meent te kunnen maken en zij de hoogte van dat bedrag nader diende toe te lichten en te specificeren, heeft zij ook daarover in haar akte niets gesteld.
De eisen van partijen worden over en weer afgewezen
2.6.
Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat de kantonrechter nog altijd niet vast kan stellen wat de exacte aard en omvang van de door Mrs verrichte werkzaamheden is en welke vergoeding in de zin van artikel 1 lid 2 van Pro de overeenkomst daarbij hoort. Ook na de laatste akte van Mrs beschikt de kantonrechter over onvoldoende gegevens om daarvan zelf een redelijke inschatting te kunnen maken. De eis van Mrs wordt daarom afgewezen. Zoals in het tussenvonnis al is overwogen geldt hetzelfde voor de tegeneisen van Zozero.
Partijen dragen ieder de eigen proceskosten
2.7.
Omdat de eisen van partijen over en weer worden afgewezen, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten, zowel in conventie als in reconventie, te compenseren. Dat betekent dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij voor deze procedure heeft gemaakt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
3.1.
wijst de eis van Mrs af;
in reconventie
3.2.
wijst de eis van Zozero af;
in conventie en in reconventie
3.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
44487