Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:1834

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
11953894 VV EXPL 25-666
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 6:119 BWArt. 28 lid 1 FwArt. 29 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging verstekvonnis loonvordering na faillissement werkgever

Eiseres vordert betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, wettelijke verhogingen, rente, en verstrekking van bruto-/netto salarispecificaties van haar werkgever GBS. De kantonrechter wees op 25 juli 2025 verstekvonnis toe waarin GBS werd veroordeeld tot betaling van diverse bedragen en het verstrekken van salarispecificaties.

GBS ging in verzet tegen het verstekvonnis. Tijdens de procedure werd op 2 december 2025 het faillissement van GBS uitgesproken, waardoor de procedure voor de geldvorderingen uit de boedel van rechtswege werd geschorst. De eis tot verstrekking van salarispecificaties valt niet onder de boedelvorderingen en werd door eiseres ingetrokken.

De kantonrechter vernietigt daarom het verstekvonnis uitsluitend voor wat betreft de veroordeling tot het verstrekken van salarispecificaties en verklaart de procedure voor de overige geldvorderingen geschorst. De uitspraak is gedaan door kantonrechter G.A. Vriezen op 13 februari 2026.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt gedeeltelijk vernietigd en de procedure geschorst vanwege het faillissement van de werkgever.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11953894 VV EXPL 25-666
datum uitspraak: 13 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. M. Voogt,
tegen
Guillaume Beauty Services B.V.,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde,
gemachtigde: R.M.M. Righarts.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘GBS’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding in kort geding van 19 juni 2025, met bijlagen;
  • het verstekvonnis van deze rechtbank van 25 juli 2025 met zaaknummer 11745213 VV EXPL 25-343;
  • de verzetdagvaarding van 22 september 2025;
  • de e-mail van de curator van GBS van 8 december 2025;
  • de e-mails van de gemachtigden van [eiser] en GBS van 8 december 2025;
  • de e-mail van de gemachtigde van [eiser] van 6 januari 2026.

2.De beoordeling

Waar gaat het om?
2.1.
[eiser] heeft GBS in kort geding gedagvaard en heeft geëist dat GBS veroordeeld wordt achterstallig loon, vakantiegeld en de wettelijke verhoging en rente over te laat betaald loon aan [eiser] te betalen. Daarnaast heeft [eiser] geëist dat GBS ieder maand het loon op tijd aan haar betaalt, dat GBS bruto-/netto specificaties aan haar verstrekt van alle salarisperioden vanaf 1 januari 2025 en dat GBS wordt veroordeeld incassokosten en proceskosten te betalen. De kantonrechter heeft de eisen van [eiser] in het verstekvonnis van 25 juli 2025 als volgt toegewezen:
“3.1. veroordeelt GBS om binnen zeven dagen na dit vonnis aan [eiser] te betalen
€ 1.225,- bruto per maand over de periode vanaf 1 mei 2025 tot de datum van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW Pro van 50% en de wettelijk rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro vanaf de opeisbaarheid van de salaristermijn tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt GBS om binnen zeven dagen na dit vonnis aan [eiser] te betalen € 1.391,13 aan achterstallige vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW Pro van 50% en de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro vanaf de opeisbaarheid tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt GBS om binnen zeven dagen na dit vonnis aan [eiser] te betalen € 277,50 netto aan wettelijke verhoging over de maand maart 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro vanaf de opeisbaarheid tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
veroordeelt GBS om iedere kalendermaand het salaris van [eiser] van € 1.775,- bruto, althans 70% hiervan zolang zij arbeidsongeschikt is wegens ziekte, tijdig uit te betalen aan [eiser] tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid van iedere salaristermijn tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
veroordeelt GBS om binnen drie weken na betekening van dit vonnis bruto-/netto specificaties te verstrekken ten aanzien van alle salarisperioden vanaf 1 januari 2025 tot de datum van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag dat GBS daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.500,-;
3.6.
veroordeelt GBS om binnen zeven dagen na dit vonnis aan [eiser] te betalen de incassokosten van € 457,76;
3.7.
veroordeelt GBS in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 678,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;”
2.2.
GBS is in verzet gegaan tegen het verstekvonnis en eist dat de oorspronkelijke eisen van [eiser] worden afgewezen.
De procedure wordt ten aanzien van de geldvorderingen van [eiser] geschorst
2.3.
Op 8 december 2025 heeft de kantonrechter e-mail ontvangen van de curator van GBS, mr. M.K. de Bruijn. Hij meldt daarin dat op 2 december 2025 het faillissement van GBS is uitgesproken. Dat volgt ook uit het Centraal Insolventieregister. Dit betekent dat de procedure – uitsluitend voor wat betreft de eisen van [eiser] , die hebben geleid tot de hierboven weergegeven veroordelingen onder 3.2, 3.3, 3.4, 3.6 en 3.7 – van rechtswege wordt geschorst. Dat zijn namelijk allemaal geldvorderingen, die als doel hebben dat een overeenkomst uit de boedel wordt nagekomen (artikel 29 Fw Pro). De procedure wordt, ten aanzien van de hiervoor genoemde eisen, alleen voortgezet als de verificatie hiervan wordt betwist.
Het verstekvonnis wordt, uitsluitend ten aanzien van de veroordeling onder 3.5, vernietigd
2.4.
De eis van [eiser] , die heeft geleid tot de hierboven weergegeven veroordeling onder 3.5 valt niet onder het bereik van artikel 29 Fw Pro. [eiser] heeft op grond van artikel 28 lid 1 Fw Pro de bevoegdheid schorsing van de procedure ten aanzien van die eis verzoeken, om in de gelegenheid te worden gesteld de curator in het geding op te roepen. [eiser] heeft in haar e-mail van 6 januari 2026 laten weten dat zij van die bevoegdheid geen gebruik wil maken en dat zij dit deel van haar eis intrekt.
2.5.
Omdat [eiser] haar eis om GBS te veroordelen bruto-/netto specificaties van alle salarisperioden vanaf 1 januari 2025 te verstrekken intrekt, kan het verstekvonnis ten aanzien van de veroordeling onder 3.5 niet meer in stand blijven. Daarom zal de kantonrechter het verstekvonnis – uitsluitend voor wat betreft de veroordeling onder 3.5 –
vernietigen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
vernietigt het op 25 juli 2025 tussen de partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 11745213 VV EXPL 25-343, uitsluitend voor wat betreft de veroordeling onder 3.5 van dat vonnis;
3.2.
verstaat dat de procedure voor wat betreft de overige eisen van [eiser] van rechtswege is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
44487