Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit Den Haag, eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
Samenvatting
.Omdat eiser beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein, heeft het college voor een parkeervergunning op straat het tweede tarief kunnen hanteren. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
ofplanologisch sprake zijn van een POET. Dat eiser zijn oprit inmiddels anders gebruikt (voor fietsen, kliko’s, etc) en mede door dat gebruik parkeren op de oprit niet praktisch of haalbaar is, maakt dus niet dat geen sprake is van een POET. Zoals hiervoor al duidelijk is geworden betekent de POET-regeling niet dat eiser zijn auto op de oprit moet parkeren en zijn perceel niet meer naar eigen inzicht kan gebruiken. Er is alleen een financiële consequentie aan verbonden. Omdat eiser stelt dat het hem niet gaat om de financiële gevolgen, is de kwalificatie – anders dan eiser stelt – ook anderszins niet onevenredig in verhouding tot de te dienen doelen.