Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoekster] (ontvangen op 9 september 2025), met bijlagen;
- het verweerschrift van RBC (ontvangen op 23 januari 2026), met bijlagen;
- de e-mail van 30 januari 2026 van [verzoekster], met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van (de gemachtigde van) [verzoekster].
- [verzoekster] met haar echtgenoot en haar gemachtigde;
- namens RBC, [naam 1] (senior HR-adviseur) en [naam 2] (CFO), met de gemachtigde van RBC.
2.De beoordeling
-Planck arrest van het Europees Hof van Justitie (HvJ EU) blijkt dat een nationale regeling buiten toepassing moet worden gelaten door de nationale rechter, als deze bepaling in strijd is met artikel 31 lid 2 EU Pro-Handvest. [2] In ditzelfde arrest oordeelde het HvJ EU dat artikel 31 lid 2 EU Pro-Handvest kan worden ingeroepen in een geschil tussen particulieren, zoals een werkgever en een werknemer. Maar dan moet er wel sprake zijn van strijdigheid met het EU-Handvest. Uit de uitspraak van 15 juli 2025 [3] van het HvJ EU volgt dat er
specifieke omstandigheden kunnen zijndie een afwijking van het fundamentele recht op (jaarlijks betaald) verlof rechtvaardigen. De kantonrechter is van oordeel dat van zulke omstandigheden sprake is in geval van een slapend dienstverband naar Nederlands recht, om de volgende redenen.
Daf-arrest van de Hoge Raad. [4] De door het HvJ EU geformuleerde doelen (bijkomen door rust, ontspanning en vrije tijd) kunnen dus niet meer worden behaald.