ECLI:NL:RBROT:2026:1876

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
11739672
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 7:225 BWArt. 7:248 BWArt. 6:277 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens langdurige huurachterstand en ontruiming

De huurder van een bedrijfsruimte heeft sinds september 2024 een huurachterstand opgebouwd van € 32.080,67, die niet is betwist. Ondanks persoonlijke omstandigheden die de huurder aanvoert, is de achterstand ernstig en is de lopende huur niet betaald. De kantonrechter oordeelt dat dit voldoende is voor ontbinding van de huurovereenkomst op grond van artikel 6:265 BW Pro.

De huurder wordt veroordeeld om de bedrijfsruimte binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen. Daarnaast moet zij de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten van € 1.957,33, en een boete van € 5.100,- betalen. Voor de periode vanaf januari 2026 tot aan de ontbinding moet de huurder de maandelijkse huurprijs van € 3.219,36 voldoen, vermeerderd met boete en wettelijke rente.

De huurder is ook aansprakelijk voor schadevergoeding vanaf de ontruiming tot de oorspronkelijke einddatum van de huurovereenkomst, welke nog moet worden vastgesteld. De proceskosten van € 2.801,40 komen voor rekening van de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens langdurige huurachterstand en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, boetes, incassokosten en ontruiming binnen veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11739672 CV EXPL 25-13281
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
PingProperties Daily Convenience Center III C.V.,
vestigingsplaats: Gemeente Haarlemmermeer,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.A.J.M. van de Wijngaard,
tegen
[gedaagde]h.o.d.n.
Yo Beauty Salon,
woonplaats: ‘ [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘PingProperties’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 28 mei 2025, met bijlagen;
  • de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord;
1.2.
Op 15 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [naam] namens de gemachtigde van PingProperties en mevrouw [gedaagde] .

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] huurt sinds 1 september 2024 de bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats] van PingProperties. De huurprijs op dit moment bedraagt € 3.219,36 per maand.
2.2.
Volgens Ping Properties heeft [gedaagde] een huurachterstand laten ontstaan van € 32.080,67. Daarom vordert PingProperties in deze procedure primair dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de bedrijfsruimte te verlaten en de huurachterstand aan haar te betalen, met boete(rente) en kosten. Ook eist PingProperties dat [gedaagde] de toekomstige huurtermijnen moet betalen tot aan de datum van de ontruiming en dat [gedaagde] een schadevergoeding aan haar betaalt van € 3.219,36 per maand tot aan de dag dat PingProperties de bedrijfsruimte aan een derde heeft verhuurd.
2.3.
[gedaagde] geeft aan dat het klopt dat zij een huurachterstand heeft laten ontstaan. Zij legt uit dat zij door persoonlijke omstandigheden de huur niet heeft kunnen betalen. Zij is nu weer aan het werk en geeft aan dat zij genoeg klanten heeft om haar winkel draaiend te houden.
[gedaagde] moet de huurachterstand van € 32.080,67 aan PingProperties betalen
2.4.
PingProperties heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling een specificatie van de actuele huurachterstand overgelegd. Daaruit volgt dat de huurachterstand, berekend tot en met december 2025, € 32.080,67 bedraagt. [gedaagde] heeft de hoogte van de huurachterstand niet betwist. Dat betekent dat de vordering van PingProperties wordt toegewezen en [gedaagde] de huurachterstand van € 32.080,67 aan PingProperties moet betalen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] moet de bedrijfsruimte verlaten
2.5.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW Pro). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is in geval van een bedrijfsruimte meestal zo bij een achterstand van meer dan twee maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. [1] De kantonrechter heeft in dit geval meegewogen dat [gedaagde] al vanaf het begin van de huurovereenkomst de huur niet of niet op tijd heeft betaald. Hierdoor is een huurachterstand van meer dan negen maanden ontstaan. Daarnaast betaalt [gedaagde] ook de lopende huur niet. [gedaagde] heeft uitgelegd dat zij het afgelopen jaar een lastige periode heeft gehad en dat zij ziek is geweest. Hoewel de kantonrechter hier begrip voor heeft, is dit geen omstandigheid die PingProperties kan worden tegengeworpen. De persoonlijke problemen van [gedaagde] , hoe vervelend deze ook voor haar zijn, nemen haar verplichting om huur te betalen niet weg. Tot slot heeft [gedaagde] geen financiële zekerheid kunnen geven dat zij de huur in de toekomst wel op tijd en volledig kan betalen. Gelet op het bovenstaande, kan van PingProperties niet worden verwacht dat zij de huurovereenkomst met [gedaagde] voortzet. De huurovereenkomst wordt daarom ontbonden.
2.6.
Omdat de huurovereenkomst wordt ontbonden, moet [gedaagde] de bedrijfsruimte met al haar spullen verlaten. PingProperties heeft niet uitgelegd waarom zij wil dat [gedaagde] de bedrijfsruimte binnen drie dagen na betekening van dit vonnis ontruimt. De kantonrechter zal de ontruimingstermijn dan ook in redelijkheid bepalen op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
2.7.
De kantonrechter machtigt PingProperties niet om de woning door een deurwaarder te laten ontruimen, want daar is geen machtiging voor nodig. In de wet staat namelijk al dat de deurwaarder dat mag (artikel 556 Rv Pro). Daarbij kan de deurwaarder de hulp van politie en justitie inroepen (artikel 444 en Pro 557 Rv).
2.8.
PingProperties heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij niet zal overgaan tot executie van dit vonnis indien [gedaagde] binnen twee weken na datum van de mondelinge behandeling de gehele huurachterstand heeft betaald en [gedaagde] haar bedrijf weer in de winkelruimte gaat uitoefenen. PingProperties heeft aangegeven dat zij wel wenst te beschikken over een ontruimingstitel als ‘stok achter de deur’.
[gedaagde] moet een gebruiksvergoeding en een schadevergoeding betalen
2.9.
Tot en met de dag van ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 3.219,36 betalen (artikel 7:225 BW Pro). Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW Pro) als voor het verhogen van de huur.
2.10.
[gedaagde] is ook aansprakelijk voor de schade van PingProperties over de periode vanaf de ontruiming tot de oorspronkelijke einddatum van de huurovereenkomst (artikel 6:277 BW Pro). De omvang van deze schade kan nog niet worden begroot. Daarom wordt [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat (artikel 612 Rv Pro).
[gedaagde] moet € 1.957,33 aan buitengerechtelijke kosten betalen
2.11.
De incassokosten van € 1.957,33 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze vergoed te krijgen.
[gedaagde] moet een bedrag van € 5.100,- betalen aan contractuele boete(rente)
2.12.
In artikel 25.3 van de toepasselijke algemene voorwaarden is een boete(rente)beding opgenomen. Daarin staat dat als de huur niet op tijd wordt betaald, [gedaagde] een direct opeisbare boete aan PingProperties moet betalen van 1% van de verschuldigde huurprijs, met een minimum van € 300,- per maand. PingProperties vordert dat [gedaagde] deze boete aan haar moet betalen over de maanden dat zij de huur niet op tijd heeft betaald. Volgens PingProperties is [gedaagde] over de huur tot en met mei 2025 een bedrag van € 2.700,- aan boetes aan haar verschuldigd. [gedaagde] heeft dit niet betwist. De kantonrechter begrijpt uit de actuele specificatie die door PingProperties is overgelegd dat [gedaagde] ook de huur en de afrekening van de servicekosten over de maanden juni 2025 tot en met december 2025 niet op tijd heeft betaald, zodat zij ook over die bedragen een boete aan PingProperties moet betalen. Daarmee komt het totaalbedrag aan reeds verbeurde boetes, berekend tot en met december 2025, uit op € 5.100,-.
De (boete-)rente over de openstaande bedragen
2.13.
PingProperties vordert tevens de contractuele (boete-)rente van 1% per maand met een minimum van € 300,- per maand over de openstaande bedragen vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag dat de gehele vordering is voldaan.
2.14.
De contractuele boeterente over de verschuldigde huurtermijnen vanaf 1 januari 2026 tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst (vandaag), wordt toegewezen voor zover [gedaagde] in verzuim is met de betaling van dit bedrag.
2.15.
De gevorderde contractuele boeterente over de gebruiksvergoeding c.q. schadevergoeding wordt afgewezen. De contractuele boeterente vindt immers zijn grondslag in de huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene huurvoorwaarden. Deze bestaan na ontbinding niet meer. Over de gebruiksvergoeding c.q. schadevergoeding wordt daarom wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro toegewezen.
2.16.
De contractuele boeterente over de op het moment van dagvaarden reeds verbeurde boetes wordt eveneens afgewezen. Niet is gesteld of gebleken dat deze over de verbeurde boetes overeen is gekomen. De kantonrechter wijst daarom de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro toe. Daarbij geldt dat over een boete pas rente is verschuldigd na schriftelijke aanmaning (artikel 6:119 BW Pro jo. Artikel 6:82 BW Pro), doch in ieder geval vanaf het moment van dagvaarden. [2] De kantonrechter wijst daarom de wettelijke rente toe over de op het moment van dagvaarden reeds verbeurde boetes (van in totaal € 2.700,-) vanaf 28 mei 2025. Niet is gebleken dat PingProperties [gedaagde] schriftelijk heeft aangemaand tot betaling van de boetes die na de dagvaarding zijn verbeurd, zodat daarover geen rente wordt toegewezen.
2.17.
De gevorderde contractuele boeterente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, nu niet is gesteld of gebleken dat deze over de buitengerechtelijke incassokosten is overeengekomen. Daarom wordt over de buitengerechtelijke incassokosten de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro toegewezen vanaf 28 mei 2025.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.18.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan PingProperties moet betalen op € 119,40 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 1.086,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 543,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.801,40. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.19.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat PingProperties dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan PingProperties te betalen € 32.080,67 aan huurachterstand tot en met december 2025;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan PingProperties te betalen € 1.957,33 aan buitengerechtelijke incassokosten met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de dag der dagvaarding, te weten 28 mei 2025, tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan PingProperties te betalen € 5.100,- aan verbeurde boetes met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 2.700,- vanaf de dag der dagvaarding, te weten 28 mei 2025, tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van PingProperties te stellen;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 januari 2026 tot en met de datum van ontbinding van de huurovereenkomst (vandaag) aan PingProperties te betalen € 3.219,36 per maand met de verhoging die is toegestaan, vermeerderd met een boete van € 300,- voor zover [gedaagde] in verzuim is met de betaling van dit bedrag;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf januari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan PingProperties te betalen € 3.219,36 per maand met de verhoging die is toegestaan vermeerderd met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag dat [gedaagde] in verzuim is tot de dag dat volledig is betaald;
3.7.
veroordeelt [gedaagde] om de schade van PingProperties vanaf de ontruiming te betalen, op te maken bij staat;
3.8.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van PingProperties worden begroot op € 2.801,40;
3.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.10.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
64362

Voetnoten

1.Zie Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.
2.HR 5 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3127.