De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen in een netwerkpleeggezin. De kinderen verblijven sinds eerder onder toezichtstelling in een pleeggezin nabij hun vader.
De vader voert verweer en stelt dat de medische situatie die aanleiding gaf tot de uithuisplaatsing is verbeterd en dat met intensievere hulpverlening en inzet van het netwerk de kinderen weer thuis kunnen wonen. Hij staat open voor begeleiding en wil samen met de kinderen begeleid wonen.
De kinderrechter oordeelt dat ondanks de betrokkenheid van de vader de thuissituatie onvoldoende stabiel is om de kinderen terug te plaatsen. Er zijn zorgen over hygiëne, fysieke en emotionele verzorging en het nakomen van afspraken met hulpverlening. De kinderen ontwikkelen zich goed in het pleeggezin en de vader onderhoudt contact.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd tot 5 augustus 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing is genomen met het belang van de kinderen voorop en met het oog op mogelijke toekomstige begeleid wonen voorzieningen voor de vader.