ECLI:NL:RBROT:2026:1882

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
C/10/713764 / JE RK 26-137
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing in een pleegzorgvoorziening voor drie maanden. De minderjarige is prematuur geboren en verblijft momenteel in een pleeggezin. De ouders zetten zich in voor de zorg, maar de situatie vereist voortdurende betrokkenheid van de gecertificeerde instelling (GI).

Tijdens de zitting waren de ouders, hun advocaat, vertegenwoordigers van de Raad en de GI aanwezig. De moeder geeft aan dat het contact met de minderjarige verbetert en dat zij extra begeleiding ontvangt. De vader ondersteunt het verzoek en benadrukt de lastige omgangssituatie.

De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat het belang van de minderjarige vraagt om voortzetting van de GI-betrokkenheid. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd omdat het niet in het belang is de minderjarige opnieuw te verplaatsen naar een ander pleeggezin. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing met directe uitvoerbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713764 / JE RK 26-137
Datum uitspraak: 6 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige]
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. Kara, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlage van 23 januari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A]
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige]
2.2.
verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 november 2025 [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 21 februari 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 januari 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 21 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] is prematuur geboren en voor de ouders kwam [voornaam minderjarige] als een verrassing. [voornaam minderjarige] heeft extra zorg nodig. De ouders doen hard hun best voor [voornaam minderjarige] en zetten zich goed in. [voornaam minderjarige] verblijft nu in een pleeggezin en ontwikkelt zich daar goed. Het is belangrijk dat de GI het komende jaar betrokken blijft om te zien of het goed blijft gaan. De juiste hulp voor [voornaam minderjarige] en de ouders moet worden ingezet en gemonitord om de zorgen te kunnen verminderen. De Raad vindt het belangrijk dat [voornaam minderjarige] op termijn weer bij de moeder gaat wonen en dat de ouders de volledige zorg voor [voornaam minderjarige] gaan dragen. Het is belangrijk dat dit stapsgewijs gaat, zodat de moeder niet wordt overvraagd. Met een uithuisplaatsing van drie maanden kan naar een verblijf van [voornaam minderjarige] bij de moeder bij Zij aan Zij worden toegewerkt.

4.De standpunten

4.1.
De GI ondersteunt ter zitting het verzoek van de Raad. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] Zij aan Zij geeft aan dat de nachten met de moeder en [voornaam minderjarige] steeds beter gaan. De moeder wordt uit zichzelf wakker en zij zijn bezig met het opbouwen naar meer overnachtingen. [voornaam minderjarige] kan tot halverwege maart blijven bij het huidige pleeggezin. Hij zou daarna eventueel naar een ander pleeggezin kunnen, maar dat wordt niet in zijn belang geacht. In overleg met Zij aan Zij en de ouders zal in een kortere periode worden teruggewerkt naar het wonen van [voornaam minderjarige] bij de moeder. Als de moeder daarbij extra begeleiding en ondersteuning nodig heeft, dan is dat beschikbaar.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter. Het gaat goed met de moeder en zij zorgt goed voor [voornaam minderjarige] De moeder heeft een gastouder gevonden waar [voornaam minderjarige] op korte termijn twee dagen in de week naartoe kan. [voornaam minderjarige] is inmiddels ieder weekend bij de moeder. Het is de bedoeling dat de omgang wekelijks met één dag wordt uitgebreid. De moeder gaat nog naar school en zal binnenkort starten met een stage. De moeder wil graag voor [voornaam minderjarige] zorgen en heeft de wens om alles goed te doen. Het is fijn dat Zij aan Zij extra begeleiding kan bieden. Het is belangrijk dat er korte lijnen zijn met de hulpverleners, zodat de snellere terugplaatsing een succes wordt. Er zou bij voorbaat al gekeken moeten worden welke aanvullende hulp kan worden ingezet. Zodat als de moeder extra hulp en begeleiding nodig heeft, dat meteen kan worden ingezet en niet eerst nog moet worden georganiseerd.
4.3.
De vader brengt ter zitting het volgende naar voren. De vader vindt ook dat het goed gaat. Hij hoopt dat [voornaam minderjarige] niet overgeplaatst wordt naar een ander pleeggezin. De vader wil [voornaam minderjarige] graag vaker zien, maar de situatie is erg lastig. [voornaam minderjarige] kan niet naar de woongroep van de vader komen en omgangshuizen hebben lange wachtlijsten. De omgang kan op dit moment alleen buiten plaatsvinden, maar de vader wil niet dat [voornaam minderjarige] lang in de kou is.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De ouders hebben geen verweer gevoerd tegen het verzoek tot ondertoezichtstelling. De kinderrechter is van oordeel dat het belangrijk is dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om regie te voeren en de belangen van [voornaam minderjarige] te waarborgen. De kinderrechter zal [voornaam minderjarige] daarom onder toezicht stellen van de GI voor de duur van een jaar, tot 6 februari 2027.
5.2.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hierna uit waarom.
5.3.
[voornaam minderjarige] is kort na zijn geboorte met spoed uit huis geplaatst, omdat de ouders op dat moment niet in staat waren om voor [voornaam minderjarige] te zorgen. De afgelopen periode hebben de ouders stappen gezet en zij willen graag zelf voor [voornaam minderjarige] zorgen. Op dit moment wordt stap voor stap teruggewerkt naar een plaatsing bij de moeder bij Zij aan Zij. Het is te betreuren dat [voornaam minderjarige] sneller teruggeplaatst moet worden dan aanvankelijk de bedoeling was, omdat [voornaam minderjarige] niet langer in het pleeggezin kan blijven. Het was fijn geweest als er geen tijdsdruk zat achter de terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder, om de kans van slagen zo optimaal mogelijk te maken. De kinderrechter acht het echter ook niet in het belang van [voornaam minderjarige] om nog overgeplaatst te worden naar een nieuw pleeggezin voordat hij bij de moeder kan wonen. Alle betrokkenen vinden het belangrijk dat [voornaam minderjarige] bij de moeder kan gaan wonen. Noodzakelijk is dat de moeder daarin goed wordt begeleid en ondersteund en de hulp die zij daarvoor (extra) nodig heeft ook beschikbaar is. Van de moeder wordt verwacht dat zij zich zo blijft inzetten als zij nu al doet. Het zorgen voor [voornaam minderjarige] zal mooie momenten met zich meebrengen, maar bij tijden ook zwaar zijn. Ook op de momenten dat het tegenzit is het belangrijk dat de ouders het belang van [voornaam minderjarige] voorop zetten en om hulp vragen als zij dat nodig hebben. Verder is het belangrijk dat er aandacht is voor het contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] Bezien dient te worden hoe dat in het belang van [voornaam minderjarige] kan worden vormgegeven.
5.4.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. De kinderrechter zal de GI machtigen om [voornaam minderjarige] langer uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten voor de verzochte duur van drie maanden.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 6 februari 2026 tot 6 februari 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 21 mei 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 20 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.