Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 23 december 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 21 maart 2025;
- het aanvullend zelfstandig verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 9 januari 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 19 december 2025.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 1] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- de vrouw voldoende en passende kleding voor de minderjarige meegeeft aan de man tijdens de wisselmomenten;
- de minderjarige tijdens de wisselmomenten zowel door de man als de vrouw zal worden afgezet in de hal beneden bij de woning van de vrouw op het afgesproken tijdstip.”
tijdelijk verbodaan een ouder opleggen om met het kind contact te hebben indien:
- een arbeidsinkomen van € 41.536,- bruto per jaar;
- een inkomen aan pensioen van € 1.953,- per jaar;
- een WIA-uitkering van € 16.503,- per jaar.
driekinderen ten opzichte waarvan hij onderhoudsplichtig is. De behoefte van [minderjarige 1] bedraagt op basis van het NBI van de man aldus € 344,- per maand.
€ 330,-+
€ 1.140,- per maand wordt toegerekend aan [minderjarige 1] .
€ 513, +
€ 561,-
€ 297,-