Verzoekster heeft een urgentieverklaring aangevraagd op grond van ernstige en chronische medische problematiek, omdat zij met twee jonge kinderen woont in een flat zonder lift. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze aanvraag afgewezen na advies van een SMA-arts, die stelde dat er nog behandelmogelijkheden zijn en niet duidelijk is of sprake is van chronische medische problematiek.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Tijdens de zitting op 25 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek behandeld en direct uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang twijfelachtig is en dat de gevraagde maatregel te verstrekkend is, mede omdat het onzeker is of de urgentieverklaring in bezwaar zal worden toegekend.
Hoewel het advies van de arts vragen oproept, onder meer over de maximale trapbelasting en de invloed van behandelingen en revalidatie, is onvoldoende duidelijkheid en medische onderbouwing geleverd. Het college moet deze punten in bezwaar nader motiveren, inclusief de toepassing van de hardheidsclausule.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, waardoor verzoekster voorlopig niet met voorrang kan reageren op woningen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.