De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010, die momenteel verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter hield op 6 januari 2026 een zitting met gesloten deuren, waarbij de ouders met tolk werden gehoord en de minderjarige via een digitale videoverbinding werd betrokken.
De moeder en vader zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige kan niet bij de moeder wonen vanwege het verblijf van de moeder in een vrouwenopvang waar de minderjarige niet welkom is. De vader heeft een contactverbod met de moeder en moet eerst aan zichzelf werken voordat contactherstel met de minderjarige mogelijk is. De moeder ontvangt intensieve opvoedondersteuning, maar kan de zorg voor de minderjarige niet adequaat bieden. Er zijn zorgen over het gedrag van de minderjarige, het ontbreken van dagbesteding, schoolgang en behandeling, en over het online netwerk waarin hij zich bevindt.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De minderjarige zal worden overgeplaatst naar een groep dichter bij de moeder, waar diagnostiek en dagbesteding plaatsvinden. De machtiging wordt verlengd tot 12 september 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het verzoek tot meer of anders verzochte wordt afgewezen.